Het rechtvaardige ombuigingsbeleid van God

Thema: Het rechtvaardige ombuigingsbeleid van God
Tekst: Ester hst. 4-8 (DEEL 3)
Tekstgedeelte(n): Ester 4: 12-17
Ester 5: 9-14
Ester 6: 1 - 8: 2
Ester 8: 15-17
Door: Ds. J. Hagg (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Zwolle-Zuid)
Gehouden te: Zwolle-Zuid op 20 augustus 1995
Opmerking RJCV: Kan afzonderlijk van andere delen gelezen worden.

Aanwijzingen voor de Liturgie

1. Gez. 30: 1
2. Ps. 37: 1-2 na wet
3. Om niet te lang met dit bijbelboek bezig te zijn (in totaal 4 keer) willen we vandaag de lijnen doortrekken in de hoofdstukken 4 t/m 8. We lezen niet helemaal alles. Alleen de hoofdstukken 6-7. Uit de andere hst. enkele verzen.
- Ester hoort waarom Mordekai rouwt maar durft eerst niet naar de koning te gaan. Lezen Ester 4: 12-17.
- Ester vindt genade bij de koning, die met Haman bij haar komt eten, maar stelt haar verzoek uit tot morgen. Lezen Ester 5: 9-14.
Zingen: Ps. 37: 5, 14
4. Lezen Ester 6: 1 - 8: 2. Dan gaat Ester opnieuw bij de koning smeken om Hamans plan af te gelasten, maar dat is onmogelijk: het is een wet van Meden en Perzen. Wel mag Mordekai een eigen geschrift het rijk doorsturen waarin staat dat de joden zich op de bewuste dag mogen verdedigen. Lezen: Ester 8: 15-17
Dan zingen:
5. Ps. 30: 1, 7
6. Gez. 31: 1
7. Gez. 32: 3-4

Je zou toch maar koningin moeten zijn in een kompleet verdorven wereldrijk. Een samenleving waarin van het ene moment op het andere in niet veel meer dan een pennestreek jouw hele volk ten dode is opgeschreven. Niemand is meer veilig: geen baby geen oude-van-dagen. Het is in één woord satanisch. We hebben het over koningin Ester in de tijd van toen. Maar hebben we het niet ook over de tijd van nu. Iemand zei: dit is het verhaal van nu - hoeveel miljoenen kinderen worden niet moedwillig gedood al voor hun geboorte? - hoeveel maal wordt niet euthanasie toegepast (gevraagd of ongevraagd?) - hoeveel gifpijlen heeft satan wel niet op zijn boog om mensenlevens mee te treffen? - hoeveel mensenlevens verloederen wel niet? Denk aan de macht van verslavende middelen, het machtsmisbruik van de media en noem maar op.... Is dat niet scherp gezien? Laten we ons geen illusies maken: Esters wereld is de onze. Denk er goed om: diezelfde 'leeuw' waart rond, zoekende wie hij kan verslinden. En elk kind van God komt voor de keuze te staan. Zoals wij in onze tijd zo moet ook een vrouw als Ester in haar tijd kleur bekennen. Maar wat is het moeilijk voor haar. Zo lang al incognito geweest (wat niet weet dat niet deert, zo heet het vaak). En nu ineens zeggen dat je jodin bent... En nu ineens voor je volk gaan smeken bij de koning...

Ester blijkt kordaat, zij weet waarop het aankomt: vasten en bidden en dan handelen! Zijn wij dat ook niet gewend: 'éérst bidden, dán doen'? Zo beginnen we elke dag, toch? Of is het louter 'routine' geworden? Goed om daar weer eens bewust bij stil te staan: hoe gekoncentreerd vraag ik de HERE om een zegen over mijn doen en laten? Wees eens eerlijk... Ik ga hier niet uitwijden over 'vasten', maar dit is toch wel duidelijk: wie vast concentreert zich op het gesprek met de HERE, laat zich voor een tijd niet afleiden. Door geen eten, geen drinken, niets. Ester maakt een plan. Ze zal naar de koning gaan, met alle risico's vandien: een grillig man als Ahasveros kon haar weleens de scepter weigeren toe te reiken. En dat kon haar dood betekenen. Ester zal gaan. Maar vooraf smeekt ze God om zijn zegen. Méér nog: ze beveelt de héle joodse gemeenschap om hetzelfde te doen als zij en haar dienaressen. Allemaal verzamelen. Allemaal solidair zijn. Niet één kan gemist worden: vasten en voorbede doen. Allen voor één. En dan: één voor allen. Een biddende gemeente. Wat een krachtig werk kan de Heilige Geest daarin doen. Laten we dat alsjeblieft nooit onderschatten. En er ons op toeleggen. En dat niet alleen in extreme, acuut-dreigende situaties. Maar ook bv. op een feestdag als er een kindje wordt gedoopt, zoals vandaag, en we staan er allemaal bij, rondom dat doopvont - laten we heel bewust het leven van zo'n klein mensenkind opdragen aan God, want is het niet in deze wereld een bedreígd mensenleven?

Daar gaat ze: Ester, met die muur van gebed om haar heen - naar de koning! En is het geen bemoedigend teken op gebed dat de koning haar de scepter reikt! Zeker. Toch komt ze nog niet met haar smeekbede. Een verzoek dat regelrecht in zou gaan tegen de wetten van meden en perzen, hoeveel kans maakte dat eigenlijk... Geen enkele dus. Aarzelt ze daarom? Of is het omdat ze weet van het hofprotocol, dat zo geweest schijnt te zijn dat werkelijk belangrijke zaken ten eerste tijdens het diner besproken dienden te worden en ten tweede tot tweemaal toe aan de orde moesten worden gesteld? Hoe het ook zij: het resultaat van de eerste maaltijd is dat de koning beslist nieuwsgierig is geworden - en dat zijn grootvizier Haman zich alleen nog maar méér voelt. Als een pauw loopt hij rond. En hij bereikt nu echt het toppunt van zijn grootheidswaan als hij daar een paal van maar liefst 25 meter laat oprichten om Mordechai op te laten spietsen. (Waar haalt hij die paal zo gauw vandaan, vraag je je af). Wat een messcherpe tegenstelling wordt hier uitgetekend: een vastend en biddend volk in doodsnood, van hoog tot laag solidair en één in gebed tot hun hemelse Vader - en de duivelse machten, die bezit hebben genomen van Haman en zijn kliek. Morgen zal hij daar hangen, Mordekai, 25 meter hoog. Het kan niet missen...

En uitgerekend op dit dieptepunt komt daar van Hogerhand het keerpunt!
Het scharnier van het bijbelboek. Wat onrecht is gaat God rechtbuigen. Wat we vandaag onder ogen krijgen is

Het rechtvaardige ombuigingsbeleid van God

dat ondervinden achtereenvolgens:

  • Ahasveros
  • Haman
  • Mordekai
  • De kliek van Haman
  • Ester
  • Het perzische volk
  • Het joodse volk
  • En wij

1. De koning

Kent u de spreuk uit Spreuken 21: 'Het hart van de koning is in de hand van de HERE als waterbeken: Hij leidt het overal heen waar het Hém behaagt'. Die spreuk brengt ons bij de oosterse tuin. Is onze tuin droog dan gaan we sproeien met de slang, maar de oosterse tuinman wist ook raad: een ingenieus systeem van geulen en dammetjes door de hele tuin zorgde ervoor dat geen plant tekort kwam: overal werd het water langsgeleid. Zo doet de HERE met het hart van de koning: Hij stuurt het waarheen Híj wil! Het koninklijk hart zal récht gaan spreken vandaag. Hoe ondervindt een mens dat God met hem bezig is? De koning kan niet slapen (Gods leiding). De koning laat zich voorlezen uit de kronieken van het rijk - als dat niet slaapverwekkend is... (weer Gods leiding). Uitgerekend de mislukte moordaanslag dankzij Mordekai wordt opgeslagen (toeval bestaat niet). En zo leidt God stap voor stap naar het moment dat het hart van de koning óm gaat. 'Schandalig dat deze redder-des-vaderlands nog nooit beloond is: dat moet dubbel en dwars goedgemaakt worden' denkt hij. En hij heeft het nog niet bedacht of daar is in alle vroegte Haman. Als je zou kunnen zien wat er in de hoofden van die twee mannen omging dan zag je de scherpst denkbare tegenstelling. In het hoofd van Haman werkte satan en hij is vast van plan om zometeen, tijdens de gewoonlijke bespreking met de koning even tussen neus en lippen te melden dat hij voor die Mordekai een spietspaal heeft klaarstaan. En in het hoofd van Ahasveros heeft God gewerkt dat diezelfde Mordekai op gans andere wijze verhoogd dient te worden, vandaag nog. Goddelijke humor: waar de duivel met de schandpaal aankomt staat de ereboog al klaar... En Gods humor gaat verder, wanneer Hij zijn vijand in het net van zijn eigen grootheidswaan gaat vangen. De koning vraagt: 'Wat zal de man gebeuren die de koning eer wil bewijzen'. In zijn grootheidswaan vult Haman ogenblikkelijk zijn eigen naam in en weet wel iets heeel eervols te bedenken...

2. Gods rechtvaardige ombuigingsbeleid: Haman gaat er kennis mee maken...

Nú. Exakt op het moment dat hij zichzelf opgehemeld heeft tot ongekende hoogte gaat zijn val beginnen tot ongekende diepte. God grijpt in. Heeft de koning hem door? Je zou het haast vermoeden. Zo scherp beveelt hij de tweede man van het rijk dit vernederende karwei meteen en stipt uit te voeren: 'Haast u! Haal dat kleed en dat paard waarvan u sprak en doe zo aan de Jood Mordekai. Laat niets na van wat u gesproken hebt!' Het doek valt. Dit is zo'n gigantische klap. Zo'n afgang. Je kunt het werkelijk niet sterker bedenken.

3. En dan is het Mordekai's beurt God aan het werk te zien met zijn ombuigingsbeleid

Je kunt je wel voorstellen dat hij niet weet hoe hij het heeft... Zo loop je in zak-en-as en zo in de mantel van de koning. Zie hem daar zitten op het grote plein van Susan op het paard van de koning: verhoogd. En Haman in de rol van slaaf 'Zo wordt gedaan aan de man die de koning eren wil'. En zal hij er niet achteraan hebben gedacht '... en zo wordt gedaan aan mij, de man die de koning onteren wil...' Hij weet niet hoe snel hij thuis moet komen. Incognito: het hoofd omhuld. Vroeger zijn neus in de lucht van trots. Nu ziet hij alleen het plaveisel nog. Als een geslagen hond. Onherkenbaar veranderd lijkt het hart van de koning wel. Heeft hij een paar dagen geleden niet met hem het glas geheven en een pact gesloten? En nu dit...

4. Hamans kliek komt ook onder de indruk van het machtsvertoon van de God van de joden

'Oei, dit gaat helemaal mis!' beseffen zijn vrouw en adviseurs onmiddellijk: dit wordt zijn totale ondergang, want Mordekai is een jood. Je proeft hier iets in van de heidense angst voor de God van de joden. Want in het heidense denken is het zo dat goden je lot bepalen en dat nu blijkbaar hun god het had moeten afleggen tegen die God van de joden... Uitgerekend nu de spietspaal klaarstaat wordt Mordekai verhoogd. Dat is in hun ogen een heel slecht voorteken. En zo is het precies: zie hoe razendsnel de gebeurtenissen opelkaar volgen. De eerste dominosteen is gevallen: ze zullen nu allemaal volgen... Daar komen ze hem al halen om hem te brengen naar wat zijn galgemaal zal worden. Ijlings brengen de koninklijke boden het slachtoffer ten paleize. De spanning stijgt naarmate de maaltijd vordert. De koning neemt het initiatief en vraagt vriendelijk en uitnodigend wat Ester op haar hart heeft.

5. Ester en Gods rechtvaardig ombuigingsbeleid

Ze zal moed gekregen hebben nu Mordekai zo ineens eer bewezen is vandaag. En ook de vriendelijke opstelling van Ahasveros zal haar bemoedigd hebben. Alsof God op zo'n manier laat merken: 'toe maar - Ik ben met je'. Toch begint zij heel voorzichtig:'Indien ik uw genegenheid gewonnen heb, o koning, en indien het de koning behaagt (en dan komt het:) dan worde mij het leven geschonken op mijn verzoek en mijn volk op mijn wens'. Ester moet de verbazing en de opkomende woede van de koning gemerkt hebben: 'Wie durft daar een vinger uit te steken naar mijn koningin en haar volk?!' Ze gaat verder: als we als slaven zouden zijn verkocht zou ik gezwegen hebben - maar we zijn verkocht om ons te verdelgen, uit te roeien'. Dan ontploft de koning als een vat buskruit:'Wie is die man die het hart heeft zoiets te doen, wáár is hij?!' 'Onze doodsvijand dat is Haman, deze schurk hier!'. Ester moet heel goed beseft hebben: niet ikzelf ben het, die hier met slimme gesprekstechniek het hart van de koning ombuigt - hier is God Zelf bezig. Hij is de Verhoorder van vele gebeden. Van kwaadheid weet de koning eerst geen woord uit te brengen. Hij weet niet beter te doen dan een 'time-out' te nemen en loopt de tuin in. Vastbesloten is hij als hij terugkomt: dit is Hamans laatste dag. En als hij dan Haman in dubieuze positie aantreft op de divan van zíjn koningin, weten zijn dienaren genoeg. Als standbeelden hebben ze in de houding gestaan rond de koninklijke dis, maar nu komen ze in aktie: Haman krijgt de blinddoek voor - het levenslicht wordt hem ontnomen - zo doet men met de misdadiger wiens lot bezegeld is. Kamerheer Charbona kan het niet laten zich een verkapt advies te laten ontvallen: 'wist u trouwens al van die paal die Haman voor Mordekai heeft laten oprichten'. De koning hoeft geen sekonde bedenktijd: 'hang hem er zelf aan op!'. Met stijgende verbazing moet Ester gezien hebben hoe God hier alles ombuigt, 180 graden: Haman gespietst - niet Mordekai, Mordekai grootvizier in Hamans plaats. Maar het blijft niet bij de veranderende lotgevallen van drie, vier personen...

6. Als het hart van een kòning om gaat heeft dat gevolgen voor heel zijn rijk

Voor kerk en wereld. Hoe genadig God is ondervindt het hele joodse volk: het mag in leven blijven, zelfs in een land met ijzeren wetten, die niet kunnen worden herroepen. Mordekai mag -om een lang verhaal kort te maken- een tegen-edict opstellen. Overal waar het goede nieuws doordringt vatten de joden nieuwe moed. Zak en as worden ingeruild voor feestgewaad en rondedans. Feesten kunnen ze. Zelfs zo dat het aanstekelijk blijkt te werken: het slaat over op de inwoners van Susan, merendeels perzen. We lezen dat de joden met eer overladen werden (8: 16). Het werd ze gegund. Mordekai is populair als bestuurder. En dan komen we bij één van de meest-betekenende zinnen van dit bijbelboek: 'En velen uit de volken van het rijk werden joden, want de schrik van de joden was op hen gevallen' (8: 17). Voor 'schrik' staat hier een woord dat alles te maken heeft met de 'vreze des HEREN' - 'ontzag voor de HERE'. Velen hadden door het gebeuren zo'n ontzag gekregen voor wat de HERE met zijn volk had gedaan, dat zij er voortaan ook graag bij wilden horen. Horen bij de joden. Horen bij de 'God-lovers', want dat betekent het woord 'joden' letterlijk. Zij wilden zelf ook graag 'God-lover worden. Is het niet geweldig?! Al die proselyten. Of, om het anders te zeggen: al die mensen die zich bekeren en zich bij Gods kerk voegen, tòen al.

7. Zo mogen ook wij onder de indruk komen van Gods wijs beleid

En ons bemoedigd weten. God heeft ook dit op het oog: groei van zijn gemeente. Hij geeft mensen die radicaal kiezen tégen de Haman-mentaliteit. Tegen uiteindelijk satan en zijn machten - en vóór God en zijn volk. Zo doet Hij zijn volk feestvieren. Zeker: er is gebeden. Zeker: er is inzet getoond. Dat blijft ook: bid en werk. Maar het blijft altijd een verrassing van God. Altijd zorgt Hij op ongedachte wijze voor keerpunten in de geschiedenis en maakt dat het met recht heilsgeschiedenis wordt. Denk aan dat ene unieke keerpunt, waar geen mens meer op rekende: toen op die paasmorgen. Had de satan niet overwonnen? Had de Rechtvaardige niet aan de kruispaal gehangen? Het had een en al droefenis en uitzichtloosheid geleken. En toen ineens: 'Hij lééft! De Heer is waarlijk opgestaan!'. En er komt een tijd dat valt voorgoed het doek gaat vallen voor satan en zijn hamannen. Lezen we niet in Openbaring 20 dat de machtige draak en zijn trawanten in de afgrond worden gestort. Eens en voor altijd. God houdt zijn wereldkerk in leven - dwars door alle dreiging heen. Als Hij harten ombuigt gebeuren er schitterende dingen. Ook vandaag de dag mogen we dat temidden van een verloederende samenleving gelukkig opmerken. Deze geschiedenis leert ons deze dingen ook werkelijk van Hém te verwáchten, er Hem aanhoudend om te bidden, het op te merken wat Hij voor onze ogen verricht - blij te zijn met elkaar. Blij te zijn met zo'n machtige God. Blij te zijn dat je samen van Hem bent: Hij die opkomt voor zijn volk.

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar