Dank aan God moet het leven beheersen (Dankdag)

Thema: Dank aan God moet het leven beheersen (Dankdag)
Tekst: Efeze 5: 20
Tekstgedeelte(n): Efeze 5: 1-21
Door: Ds. J.B.K. de Vries (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Balkbrug)
Gehouden te: Kadoelen op 4 november 1992
Vollenhove op 3 november 1993

Aanwijzingen voor de Liturgie

Lezen:
Efeze 5: 1-21
Tekst: Efeze 5: 20

Zingen:
Ps. 65: 1
Ps. 65: 5-6
Gez. 40: 1
Gez. 35: 1-3

Het is dankdag voor gewas en arbeid. Eeuwenlang heeft deze dag al een bijzondere betekenis in de kerken. Vaak was het zo, dat de opbrengst van de dankdag-collecte heel beslissend was voor de kas van de kerk. Als die collecte voldoende opbracht, waren er geen financiële zorgen voor de kerk.
Er is een tijd geweest, dat er veel minder dan tegenwoordig sprake was van vaste week-lonen of maand-salarissen. Vooral op het platteland werd het inkomen bepaald door de opbrengst van de oogst. Als dat binnen was, was er geld, ook voor het kerkelijk leven. En dankdag was de aangewezen dag om te geven.
De dankbaarheid aan God, die zorgde voor voldoende voedsel door de opbrengst van het land, werd geuit door samen te komen voor de evangelie-verkondiging. Maar die dank was niet een hol gebaar, als het oprecht was. Die dankbaarheid was ook te zien. Men dacht niet alleen aan zichzelf, maar ook aan Gods rijk en daarvoor werd royaal gegeven.
De omstandigheden zijn veranderd. De meesten zijn niet meer direct afhankelijk van wat het land oplevert. Met een vast maand-inkomen is een maandelijks vast bedrag voor de kerk een logische zaak. Een zaak van dank aan God.
Die dank aan God kan natuurlijk niet beperkt worden tot één vaste dag in het jaar. Die dank kan ook niet beperkt worden tot dankgebeden en offers. Op deze dankdag zullen we horen, dat heel het leven dank aan God moet zijn. Zo wordt het evangelie verkondigd onder het thema:

Dank aan God moet het leven beheersen

  1. Verwerping van de duisternis
  2. Belijden van Christus
  3. Wandelen in het licht

1. Dank aan God moet het leven beheersen door verwerping van de duisternis

Deze brief is door Paulus geschreven, toen hij in arrest zat. Hij weidt niet uit over zijn persoonlijke omstandigheden. Daardoor worden we niet gewaar, in welke stad hij gevangen zat en wat precies de reden voor zijn arrestatie is geweest.
De brief lijkt niet gericht te zijn aan een speciale gemeente, waar Paulus diverse mensen persoonlijk kent. Hij noemt geen namen van gemeenteleden, zoals in verschillende andere brieven wel gebeurt. Vermoedelijk is het een soort rondzendbrief geweest aan verschillende gemeenten in dezelfde streek.
Een medewerker van Paulus, Tychicus, heeft opdracht gekregen deze brief te bezorgen. Waarschijnlijk heeft hij een reisplan voor meerdere gemeenten, waar de brief voorgelezen moet worden. Eén van die gemeentes zal Efeze wel zijn geweest; en daar is de brief vermoedelijk bewaard. En zo is hij aan zijn naam gekomen: De brief aan de Efeziërs.
De gemeente-leden aan wie de brief gericht is, blijken vooral christenen te zijn, die oorspronkelijk uit het heidendom afkomstig zijn. Want Paulus spreekt hen zo aan: Eens was u heidenen, onbesnedenen, zoals de Joden zeggen.
Hij roept hen op God, de Vader, altijd voor alles dank te brengen in de naam van onze Here Jezus Christus. En die dank mag geen zaak zijn van alleen maar de kerkdiensten, waarin God gedankt wordt. Ook niet alleen van het gebed.
Die dank moet allereerst blijken in een breuk met het heidendom. Ze moeten navolgers van God zijn en geen afgodendienaars. God danken en ondertussen heidens leven, mag niet samengaan.
De tegenstelling tussen jood en niet-jood is verdwenen door Christus. Maar de niet-joden kunnen hun oude leven niet gewoon voortzetten. Ze zijn niet gebonden aan de regels uit de wetten van Mozes over besnijdenis en offers, over rein en onrein. Maar dat betekent niet, dat ze een wetteloos leven kunnen leiden.
De christelijke vrijheid brengt geen bandeloosheid. Het heidense leven wordt beheerst door talrijke regels. Het is een leven van wet op wet en regel op regel. Mensen vragen, wat ze in bepaalde situaties moeten doen, wat het beste is voor henzelf.
En op die vragen wordt in de heidense religie antwoord gegeven. Er zijn allerlei voorschriften hoe je vooruitgang kunt boeken, gezondheid en een lang leven kunt bereiken. Er zijn ook talloze voorschriften over het afweren van kwade invloeden.
Het heidense leven is geen wetteloos leven, een leven zonder regels. Het is juist een leven vol van regels voor alle mogelijke situaties, een leven overvol van alle mogelijke wetten.
Wie overgaat naar de christelijke kerk, wordt van al die heidense, menselijke wetten verlost. Hij komt in de vrijheid van Christus. Het leven wordt bevrijd van de last van al die heidense voorschriften.
Dat kan de christenen het gevoel geven, dat er zo goed als geen regels meer zijn. Dat in principe alles vrij is. Die gedachte werd in de gemeenten, waarvoor deze brief bestemd was, kennelijk uitgedragen. Want Paulus waarschuwt voor misleiding.
Er zijn christenen, die het in het dagelijkse leven niet zo precies nemen. Ze zijn toch bevrijd van al die regels uit het oude heidense leven? Ze dragen het uit, dat ze als christen nu vrij zijn in hun doen en laten.
Daarvoor waarschuwt de apostel indringend. Ze zijn vrij van de wetten van Mozes; ze zijn ook vrij van al die heidense regeltjes, waarmee het hele leven ingepakt werd. Je hoeft niet meer te letten op wat je eet en wanneer. Je hoeft niet meer angstig te zijn, dat je ongelukken krijgt, als je bepaalde goden en machten vergeet gunstig te stemmen.
Maar christen-zijn betekent niet, dat alle remmen nu wel los kunnen. Christen-zijn betekent vaak moeilijke keuzes maken en daarin volhouden. In het heidense leven waren heel wat plechtigheden met een religieus karakter.
Als er een feest was, ontbrak de religieuze toon beslist niet. Bijna alle feesten waren opgedragen en gewijd aan één van de goden. Een uitnodiging voor een feest was geen neutrale zaak in die wereld. Zo'n feest had meestal een godsdienstig karakter.
Nu waren er christenen, die daar geen moeite mee hadden. De keus voor Christus betekent niet, dat we ons uit de wereld terugtrekken. Zo zeiden ze. En terecht. Maar ze bleven ook naar feesten en plechtigheden gaan met een heidens karakter.
Want anders sloot je je van de rest van de mensen af. Als je nooit meer op feesten kwam, werd je aangezien voor een a-sociaal mens. Iemand, die andere mensen niet wilde accepteren; iemand, die zich uit het gewone leven terugtrok.
Dus gingen deze gemeente-leden gewoon naar deze feesten toe en dat verdedigden ze ook. Maar Paulus waarschuwt daarvoor. Hoererij is verboden. Dat lijkt een vanzelfsprekende zaak, maar bij de heidense feesten had de zogenaamde sacrale prostitutie een hele grote plaats. Daar waren speciale priesters en priesteressen voor.
In de heidense wereld werd de overtuiging uitgedragen, dat hiermee een band met de goden gelegd werd. Dat hierdoor de zegen van de godheid aan de deelnemers van het feest geschonken werd. Dit was een vanzelfsprekend onderdeel van heel veel feesten.
Paulus waarschuwt voor deze hoererij en maakt de waarschuwing heel algemeen door allerlei onreinheid te verbieden. De christen trekt zich niet terug uit de wereld, maar hij kiest wel radicaal positie tegen de afgoderij, ook waar sacrale prostitutie een vanzelfsprekende plaats heeft.
Ook de hebzucht bestempelt hij als afgoderij. In het heidense leven heeft het egoïsme, het opkomen voor jezelf, een enorme plaats. De heidense religie speelt juist in op de vraag: Hoe wordt ik er beter van, ook materieel. Daarvoor worden alle mogelijke regels en aanwijzingen gegeven.
Als christenen beheerst worden door het egoïsme en hun materiële belangen voorop zetten, maken ze zich schuldig aan afgoderij. Dat is dienst aan Mammon. Zonde tegen het eerste en tiende gebod.
Paulus wijst ook op onwelvoegelijkheid en zotte of losse taal. Daarmee komt hij op een ander aspect van het heidense leven, dat ook grote invloed had. Toneel was bij het volk geliefd. Vooral de blijspelen.
Je kunt die vergelijken met de komedies of komische televisie-series. Het ging niet om humor en geestige opmerkingen om de mensen aan het lachen te brengen en te vermaken. Maar men liet zich tot lachen brengen door platte en gore taal.
Dat groffe taalgebruik doortrok ook het dagelijkse leven. Maar Paulus waarschuwt ervoor: Daarin mag de christen niet meegaan. Je sluit je niet van je mede-mensen af, maar je doet niet mee met platte, gore taal.
De hogere standen vonden dat te platvloers, te direct. Die vermeden dat soort taalgebruik. Dat hoorde volgens hen bij de lagere standen. Hun humor stond op hoger niveau. Paulus duidt het aan met het woord "losse taal".
Dat is een taalgebruik, waarbij niet grof en rechtstreeks de dingen aangepakt werden, maar indirect met dubbelzinnigheden en toespelingen. Uiteraard lagen die dubbelzinnigheden en toespelingen vooral op het seksuele vlak.
De schuine mop is geen nieuwe verschijnsel van de moderne tijd. In de oudheid was daar ook sprake van. Wie spitsvondig was in het brengen van dubbelzinnige toespelingen, werd in die tijd beschouwd als een boeiend verteller.
Maar ook dat wordt door de apostel veroordeeld. Of het nu grof en rechtstreeks is, of verfijnd en indirect, een christen zal zich daarvan moeten onthouden. Groffe taal en spitsvondige dubbelzinnigheden: Ze horen niet uit de mond van een christen te komen. De christen moet te kennen zijn aan de dankzegging.
Je bedrinken aan wijn, past evenmin in het leven van de christen. In het heidendom waren feesten ter ere van de god Dionysus. Het de bedoeling was door een overvloed aan alcohol de remmingen te laten verdwijnen.
Zo kwam men in de dronkenschap tot een soort extase, waardoor men zich met deze god kon verenigen. Op die manier verkreeg men zijn zegen. Zo geloofde en leerde men.
Ook daarvan moet de christen afstand nemen. Wie uit een omgeving kwam, waarin men het heil vooral verwachtte van Dionysus, moest radicaal breken met deze dienst. Niet de geestverruiming door de wijn is de weg naar zegen, maar de leiding van Christus' Geest.
God danken is niet mogelijk, als het heidense leven voortgezet wordt. Wie dat doet, moet de toorn van God duchten. Dat is het leven in de duisternis. Het leven zonder kennis van God, die hemel en aarde beheerst.
Wie de keus voor God doet, wie God oprecht wil danken, zal moeten breken met het heidense leven. In de moderne samenleving vind je niet veel rechtstreekse religieuze verering van andere machten, of andere goden.
Heel veel dingen lijken min of meer neutraal. Er zit geen duidelijk anti-christelijk etiket aan. Maar verkijk je er niet op. De heidense idee was, dat de mens vreugde en geluk kon bereiken, als hij de remmen los kon gooien.
En daar werd een godsdienstig tintje aan gegeven. Dat godsdienstige tintje ontbreekt in het moderne leven. Maar het idee leeft nog steeds: Je moet af en toe de remmen los gooien, je moet je af en toe eens helemaal kunnen laten gaan. Dat levert je hoogtepunten van vreugde en geluk op.
Van die heidense gedachte is het leven doortrokken. Voor velen is seks een idool geworden. Een idool, dat men blijft vereren ondanks de Aids-epidemie. In feite wordt het openlijk aangemoedigd in officiële publikaties onder het mom van veilig vrijen.
Het speelt in het dagelijkse leven van velen een grote rol, zoals blijkt in gore taal en vuile moppen. Het werkt door in het vermaak: Waar lacht het publiek het hardst om? Dubbelzinnigheden en toespelingen op seks!
De grote tolerantie in het gebruik van verdovende middelen is een uiting van hetzelfde idee. Met die middelen raak je een tijdje los van het gewone, moeilijke en saaie leven. Kun je momenten van genot en bevrijding ervaren.
Maar het is een bevrijding, die op ongeluk uitloopt en niet zelden op de dood. De mens, die eens even uit de grenzen van zijn bestaan wil breken, graaft daarmee zijn eigen ondergang.
Eeuwen geleden waarschuwde Paulus al. De remmen los is geen oplossing voor je problemen. Daarmee raak je juist dieper in de moeiten. Want zo haal je de toorn van God over je. Zo mag de levensinstelling van de christen niet zijn.
Dankdag: Stilstaan bij wat God gegeven heeft. Er kon gewerkt worden en geoogst. Er is geen sprake van dreigende hongersnood, maar in ons land eerder van voedsel-overschotten.
Maar dankdag serieus nemen betekent: Elke dag van je leven zul je met de dank aan God bezig moeten zijn. Die dank aan God blijkt in het verwerpen van de duisternis van het moderne leven.
Die duisternis lijkt immers helemaal niet duister. Het lijkt juist bevrijdend. Zo'n uitspraak: Je moet je eens kunnen uitleven, dat doet je toch wat. Dat trekt, dat is verleidelijk.
Maar het evangelie onthult het als duister, als levensgevaarlijk. Zo leven is totaal in strijd met de dank aan God. Kies tegen het duister en voor het licht.

2. Dank aan God moet het leven beheersen door het belijden van Christus

Wat is eigenlijk de reden om God te danken? De naam van onze Here Jezus Christus! Paulus heeft deze brief geschreven aan christenen, die uit het heidendom afkomstig waren. Ze zullen voor hun bekering vast wel bekend geweest zijn met het jodendom.
Tussen Joden en heidenen lag een diepe kloof. De joden zonderden zich heel duidelijk van de heidense wereld af. De heidenen waren de onbesnedenen, de mensen, die Gods wetten niet kenden. Ze waren van het heil buitengesloten, want ze behoorden niet bij Israël.
Maar door Christus is de tussenmuur, die scheiding maakte, verdwenen. Heidenen hoeven niet tot het jodendom over te gaan, om met God verzoend te worden. Ze worden met God verzoend door Jezus Christus.
Ze hoeven niet besneden te worden. Ze zijn niet verplicht offers te brengen in de tempel. De bepalingen over rein en onrein hoeven niet nageleefd te worden om met God in het reine te komen.
Want Christus heeft hen liefgehad. God heeft hen in Christus uitverkoren. Gods uitverkiezing wordt wel eens gezien als een dreigende leer, een troosteloos dogma. Maar Paulus schrijft er in het eerste hoofdstuk van deze brief heel anders over.
Hij dankt God juist, dat Hij mensen uitverkoren heeft voor de grondlegging der wereld. Het is door Gods liefde, dat er mensen gered worden en als kinderen van God worden aangenomen.
Want Gods Zoon heeft ons zo lief gehad, dat Hij zich voor ons heeft overgegeven als offergave en slachtoffer. Al de oudtestamentische bepalingen, die met de offerdienst te maken hadden, zijn vervuld door Christus. Het is niet meer nodig, dat die bepalingen nageleefd worden.
De verzoening is niet gekomen via de offers, via de bepalingen van rein en onrein, maar via Christus. De dood van Christus was niet te wijten overmacht. Christus had helemaal niet hoeven sterven. Hij was machtig genoeg om zijn dood te voorkomen.
Maar Hij heeft zich overgegeven om te sterven. Dat sterven was offergave, slachtoffer. Dat offer bracht Hij zelf. Hij wist, dat geen ander offer door God aanvaard zou worden als betaling van de zonden. En daarom bracht Hij het.
In de heidense religie kende men ook verlossers. Maar geen verlosser, die de zonden van de mensen betaalde. De mens moest in het reine komen met de goddelijke wereld door zelf de hindernissen op te ruimen. Daarvoor kreeg de mens talloze aanwijzingen.
Daarom was het heidense leven volledig doortrokken van alle mogelijke wetsregels. Regels, die de mens zouden verzoenen met de goddelijke machten. Daar kende men geen Verlosser, zoals Jezus Christus, die alle menselijke schuld op zich nam en afbetaalde.
De evangelie-verkondiging was een verrassende boodschap. Dat God zo verlost had, was nooit bij mensen opgekomen. Mensen hadden allerlei heilswegen bedacht. Daar is de wereld der religies vol van. Maar de weg van het kruis, van het offer van Gods Zoon - die weg heeft geen enkele religie kunnen bedenken.
Zo is de christelijke verkondiging een unieke zaak. Verlossing door het offer van Christus vormt een harde tegenstelling met wat de heidense religies verkondigen: Verlossing door de wet, verlossing door de inspanning van de mens.
De mens is verlost van de druk om zelf zijn heil tot stand te brengen. Je bent al bevrijd van schuld en vloek. Door Christus. Dat is de grote reden om God te danken. Alles wat tussen God en jou in stond, is door Christus opgeruimd.
Je dankt God in de naam van onze Here Jezus Christus. En zonder die naam is echte dank aan God niet mogelijk. Mensen kunnen heel gevoelig en oprecht gemeend spreken over God en Gods goedheid. Dat God goed is, spreekt heel veel mensen aan.
Maar God is alleen goed in Jezus Christus. Als je God dankt voor zijn goedheid, zonder Jezus te belijden, spreek je zinloze woorden. Zulke dank wordt door God niet aanvaard.
Zeker, God is goed. Hij laat de zon opgaan over bozen en goeden. De gewassen groeien en rijpen voor allen. Ieder mag zo leven dankzij Gods goedheid. Maar als mensen niet verder komen dan een vaag besef van dank aan God, die veel geeft, is het niet goed.
Die dank kan en moet gebeuren in de naam van Jezus. Al Gods goedheid wordt een vloek voor mensen, die Jezus niet als Verlosser belijden. Al die goedheid, waar ze God misschien wel voor danken, maakt hun oordeel alleen maar zwaarder, als ze weigeren Christus te belijden.
Die belijdenis is een hoogst actuele zaak. Velen willen voor Jezus wel de nodige eerbied opbrengen. Velen willen ook nog wel over zijn offer spreken, maar dan in overdrachtelijke zin.
Maar dat de dood van Jezus het enige zoenmiddel voor de zonden is, wordt ontkend. Dat Jezus onze plaats innam aan het kruis, wordt geloochend. Zijn dood is niet meer dan een voorbeeld van overgave en zelfopoffering. Een heel indringend voorbeeld, maar geen zoenmiddel.
Wie dit verkondigt en gelooft, kan vandaag wel deelnemen aan dankdag en mooie woorden spreken van dank aan God. Maar God aanvaardt zulke dank niet. Dank, waarbij het sterven van Jezus als verzoenend offer afgewezen wordt.
Het woord dank en dankbaar betekent niets, als daar niet allereerst de dank is voor het verzoenende sterven van Jezus aan het kruis. Het kruis als het altaar, waar alle schuld betaald werd, is de enige basis voor dank aan God. Wie een ander fundament kiest, heeft de dank voor Gods grootste liefde weggegooid.
Dankdag zonder Christus als offergave en slachtoffer voor de zonden, is een loos gebaar. Een grote dankdag-gave is God niet aangenaam, als die gegeven is zonder overgave aan Jezus Christus als Heiland en Verlosser van je schuld.
Dankdag zonder Christus brengt geen zegen, maar vloek, al heb je ook nog zoveel gegeven. Want God vraagt niet veel, Hij vraagt alles. Hij vraagt je hart. Een hart, dat belijdt: Zonder Christus ben ik verloren. Door Christus alleen ben ik gered. In de naam van onze Here Jezus Christus kan ik danken.

3. Dank aan God moet het leven beheersen door te wandelen in het licht

De apostel draagt de christenen op God te danken, ook al zijn de dagen kwaad. Het evangelie van het kruis is gekomen. Heidenen zijn verlost en met God verzoend. De christelijke kerk is geplant in allerlei plaatsen.
Maar waar het evangelie vaste voet krijgt, wordt het verzet van satan groter. En velen volgen hem. Aan de ene kant staan de belijders van Christus. Aan de andere kant de mensen, die het evangelie van Christus bewust verwerpen.
Er is geen plaats voor neutraliteit. Er is geen middenweg. Het is voor of tegen Christus. En dat leidt tot botsingen en conflicten. De belijders van de Christus is geen gemakkelijke weg in dit leven beloofd. Ze moeten juist rekenen op weerstand. De dagen zijn kwaad.
Maar ze zullen wandelen in het licht. Paulus zegt het nog sterker: Ze zijn licht en ze moeten wandelen als kinderen van het licht. De dank aan God moet beginnen met de belijdenis, dat Jezus hun Heer en Heiland is door zijn offer aan het kruis.
Die dank moet niet alleen een belijdenis met de lippen zijn, het moet ook een belijdenis van de daad zijn. In het dagelijkse leven moet blijken, dat ze afstand doen van het heidense leven in al zijn vormen. Dat is geen eenvoudige zaak.
Maar wie dankbaar is voor wat God heeft gedaan in Christus, wil ook graag weten, wat de wil van God is. En die wil ook leven naar de wil van God. Zelfs, als dat betekent een apart staan in de wereld, en bespot en veracht en vervolgd worden.
De christen kiest niet voor de bandeloosheid onder het mom van de christelijke vrijheid. De christen kiest voor de wil van God. Geen vervuld worden met wijn, maar met de Geest van God.
Die Geest van God krijg je niet door lijdelijk af te wachten. Die Geest vervult je, als je het evangelie tot je door laat dringen. Als je luistert naar de evangelie-verkondiging en die in je op probeert te nemen. Als je leest in je Bijbel.
Dat is de weg van Gods Geest in de wereld; die gaat via het evangelie van het kruis. Het is geen gemakkelijke weg. Die vraagt inzet en inspanning. Het waait je echt niet aan. Het is niet als met het moderne amusement.
Dat wordt afgestemd op de wensen van de massa en zo boeiend en aantrekkelijk en aansprekend gebracht, als maar mogelijk is. Het evangelie van het kruis is geen boeiend, aantrekkelijk en aansprekend geheel. Maar het is wel de weg, die de Geest gebruikt. Weersta de Geest niet.
Want zo weet je, dat God je Vader is. Dat offer op Golgota heeft iets uitgewerkt, wat je zelf nooit kunt bereiken: Je bent Gods kind geworden en Hij zal eeuwig voor je zorgen.
Daarom moet je Hem altijd overal voor danken. Die dank komt in de eredienst op dankdag tot uiting. Met de dank, dat er gewerkt kon worden en er meer dan voldoende voedsel is in het komende seizoen.
Die dank komt telkens tot uiting in de andere erediensten, als de psalmen en gezangen gezongen worden. Niet mee willen zingen, betekent: Je God en Vader niet mee willen danken.
De grondtoon van je leven moet de dank aan God zijn. Je hebt het niet verdiend en toch is God voor altijd je Vader. En van die Vader krijg je, wat je nodig hebt in dit leven. En daarvoor dank je. Met woorden en met daden, met een wandel in het licht.
Als het leven goed gaat, zal danken niet zo'n probleem zijn. Maar het leven gaat niet altijd goed. Soms kan verdriet en moedeloosheid toeslaan en de dood. Dan kan het moeilijk worden dank over je lippen te laten komen. Dan kan het ook moeilijk worden te blijven wandelen in het licht van het evangelie.
Maar het is je Vader, die je leven ook door donkere dalen leidt, niet omdat Hij je wil kwellen. Maar omdat Hij alleen weet welke weg je veilig thuis brengt. Of welke weg je het heil van een ander moet dienen.
Het kan gebeuren, dat je achteraf inzicht krijgt in iets van Gods vaderlijke leiding in moeilijke tijden. En dan kun je ook oprecht danken voor de moeilijke dagen, omdat God ze voor je heil en voor zijn rijk gebruikt heeft.
Lang niet altijd zul je dat inzicht krijgen. En toch zul je altijd moeten en kunnen danken. Want in alle wisselvalligheden is er één ding, dat eeuwig vast staat. God heeft zijn liefde overtuigend bewezen: Hij spaarde het liefste, dat Hij had, niet: Zijn Zoon Jezus Christus. Betaal Hem daarom je dank!

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar