Kerk, grijp de grote kans die God u biedt!

Thema: Kerk, grijp de grote kans die God u biedt! God geeft zijn wet aan de kerk als de wegwijzer naar een grote toekomst in hun omgeving!
Tekst: Deuteronomium 7: 12 (of: Zondag 34a, Vraag en Antwoord 92-93 H.C.)
Tekstgedeelte(n): Deuteronomium 7: 7-21
(Zondag 34a, Vraag en Antwoord 92-93 H.C.)
Door: Ds. Ton de Ruiter (destijds predikant gereformeerde kerk vrijgem. Enkhuizen)
Gehouden te: Enkhuizen op 17 maart 2002
Opmerking TdR Deze preek is ook te gebruiken als catechismuspreek over Zondag 34a (Vraag en Antwoord 92-93) van de Heidelbergse Catechismus, als een inleiding op de behandeling van de wet in volgende preken

Aanwijzingen voor de Liturgie

Liturgie:
Votum en zegengroet;
Ps. 106: 1-2
Wet
Lied 78: 1 [ vestig aandacht op laatste twee regels ]
Gebed
Lezen: Deuteronomium 7: 7-21 [ vertel even dat Mozes de geschiedenis en wetten herhaalt; hij heeft net in hoofdstuk 5 de tien geboden gegeven en werkt die verder uit in het vervolg en roept op zich echt aan de wetten te houden ]
Ps. 106: 16, 19 [ kondig dit lied aan met de woorden: "helaas, we kennen de geschiedenis, dat het volk vaak ongehoorzaam was en niet naar de Here luisterde; daardoor heeft Israël heel veel zegen misgelopen; daar zingt Ps. 106 ook over: verzen 16 en 19" ].
Tekst: Deuteronomium 7: 12 (of: Zondag 34a, Vraag en Antwoord 92-93 H.C.)
Preek (eerste helft)
Gez. 17: 5
Preek (tweede helft)
Lied 78: 2, 4
Gebed
Collecte
Ps. 81: 7-12
Zegen

Twee punten van aandacht, na het eerste zingen we: Gez. 17: 5.

1.

De 10 geboden gaf God aan Mozes op twee stenen platen, grote platte stukken steen, waar letters in gegraveerd konden worden.
Die stenen platen worden ook wel de twee 'tafels' genoemd (= oud woord, denk aan 'tafelblad').
Mozes kwam er mee de berg af. God zelf had de wet erop geschreven. De tien woorden.

Veel mensen denken:

Maar vrijwel zeker stond op iedere plaat gebod 1-10. Dus twee dezelfde exemplaren.
Want zo ging het vroeger als twee partijen, volken of koningen, een verbond sloten. Eén exemplaar was voor onder je eigen stoel / archief; en één exemplaar voor die ander. Ieder kon hem zo pakken en lezen en wist waar hij zich aan moest houden. Zo ook vandaag bij verdragen tussen twee landen of bedrijven: je ziet dan altijd dat er twee exemplaren getekend worden.

Mozes had twee exemplaren van Gods wet: één plaat voor God en één voor het volk. Maar... waar moest Mozes die twee stenen platen neerleggen? ... [ vraag aan de kinderen ].
In die kist (de ark van het verbond), in het heilige der heilige waar God woonde. DUS: beide platen onder Góds stoel!

Natuurlijk was de wet ook overgeschreven op papier of op andere stenen platen, zodat Israël de wet kende. Maar de twee officiële platen werden gelegd onder Gods troon in het heilige der heilige. Dat is best wonderlijk.

Wat betekende dat?
Simpel dit: God zelf zou voor de beide kanten van het verbond zorg dragen.
1. Voor zijn plichten: Hij zou God van Israël zijn en dus alles doen om voor hen te zorgen. Ik ben de Here JULLIE God!
2. God zelf zou de Israëlieten hulp en kracht geven, zodat zij hun plichten zouden kúnnen nakomen (dat is de geboden houden, gehoorzaam leven). Zo zouden zij het kunnen, dankzij Gods hulp.
En zelfs als zij daarin zouden falen of per ongeluk van Gods geboden af zouden wijken - als ze dan met berouw en bekering tot God zouden komen, zou Hij hen vergeven en zorgen dat ze schuldvrij zouden zijn.

God beloofde: 1. Ik zal jullie God zijn en alles doen wat Ik moet doen; maar 2. ook jullie alles geven om van jullie kant trouw te blijven.
Dat garandeerde God met die twee stenen tafels onder zijn stoel. Hij zou hen altijd kracht geven om als kinderen van God aan hun Vader trouw te kunnen blijven.
Niemand in Israël kon dus zeggen: "ik ben een zondaar, dus ik kan niet doen wat God vraagt in zijn geboden". Onzin! God garandeert: "Ik geef je de hulp die je nodig hebt om in mijn wegen te gaan. Jij kunt het dus wel - zo zeker als die twee stenen tafelen in die kist in mijn huis liggen. Ik help je! Geloof Me, vertrouw Me".

En Mozes zegt dan ook steeds namens God: mensen, hou je nou gewoon aan de geboden; dat kan echt! Jullie leven immers met God, daarom is nu je onmacht weg. Als je nu toch in zonde leeft, dan is dat jouw keus en jouw schuld!
Natuurlijk zondigen we allemaal wel eens per ongeluk - oké, erken het en breng offers bij de tabernakel of de tempel en er is vergeving; maar zeg nóóit als Israëliet: ach ja, ik ben nu eenmaal zo'n machteloze zondaar.

We lezen steeds dat Mozes en de Here gewoon zeggen - bijvoorbeeld Deuteronomium 6: 1- 2: ... [ lezen: Deuteronomium 6: 1- 2 ] - en ook hoofdstuk 7: 12 en 8: 1: … [ lezen: Deuteronomium 7: 12 en Deuteronomium 8: 1 ].
Dat lees je overal: God geeft zijn geboden om die na te leven. Israël kan het, want... God is bij hen en helpt hen, geeft alles wat daarvoor nodig is.
Dat is het geheim altijd bij God: Hij vraagt wat Hij geeft (en andersom).
Met zijn geboden komt altijd zijn kracht en hulp mee! Daarom is het niet onmogelijk!

Even ter vergelijking:
Vraagt u weleens van een klein kind dat nog niet zelf kan lopen: "loop!", zonder dat je een helpende hand biedt? Denkt u, dat God zoiets geks wel zou doen als volmaakte Vader?

Nu moet ik even een misverstand wegnemen, dat wel eens ontstaat vanuit Zondag 4 van de catechismus. Laten we het even lezen: Vraag en Antwoord 9: ... [ lezen: Vraag en Antwoord 9 van Zondag 4 Heidelbergse Catechismus]

Hier lijkt te staan dat mensen nóóit kunnen doen wat God vraagt.
Maar vergis u niet. De Catechismus praat hier even over ons hoe we zouden zijn zónder God! Als God als helpende vader niet naast ons is. Stel je even voor. Nee, zonder Gods nabijheid en hulp, inderdaad - dan kan níemand Gods geboden houden. Dan kun je God niet liefhebben en eren zoals moet. Dan is je zondige hart immers de baas. Niemand kan leven voor God, zonder zijn hulp. Dan ben je en blijf je 'onbekwaam tot enig goed en geneigd tot alle kwaad'. Maar mét Gods hulp? Ja, dan is het ánders.
Kijk, aan het eind van Zondag 3 staat dat in Vraag 8: ... [ lezen: Vraag 8 van Zondag 3 van de Heidelbergse Catechismus ] en het antwoord is: ... [ lezen: Antwoord 8 van Zondag 3 van de Heidelbergse Catechismus ]

Ook de Catechismus zegt: als je wedergeboren bent - als je met God in aanraking gekomen bent - als God dus bij je is als jouw Helper en Vader - dan is het anders! Dan kun je het wel: leven naar Gods geboden.

Nou Israël was door God zelf uit Egypte gehaald - door God zelf door de woestijn heen gedragen naar de berg Sinaï. Iedere Israëliet wist: God is bij ons / mij als Helper. En als God zegt, dat we iets moeten doen, dan geeft Hij ons er ook de kracht voor. Al moeten we door een Rode Zee. Al lijkt het onmogelijk. Dat was werkelijkheid voor iedere Israëliet. En dat IS ook zo voor iedere gedoopte zo.
God is niet onbillijk en onredelijk. Hij vraagt geen onmogelijke dingen van zijn kinderen! U en ik doen dat ook niet. Nou, onze goede en volmaakte hemelse Vader doet dat zéker niet!

Helaas... de Israëlieten waren heel vaak ongelovig, onwillig. 'Hardnekkig' noemt de Here dat. En christenen zijn het ook nog wel eens. God de Vader verweet het Israël en verwijt het ons als wij weten dat iets zonde is en het dan toch vasthouden en blijven doen. God kijkt dan verwijtend, want we kunnen wel anders. God is immers bij ons om ons te helpen. 'Waarom geloven jullie niet?', zo vroeg God voortdurend aan Israël. 'Waarom vertrouwen jullie niet, dat Ik bij je ben om je te helpen gehoorzaam te zijn? Zo zeker als Ik je uit Egypte haalde; zo zeker als die twee stenen tafels in de tabernakel liggen.' Zo zeker als je gedoopt bent. Waarom dat ongeloof, die onwil en hardheid van hart; weten dat iets zonde is en dat het toch blijven doen?

Dat is het eerste waar ik uw aandacht nog eens bij wil bepalen. Gods wetten zijn niet te zwaar en te moeilijk voor kinderen van God, die ons helpt.
Ook in het Nieuwe Testament lezen we dat:

Laten we nu biddend zingen: Gez. 17: 5.
[ Zingen: Gez. 17: 5 ]

Geloof, dat is weten, dat Gods wetten niet te moeilijk zijn. Jezus is toch naast ons en de Heilige Geest in ons.

2.

Nu het tweede belangrijke punt:
God zei: als je je nu houdt aan mijn geboden DÁN ZAL HET JE WEL GAAN. Dán zal Ik je bevestigen, zegenen en sterk maken; ja, sterker dan de volken om je heen.
Moet u horen: Deuteronomium 7: 12 ... [ lezen: Deuteronomium 7: 12 ]

Dan zal God het verbond (dat is de band tussen Hem en zijn volk) 'bevestigen' - dat is sterker maken; laten zien en merken, dat Hij echt bij hen is. Hoe? Nou Hij zal in hun midden komen en zijn kracht laten blijken. Dan gaan er wonderlijke dingen gebeuren. Kijk, hoofdstuk 7: 13 ... [ lezen: Deuteronomium 7: 13 ]
Het wordt meer zichtbaar, tastbaar, ervaarbaar in hun midden. Ook de vijanden zullen het merken dat God bij hen is - ze zullen Gods volk / de kerk niet aan kunnen; nee, zelfs andersom: de kerk zal hén juist overwinnen. Als Israël echt in alles leeft naar Gods geboden - dan zullen ze onoverwinnelijk zijn. Want God komt dan met kracht in hun midden wonen en werken!

Pas dat vandaag eens toe op de duivel, op de geestelijke machten van het ongeloof in ónze tijd. Wie is er vandaag sterker in Nederland? Wie wint er vandaag? Christus en zijn rijk of de satan en zijn rijk? Is God tastbaar in ons midden? Is God in de kerken in Nederland met grote kracht? Waardoor Gods koninkrijk, de gemeente groeit...? Nee! Doe je ogen open en kijk naar de feiten en naar de statistieken. Eerlijk gezegd: nee.

Maar... als Israël zwakker werd dan de Filistijnen of de Babyloniërs (de machten van ongeloof) - hoe kwam dat? Hoe kwam het dat God dan niet krachtig in hun midden was, waardoor ze . . . ?
Antwoord: omdat Israël weer eens ontrouw was en niet luisterde of slechts oppervlakkig leefde met God en niet radicaal trouw was aan God.
Jawel, God gaf hen alles om Hem trouw te kunnen zijn. Maar ze deden het niet.
Ja, en dan... dan ging Hij uit hun midden weg. Want zij bedroefden de Geest van God; die ging van hen wijken, afstand nemen. En dan werd Israël zwak; dan deed God geen grote dingen meer vóór hen en dóór hen heen. God was niet meer krachtig in hun midden.

Maar als mensen door Gods hulp gaan leven zoals Hij wil - DAN komt God al meer met zijn grote kracht in hun midden. Dan werd Israël onoverwinnelijk. Dan mochten ze zelfs met God grote dingen doen: zelfs overmachtige vijanden werden verjaagd.
Maar als Israël niet werkte met de hulp die God gaf om gehoorzaam te zijn, en dus wat sjoemelde met Gods geboden - dan werd Israël een volk zonder God in hun midden. Dus ook machteloos tegenover de heidenen.

En zo werkte en werkt God altijd!
De Here geeft eerst zijn Geest om ons te helpen leven in geloof voor Hem, naar zijn geboden, in de voetsporen van Jezus. En als kerkmensen dat doen, dán gaat God zijn aanwezigheid al meer bevestigen door wonderdaden. Ja, ook wel door genezingswonderen of andere bijzondere gaven; maar vooral door kracht te geven aan ons getuigen. Hij gaat dan zélf door óns heen anderen aanspreken. Hij is dan al krachtiger in ons midden.

Hier lag steeds de hoopvolle, grote kans voor Israël - die ze, helaas, veel te weinig aangepakt hebben. Een grote geweldige toekomst lieten ze schieten. Hardnekkigen. Wat zal God daar verdriet van gehad hebben.
Want als zij echt met God zouden leven - dan had God hen echt onoverwinnelijk gemaakt - al die eeuwen van het Oude Testament. Maar helaas, eigenwijs waren ze. Daarom bevestigde God het verbond niet. Daardoor bleven ze vaak een zwak en slap volk en misten ze Gods kracht.

Nu weer even naar ons vandaag: is God altijd in het midden van zijn volk aanwezig? In kerken aanwezig? We kunnen wel roepen en denken 'God is in ons midden', maar is Hij echt daadwerkelijk en krachtig aanwezig?
In de Bijbel staat een brief aan een gemeente waarin Jezus zegt: "gemeenteleden, jullie kunnen wel mooi zingen hoor, maar Ik, Jezus, Ik sta buiten! Ik ben aan het weggaan. En waarschuwend klop Ik nog op de deur om weer binnen gelaten te worden. Bekeer je van je lauwheid - jullie inzet voor God is maar zo matig - jullie leven naar Gods geboden is zo oppervlakkig. Je inzet voor de gemeente is zo lauw. Toen ging Jezus er uit. En zij maar roepen en denken dat Jezus in hun midden was. Maar... Jezus was helemaal niet bij hen. Verschrikkelijk.

Laten we dat lezen: Openbaring 3: 14-22 ... [ lezen: Openbaring 3: 14-22 ]

Laodicea kon een overwinnende gemeente worden, waarin Jezus met grote kracht aanwezig zou zijn. Maar helaas. Ze grepen de kans niet en hebben die kans... verspeeld. Jezus ging weg uit hun midden. Ja, Hij klopte nog aan de buitenkant om nog te waarschuwen.

Dit roept de vraag op: hoe is het bij ons? Staat Jezus binnen of buiten? Dat is een ernstig punt. Druk zo'n vraag niet weg uit angst. Overweeg het serieus, ook als gereformeerden.

Maar laat ik het positief vragen: wilt u / jij graag meemaken dat Jezus echt, ja al krachtiger, in ons midden gaat werken? Door u / jou en mij heen? Dat Hij zijn aanwezigheid gaat bevestigen door krachtige daden van Hem? Ja, toch. Dat verlangt u toch ook? Net als ik!
Nou, laten we er dan voor kiezen en blijven kiezen om echt te gáán voor Hem; om radicaal christen te zijn in alles, in grote en kleine dingen.
Wie weet - misschien wil de Here dán zijn aanwezigheid in ons midden ook al krachtiger gaan bevestigen en ons al sterker, ja onoverwinnelijk maken. Geloof dat God en Jezus via zijn gemeente ook in ... [ lees hier: de naam van de streek en de plaatsnaam van de gemeente ] het koninkrijk van Jezus KAN en WIL laten groeien.
Maar... uw, jouw en mijn niveau van christen-zijn is mee beslissend. God kijkt naar ons of Hij krachtig in ons midden zal komen werken of niet (net als bij Israël). Het hangt echt mee van ons af. Net als vroeger van Israëlieten. God geeft ons echt verantwoordelijkheid, of je dat nu wilt of niet. Net zoals vroeger bij de Israëlieten. Beslissend was en is altijd weer: wat doet Gods volk met Gods wetten en aanwijzingen; die Hij gaf via Mozes en via Jezus en via de apostelen? Wat doe jij daarmee? Wij? Dat beslist mee over onze toekomst, over de vraag of God krachtig zal werken in ons midden, of niet; in ... [ lees hier: de naam van de streek en de plaatsnaam van de gemeente ] of niet.
Er is hoop, broeders en zusters!
De toekomst is niet hopeloos. Dat was het voor Israël ook nooit - voor ons in ... [ lees hier: de plaatsnaam van de gemeente ] ook niet.
Moge de Here ons geloof geven, vertrouwen - en laten wij gehoorzaam zijn en inzet tonen, zodat Hij graag in ons midden wil wonen en zijn aanwezigheid wil bevestigen met kracht.

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar