Daniël (Deel 7: De Mensenzoon tegenover de beesten met hun streken)

Thema: De Mensenzoon tegenover de beesten met hun streken
Tekst: Daniël 7 : 13-14; Daniël 7 : 27
Tekstgedeelte(n): Daniël 7 : 9-28
Door: Ds. D. Griffioen (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Amsterdam-Centrum)
Gehouden te: Amsterdam-Centrum op 23 december 2001
Opmerking RJCV: De delen van deze serie kunnen ook afzonderlijk worden gelezen:
Daniël - 1: God laat Daniël als kind van Gods Koninkrijk leven tussen de machten,
Daniël - 2: Onze God de Allerhoogste heerst over astrologen en wereldheersers,
Daniël - 3: Geloof overwint het geweld,
Daniël - 4: Eindelijk op de knieën gebracht...,
Daniël - 5: Indrukwekkend beschreven en pijnlijk gewogen,
Daniël - 6: Een volhardende bidder tot God tegenover gevaarlijke leeuwen,
Daniël - 7: De Mensenzoon tegenover de beesten met hun streken,
Daniël - 8: Bidden om wat God beloofd heeft.
Opmerking: Deze preek is geschikt voor adventstijd in verband met de 2de wederkomst van Christus
Benodigd:

Schematisch overzicht van het boek Daniël is met vriendelijke toestemming overgenomen uit: Tj. Boersma, 1977. De bijbel is geen puzzelboek. J. Boersma B.V., Enschede (p. 171).

Klik om te vergroten [ printen op sheet van A4-formaat ]

Extra: Inleiding op de prekenserie: Daniël.

Aanwijzingen voor de Liturgie

Votum en zegengroet
Lied 139: 1-3 én Ps 89 : 1, 3, 5
Schuldbelijdenis en genadeverkondiging
Ps. 89 : 6-7
Gebed (Gebed om de Geest)
Lezen: Daniël 7 : 9-28
Lied 129 : 1, 4-6
Tekst: Daniël 7 : 13-14; Daniël 7 : 27
Preek
Ps. 89 : 13, 17-18
Wet
Ps. 89 : 9
Gebed (Dankzegging en voorbeden)
Collecte
Lied 63 : 1-5
Zegen

Gemeente van onze Here Jezus Christus,

Het is al te vinden bij de bekende dichter van de 'tachtigers', Willem Kloos - u weet wel die man die zichzelf god vindt in het diepst van zijn gedachten - dat de wereldgeschiedenis vergeleken wordt met de zee. Hij dichtte een gedicht als volgt:

De zee, de zee klotst voort in eindeloze deining
zij wast zichzelf af in eeuwige verreining
en wendt zich altijd om, en keert weer waar zij vliedt
zij drukt zichzelve uit in duizenderlei lijning
en zingt een eeuwig blij en eeuwig klagend lied.

De zee als beeld van de geschiedenis. Eindeloos voort deinend, om zichzelf schoon te wassen. Eindeloze herhaling en wederkeer. Nu eens verdrietig stemmend, dan weer blij makend. De zee geeft en de zee neemt. De oceaan is een eindeloos slagveld en ook een duistere schoot waar het afval van de geschiedenis blijkbaar veilig kan rusten. Volkeren, wereldmachten, komen op als golven en verdwijnen ook weer voorgoed in de diepte. De zee trekt áltijd onze aandacht. Zoals wij élke dag even moeten kijken en horen naar het nieuws, of er nog dingen gebeurd zijn in de wereld...

In de droom van Daniël is de zee óók het beeld van de geschiedenis. Bij Daniël is het niet als in het gedicht van Willem Kloos. De zee van de geschiedenis die zichzelf in beweging houdt. Het is nét even anders. Daniël staat in die nachtelijke droom aan de oever van de zee. De zee wordt door geweldige windvlagen zeer onstuimig opgezweept. De stormen zijn als boden van God gezonden om álles in beweging te brengen.

Uit de zee komen beesten op. Vier beesten. Mogen die ongestoord hun gang gaan in de volkenwereld? Is er niemand die ze stopt? Heeft God er de hand in dát die verschrikkelijke machten de bewoners van de aarde teisteren? Of is de zin van de geschiedenis dat God uiteindelijk iedereen voor zijn rechterstoel daagt?
Het thema van de preek zou ik als volgt willen omschrijven:

De Mensenzoon tegenover de beesten met hun streken

Daniëls droom moet aan het eind van z'n leven gekomen zijn, toen hij al een oude man geworden was. Het is de tijd van koning Belsassar, de tijd van Daniël 5 dus. De weggepromoveerde ambtenaar Daniël kreeg 's nachts een gezicht. Als hoge ambtenaar en adviseur van de koning kun je op een politiek zijspoor geraken. Maar Daniël is nog steeds actief in dienst van God. Aan het begin van zijn carrière kreeg hij de gave om de angstige dromen van koningen uit te leggen. Nu is hijzélf afhankelijk geworden van anderen om zijn eigen droom uitgelegd te krijgen. De dromenuitlegger moet nu zelf om uitlegging vragen.

De droom over de zee waaruit allerlei gevaarlijke beesten zich loswoelen, lijkt veelszins op de droom van Nebukadnessar uit Daniël 2. Het is nu nogal heftig. Daniël is er zelf intensief bij betrokken. Hij wordt lijkbleek van de dingen die hij zag en hoorde. Is dat om de beelden die hij zag, òf om de betekenis die er aan gegeven werd?
De vier dieren blijken vier opeenvolgende wereldrijken te zijn. Verscheurende beesten. Angstig makend en indrukwekkend.1

Het eerste dier lijkt op een leeuw, die koninklijke uitstraling heeft. Hij heeft zélfs vleugels als van een adelaar. (Een soort griffioen dus!, ik kan het ook niet helpen). Maar zijn vleugels worden afgerukt en hij wordt overeind gezet als een mens.
Dat is het koningschap van Babel, nog steeds majesteitelijk afgebeeld. De vleugels duiden op de snelheid waarmee het rijk van Nebukadnessar opkwam. Er is echter geen reden om je aan dit rijk te vergapen: de vleugels worden afgeplukt. Het beest wordt rechtop gezet. En krijgt de trekken van een mens. Babel is echter niet eeuwig, maar vergankelijk en even kwetsbaar als een mens die vergaat. Ongetwijfeld is hier de hoogmoed van Nebukadnessar mee aangeduid.

Het tweede dier dat uit de zee opkomt, lijkt op een beer. Hij wordt als zeer vraatzuchtig beschreven. Lelijk en plomp, onbarmhartig en meedogenloos. Dat past wel bij de Mediërs, die niets liever deden dan overrompelen en verslinden. Opvallend is dat de beer hier voorgesteld wordt als een carnivoor: drie ribben heeft het nog in z'n muil. "Sta op, eet veel vlees!" wordt het toegevoegd. En dat belooft niet veel goeds voor volken en samenlevingen...

Het derde dier lijkt op een panter. Sluw en snel vooral. Opvallend zijn z'n vleugels, die hem nóg sneller maken in z'n aanvallen. Zorgwekkend zijn die vier koppen op z'n rug, waarmee de vier Perzische koningen zijn aangeduid. Ook dit rijk heeft geen eindeloos durend bestaan.

Dan komt het vierde, het meest schrikwekkende van allemaal. Echt een monster is het. Angstaanjagend. Het wordt niet beschreven naar z'n uiterlijk, maar slechts z'n eigenschappen worden genoemd. Beestachtige eigenschappen heeft hij, zoals ze perfect passen op het imperialisme van het Griekse soort, à la Alexander de Grote. Koperen klauwen die nooit meer loslaten. IJzeren tanden die kennelijk bestemd zijn om te verscheuren. IJzer is het oorlogsmateriaal bij uitstek. Het beest krijgt tien horens. Die tien horens blijken tien koninkrijken te zijn. De tien Griekse opvolgers van Alexander de Grote hebben altijd hoornen gedragen, als teken van hun goddelijke pretenties. En dan die élfde, die de plaats van drie van de tien horens zal innemen. Die hoorn wil wel groeien! Die hoorn krijgt menselijke ogen en een mond vol grootspraak. Lasterlijke taal wordt er gesproken tegen God. Gewoontes en wetten zullen veranderd worden. Gelukkig maar voor een bepaalde tijd. Het vierde dier - huiveringwekkend en afschuwelijk - is het symbool van een ánder soort rijk. Hier blijkt vooral welke gevaren er in deze dreiging te zitten voor het volk van God.

Ineens houden de beelden op. Het lijkt erop alsof de hemelse tape plotseling afgelopen is. De aandacht wordt meteen getrokken door iets ánders. Daniël bleef wel toekijken, totdat er iets ánders gebeurde: 'er tronen werden opgericht.' Hij zág óók een Oude van Dagen. Hij zag zijn kleed, schitterend wit, zijn witte hoofdhaar. Hij ziet eruit als vader Abraham.
Hier stokt onze adem even. Is God wel af te beelden als een Oude van Dagen? Zoals de schilder Michelangelo Hem afgebeeld heeft in de Sixtijnse Kapel in Rome? Is de God die leeft, God-die-er-is wel af te beelden als een bejaarde? In de categorie zoals wij als overschot wegstoppen in speciale pakhuizen om ze minder kostenverslindend te maken? Vergrijzing is in onze dagen een synoniem voor een epidemie, waar we zo gauw mogelijk iets aan moeten doen! Een 'oude van dagen', afgeleefd en uitgerangeerd, veilig weggeborgen. Zo iemand doet er niet meer toe...
Maar dit is niét de sfeer die Daniël proefde! Géén amechtige bejaarde in de verzorging. DeOude van Dagen die hier getekend wordt is de meest eerbiedwaardige Persoon die zich laat denken! Hij heeft zóvéle dagen gezien dat Hij, met onschatbare levenservaring, de eerbied in eigen persoon is! Zóveel wijsheid en mensenkennis bezit Hij, dat Hij juist de meest geschikte is om recht te spreken! Hij alleen is tot oordelen bevoegd. Waardig en vol autoriteit. Hij is geschikt én bevoegd om de boeken te openen. Niets is er voor zijn wijze oordeel verborgen.
Het beeld van de Oude van Dagen past bij de beschrijvingen van God op zijn troon uit Openbaring. Vol heerlijkheid, eer en majesteit!

Er is nog iets in die droom. Daniël zag God als Oude van Dagen zitten op de troon van vuur; een troon waar de vonken vanaf spatten! Aanbiddelijke majesteit. Vuur gaat voor Hem uit! God troont op vuur!
En rond die ontzagwekkende troon van vuur staan tronen opgesteld van heiligen. God regeert en oordeelt met inschakeling van heilige mensen. Het oordeel van God gaat over de wereld. Wereldwijd en grondig. De eerste die eraan gaat is die elfde hoorn van het vierde beest. Het godslasterlijke 'dier' dat zich openlijk en ergerlijk verzette tegen God de Allerhoogste zal zijn deel krijgen. Ook de andere beesten wordt hun heerschappij ontnomen.

Is dit nu dé visie op de geschiedenis waar wij het mee moeten doen? Hoe moeten wij er tegenaan kijken? De profetie is aan Daniël gegeven om ook óns te bemoedigen in déze tijd.
De vraag is: Hóe moeten we kijken naar de geschiedenis van deze wereld? We zeggen wel eens tegen elkaar: alles verandert zo snel vandaag de dag. Is er dan niets meer heilig? Moet álles op de schop? Ook in de kerk? Wij moeten goed weten wáár we mee bezig moeten zijn. En hóe deze wereld gaat. We leren van de profeet Daniël te kijken naar de dingen die gebeuren. We ontvangen een toneelkijker die we moeten gebruiken om in te kunnen zoomen op de dingen die er wérkelijk toe doen.

Ongeduldige mensen vragen altijd: kómt er nog wat van, van dat Rijk van God? Waar blijft dat rijk dat vrede brengt voor z'n burgers, maar voor de vijanden loontje voor z'n boontje? Jezus heeft er ook iets over gezegd op de vraag van zijn leerlingen: "wanneer kómt dat vrederijk van U eindelijk?" (Handelingen 1: 6) Jezus zei toen: "Mijn Vader houdt de tijden en gelegenheden in zijn hand." Dat moeten we vasthouden. Hij bepaalt dus tijd en uur van de wereldmachten. De limieten zijn in Gods hand veilig. Als een 'beest' zijn eigen wil poogt op te leggen aan de volken op de aarde, grijpt hij in feite naar de troon van God. God zal nóóit toestaan dat het wereldbestuur uit zijn handen genomen wordt. God kan veel toelaten, maar nooit dat zijn wetten veranderd worden. En zeker niet dat er menselijk wetten in de plaats van Gods wet worden gesteld. God geeft het bestuur van zijn wereld nóóit uit handen!

We moeten er wel op bedacht zijn dat de 'beesten' uit de zee uit zijn op de totale omwenteling van de normen in staat en maatschappij. Weet wat de ambities van de wereldheersers zijn! In die grote bek, in dat godslasterlijke taalgebruik, laat zich z'n ware aard zien. De 'wetteloze' is er op uit de heiligen van de Allerhoogste te gronde richten. Die godslasterlijke taal is niet alleen kwetsend voor God de Allerhoogste, het is ook schadelijk voor de heiligen.
Denk niet: och, door de eeuwen heen zijn er altijd wel oorlogen gevoerd, nu eens hier, dan daar. Je moet er aan leren wennen... We moeten weten dat op de achtergrond van ál het wereldgebeuren een diepgewortelde haat steekt tegen het koningschap van God. Er is moed voor nodig om vol te houden in onze dagen dat de Here regeert! Geloof dat, óók als je ziet dat de aarde beeft onder de slagen van Gods gerichten. Maar de toekomst van Gods volk ligt in de handen van God.

Daniël ziet dat het beeld ineens verschuift. Hij wijst op iets dat zó duidelijk is dat een nadere verklaring niet nodig is. Hij ziet een mens... Een zoon van een mens. Een mens met al z'n beperkingen. Een mens dus. In zoverre is die mensenzoon die Daniël ziet bijzonder. Een mens die staat tussen de wereldheersers én de hemel. Een groter verschil tussen de vier dieren die de wereld willen beheersen én de Heerser die verschijnt is niet denkbaar. De Koning van het langverwachte rijk van God komt in de gedaante van een mens.
Met de wólken van de hemel kwam een mensenzoon. Daniël ziet Hem komen. Indrukwekkend en groots. Bij de profeten wordt het grote verlossingsplan van God nauwelijks duidelijker én compacter beschreven dan hier. Tussen de Oude van Dagen daarboven én het gewoel van de aarde in staat die Ene, de Mensenzoon. De Oude van Dagen beheerst de winden van de wereldgeschiedenis vanuit zijn hemelse regelkamer. De Mensenzoon die vrijwillig uit de hemel kwam, staat er letterlijk tussenin. Uit de hemel kwam Hij, en als mensenzoon is Hij ook 'van de aarde'. Daar is hij 'zoon van een mens' voor. Zijn werk is het om te 'bemiddelen' op de aarde. Orde scheppen daar waar de vier dieren het schijnbaar voor het zeggen hebben. Engelen geleiden hem in plechtige optocht tot bij de troon van God. Hij ontvangt het koninkrijk dat de hele wereld omvat en door iedereen wordt erkend. Eeuwig is dat rijk en door niemand of niets eronder te krijgen. De Mensenzoon gaat zijn voeten zetten op de aarde die van bloed gedrenkt is.

Is de Mensenzoon dan aards met de aarde? Toch niet. Hij is de Overwinnaar. Hij komt met de autoriteit van God. Toch is hij voor 100 % mens. Hij is God. En Hij is mens. Maar dan een mens met in zich en om zich heen, de hemelse macht en heerlijkheid. Dat is Jezus, de Zoon van God, die als mens naar de wereld kwam.
Jezus heeft zichzelf áltijd aangeduid als de mensenzoon. Daarmee claimde Jezus dat de profetie van Daniël letter voor letter op Hém van toepassing is. De Joden van zijn dagen hebben dat signaal duidelijk opgepakt. De aanduiding 'zoon des mensen' was zo'n algemeen erkende titel voor de Messias dat iedereen meteen begreep wat Jezus bedoelde toen Hij van zichzelf sprak als de Zoon van de mens. Velen hebben geloofd in de Zoon des mensen. Anderen keerden zich juist om die claim van Jezus af.

Toen Jezus voor de eerste keer in Nazaret preekte in de synagoge, paste hij óók een profetie op zichzelf toe: de Gezalfde, de Messias, die ook de titel 'mensenzoon' mag dragen (Lucas 4: 18v; Jesaja 61:1-2).
Onze Heiland schijnt duidelijk op dit visioen te zinspelen, als Hij zegt in Johannes 5: 27: dat de Vader Hem het recht gegeven heeft om te oordelen, omdat Hij Zoon de mensen is. Jezus zegt dus daar óók van zichzelf dat Hij de persoon is, die Daniël in het visioen zag, aan wie het koninkrijk en de heerschappij werd gegeven.

De Mensenzoon als Rechter en als Redder. Zo zien wij Jezus, toen Hij op die 'witte donderdag' voor zijn rechters stond. Toen hebben ook de leiders van het volk er ook blijk van gegeven dat die tekst over de 'mensenzoon' op de Messias sloeg. Ze weigerden echter Jezus als de Mensenzoon te aanvaarden. Hij wás de Messias, die als méns, van de Allerhoogste tot in eeuwigheid het koningschap zou ontvangen.
Want toen Jezus daar stond als een geboeide, een geslagene, als iemand voor wie men het gezicht verbergt, bleef Hij fier overeind staan en zei: Ik bén het.

De mensenzoon? Ja, Ik ben het, zei Jezus. Ik bén de Mensenzoon die komt op de wolken. Jezus zei evenwel tegen zijn rechters: "Van nu aan zult u de Zoon des mensen zien zitten aan de rechterhand van de kracht en zien komen op de wolken van de hemel." (Matteüs 26: 63-65)
Later vroeg Kajafas de Hogepriester aan Jezus recht op man af: "Ik bezweer U bij de levende God, dat U ons zegt of U de Christus bent, de Zoon van God!" Jezus zei: "U hebt het gezegd." Het is inderdaad zo. De hogepriester begon toen z'n kleren te scheuren en riep uit: "Hij heeft God gelasterd!"

De zinspeling op Daniël 7: 13 is duidelijk. Jezus ziet zichzelf zitten aan de 'rechterhand van de kracht', niet op de aarde, maar in de hémel. Dáár zal Hij zich neerzetten aan de rechterhand van de 'kracht', dat is de majesteit van God en dat Hij vervolgens zal neerdalen vanuit de hemel. Al schenkt Jezus verder op dat moment geen aandacht aan de tempel die afgebroken wordt, Hij bedoelt dat zijn lichaam afgebroken zal worden.

De nachtelijke droom van de oude Daniël is zo duidelijk voor ons. De Mensenzoon komt het rijk van de vrede brengen en maakt een einde aan de geschiedenis. De 'beesten', die geld, macht en mensen verzamelen zullen aan hun einde komen. De uitbuiters worden vernietigd. Alleen in en dóór de mensenzoon Jezus Christus wordt het menselijk geslacht gered. Waar vinden we dat écht menselijke, die ware humaniteit? Dat is de vraag die íedereen stelt vandaag de dag. De échte menselijkheid is in handen van de Mensenzoon. De dag waarop de eeuwige heerschappij van Jezus Christus, Gods Zoon en Zoon des Mensen op aarde tot in alle hoeken gevoeld en erkend zal worden, komt. Vast en zeker. Hij was beloofd, Hij kwám toch ook naar deze wereld precies zoals Hij aangekondigd was? Zó komt Hij wéér op de wolken des hemels. Kijk maar uit naar Zijn Komst!

Amen.

1 Hierbij is gebruik te maken van het schema uit het boek van ds Tj. Boersma, De bijbel is geen puzzelboek, p. 177.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar