Daniël (Deel 4: Eindelijk op de knieën gebracht...)

Thema: Eindelijk op de knieën gebracht...
Tekst: Daniël 4: 34-37
Tekstgedeelte(n): Daniël 4
Door: Ds. D. Griffioen (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Amsterdam-Centrum)
Gehouden te: Amsterdam-Centrum op 16 september 2001
Opmerking RJCV: De delen van deze serie kunnen ook afzonderlijk worden gelezen:
Daniël - 1: God laat Daniël als kind van Gods Koninkrijk leven tussen de machten,
Daniël - 2: Onze God de Allerhoogste heerst over astrologen en wereldheersers,
Daniël - 3: Geloof overwint het geweld,
Daniël - 4: Eindelijk op de knieën gebracht...,
Daniël - 5: Indrukwekkend beschreven en pijnlijk gewogen,
Daniël - 6: Een volhardende bidder tot God tegenover gevaarlijke leeuwen,
Daniël - 7: De Mensenzoon tegenover de beesten met hun streken,
Daniël - 8: Bidden om wat God beloofd heeft.
Opmerking DG: Deze preek is eerst gehouden als een gedachtenisdienst naar aanleiding van de ramp van 11 september in New York en Washington.
Extra: Inleiding op de prekenserie: Daniël.

Aanwijzingen voor de Liturgie

Votum en zegengroet
Ps. 145: 1-3
Gez. 1: 1
Wet
Gez. 1: 13
Lezen: Daniël 4
Lied 444: 1-3
Tekst: Daniël 4: 34-37
Preek:
Lied 440: 1-4
Ps. 145: 4-5
Zegen

Gemeente van onze Heer Jezus Christus, broeders en zusters,

Laat ik beginnen u te vertellen dat ik afgelopen dinsdag al een goed eind op weg was met de preek over Daniël 4. Toen kwam het bericht van de terreuracties in New York en Washington. De vliegtuigen die zich in de WTC-torens geboord hebben en dood en verderf zaaiden. Die middag en avond kon ik het dus wel vergeten om nog één letter op het scherm te krijgen. Preken over Daniël 4 leek ineens geen optie? Waar moet je dán over preken? Ik surfte door mijn bijbel van Amos 3: 6: Wordt de bazuin in een stad geblazen, zonder dat de inwoners opschrikken? Geschiedt er een ramp in een stad, zonder dat de Here die bewerkt? tot Openbaring 18. Ik scande de Psalmen, maar kwam toch weer uit bij Daniël 4. Niet alleen omdat het een hoofdstuk is dat in mijn serie over de profeet Daniël aan de beurt was, maar ook om de punten van herkenning. Het is wél een heel andere preek geworden dan ik aanvankelijk in mijn hoofd had, maar daar hoeft u niet van wakker te liggen...
Meer dan ooit heb ik de afgelopen week de herkenning ervaren van de apocalyptische beelden van CNN uit New York en Washington én het verhaal, de nachtmerrie van een despoot. De verschrikkelijke beelden van CNN en de andere TV-stations hebben laten zien hoe in een natie, in onze wéreld, hét symbool van de vrije markteconomie, de Twin Towers van het World Trade Centre door de onbegrijpelijke actie van verziekte geesten tot één rokende puinhoop is geworden. Er is een droom in elkaar gestort. De omvang van de ramp laat zich nauwelijks becijferen. Maar achter de bijna drieduizend doden en de vele gewonden gaan mensen schuil. Voor ons onvindbaar en onbekend, maar bekend bij God.
In het boek Daniël hebben we zojuist gelezen over de teloorgang van het persoonlijke prestige van een despoot. Hóe zijn majesteit, zijn hoge positie ontluisterd is. Hóe de grenzen van zijn persoonlijke macht verschrompeld zijn. Omdat God hem heeft laten buigen en op de knieën gebracht heeft.
Het gaat over de grote koning Nebukadnessar, die zó groot is en zó zeer met zichzelf ingenomen, dat hij zichzelf beschouwd als dé levensboom. Zijn hoogte reikt tot aan de hemel. Alles en iedereen ziet naar hem op. Verwacht álles van hem en in zijn schaduw zoeken de dieren bescherming en verkoeling. Zijn bloei is het levensonderhoud van alles wat leeft op aarde.
Ik moest hieraan denken - en het kán niet toevallig zijn - toen ik die bewuste dinsdagavond een aangeslagen president Bush zijn visie hoorde geven over wat één van de grootste rampen moet zijn geweest uit de geschiedenis van de mensheid. Over een droom die ontploft is en in elkaar gezakt, duizenden meenemend in z'n vrije val: "Wij hebben deze vrijheid opgebouwd, déze vrijheid kan niemand ons afnemen," zei de president. Rijmt dat niet met de snoevende woorden van de koning van Babel, die dat grote Babel gebouwd heeft, tot eer van zijn eigen eer en luister? Niet lang daarna wordt die snoevende hoogmoed op verpletterende wijze ontmaskerd en stort alle luister van de snoevende persoon ineen. Hebben we wel beseft dat wij allemaal een tik op de neus hebben gekregen?
We moeten klein worden voor God. Ons leven in zijn hand. U denkt misschien, och, die vernedering van koning Nebukadnessar valt nog wel mee. De rijk voorziene tafel van Nebukadnessar werd veranderd in een voerbak met gras. Zijn rijk is niet ineengestort! Het lijkt allemaal wel heel tragisch te zijn, maar hij kwam weer terug! En hervond zijn vroegere positie. De hoogmoedige koning werd slechts tijdelijk teruggezet op het beneden-menselijke niveau. En dat is wel een verschil.
Toch zijn er treffende overeenkomsten tussen de hoogmoed van de koning van Babel én de hoogmoed van de vrije markt economie. Ik moet me toch wel sterk vergissen als de droom van het rijke westen - hard gemaakt in hét symbool van de macht van de vrije markt, die lelijke maar indrukwekkende torens van het WTC in Manhattan - niet op dezelfde wijze is ingestort als de koning van Babel. In elkaar gestort is de idylle van een vrije wereld, ontploft in een geweldige puinhoop van macht en dollars, in een oogwenk veranderd in rook en stof, staal, chaos en ontreddering. Het is verschrikkelijk. Bij de duizelingwekkende grootheid, wat wel de erectie van het grootkapitaal is genoemd, het onvoorstelbare van deze ramp, verliezen we het persoonlijke leed niet uit het oog. In Daniël 4 horen we van het persoonlijk leed van één mens. Achter elk van de duizenden slachtoffers in New York gaat persoonlijk leed schuil. Zeker er zijn in de vorige eeuw ook al rampen geweest van dergelijke omvang. Denk maar aan Pearl Harbor en de lafhartige aanval van de Japanse kamikaze piloten. En dan zijn er nog de zelfmoordacties van die opgefokte en wanhopige Palestijnen in Israël. Wij kunnen de omvang van déze ramp niet bevatten. Bijna drieduizend mensen gedood, in één keer. Een erebegraafplaats van duizenden onbekenden. Onbekend, maar known to God. God weet het.
Het suist nóg na in mijn oren. "Wij hebben deze wereld van de vrije markt en de vrije economie opgebouwd tot een open en vrije maatschappij." Het rijmt ergens mee: "Is dit niet het grote Babel dat wij gebouwd hebben?" Het is waar, God is niet de veroorzaker van die ramp, maar hij heeft wel een plan met óns, met de wereld. Hij wil dat wij van onze hoogmoed af komen en ons nederig aan Hem toevertrouwen.

Waarom wij nu troost zoeken bij de profeet Daniël? We moeten onder de indruk komen van een koning die over zichzelf schrijft. Die zijn tragische vernedering rondbrieft aan álle volken en iedereen. En dan zó God aanbidt. Ik wil u aansporen het getuigenis van Gods profeet Daniël, zoals dat in de hoogmoed en de verootmoediging van koning Nebukadnessar tot ons komt, op u te laten inwerken. Het heeft met elkaar te maken. Wij moeten ons vóór alles verootmoedigen voor de Koning van alle koningen. Zoals die heidense koning Nebukadnessar die op hardhandige wijze de les van de hemel geleerd heeft. Laten we die les maar regel voor regel nalezen.

Dit is zijn verhaal dat door de profeet is verteld aan ons.
Wéér heeft de koning een droom. Hij droomt van een boom, die tot de hemel reikt. Dat is op zich niet zo gek, want in álle religies komen mythen voor van levensbomen. Bomen die het leven geven aan mensen. In de droom van Nebukadnessar krijgt hij van de engelen (wachters) de aanzegging dat de boom wordt afgekapt tot de grond. De betekenis van deze droom is glashelder. De boom is de wereldboom. En het is niet toevallig dat het Koninkrijk van de hemel ook vergeleken wordt met een boom. Denk maar aan de gelijkenis van het mosterdzaadje, waarvan Jezus zegt dat het tot een grote boom wordt, waarin de vogels nesten maken.
De toespelingen van de boom op het koningschap van Nebukadnessar zijn niet mis te verstaan. Die boom is het symbool van een rijk én een méns. En wát voor een! Een mens die het verpersoonlijking is van een wéreldrijk. Een mens die denkt dat híj dé brenger is van de wereldvrede. En het welzijn voor de hele wereld. Een psycholoog heeft eens gezegd: "teken een boom, en ik zal zeggen wat voor een mens u bent." Deze mens dénkt dat hij tot in de hemel groeit, dat hij als God is. Maar hij moet weten dat hij éindig is en afhankelijk. Dat zijn rijk geen eeuwig rijk is. Dat zijn vrede alleen maar ellende is. Hij moet de les van de hemel leren. Zoals onze wereld de les van God moet leren in de geknakte hoogmoed van onze tijd. Want zo wil ik op dit punt de les van 11 september 2001 wel zien. Het is nog eens bevestigd in het zeer wrange, maar werkelijke statement dat ik hoorde. Op een folder van de Twin Towers van het WTC stond met trots geschreven: You are never closer to heaven! Je kunt nóóit dichter bij de hemel zijn dan in de top van dát gebouw! Niemand heeft vermoed dat die woorden profetische woorden zijn geweest... Hoe velen nu in de hemel zijn, weet ik niet. Maar het blíjft dubbel. Je zó dicht bij de hemel wanen, en tegelijk zo hemelswijd ervan verwijderd zijn. Zoals de trotse koning Nebukadnessar wel méénde dat hij er bijna wás, maar in werkelijkheid verder van God verwijderd was dan ooit!

De koning vertelt de droom aan Daniël en hij heeft álles aan de koning verklaard. Let op het kleine detail in het eigen verhaal van de koning. Hij schrijft aan iedereen, aan alle volken dat ál de wijzen van Babel niet in staat waren om die droom te verklaren. De profeet die in dienst staat van de God die lééft, kan de droom wél verklaren! De wijzen hebben geen kennis van Gods verborgenheden. Omdat ze het niet durfden of niet wilden, of écht niet konden. Of zouden ze er een vermoeden van gehad hebben dat de droom op hun koning sloeg? We weten dat ook dat tóen iedere boodschapper van slecht bericht meteen onthoofd werd...
De wijzen van Babel staan met de mond vol tanden, vooral omdat er bij de wijzen van deze wereld geen kennis is over de weg naar God. God heeft het niét aan wijzen en verstandigen geopenbaard, maar aan hen die Hem vrezen en zijn naam eren.

Daniël is zeer duidelijk in zijn droomduiding. De koning wordt verstoten uit de wereld van de mensen. Zijn plek is voortaan bij de dieren, met voedsel als de dieren. De koning krijgt een zeer vreemde harttransplantatie, zijn mensenhart wordt vervangen door een dierenhart. De koning zal de weg compleet kwijtraken.
En Daniël moet onverschrokken aan de koning dit vonnis over zijn hoogmoed aankondigen! Omdat de Here dit zó in die droom heeft uitgebeeld, vers 14, daarna uitgelegd, vers 23-25, en ten slotte ook uitgevoerd, vers 31-33.

Ik wijs u op een heel diep menselijke trek in het verhaal. Let er op hóe Daniël geschokt is als hij de droom van de koning gehoord heeft, vers 19. Heel moedig is Daniël als hij aan zijn heer en vijand, die hem levenslang gegijzeld heeft, in opdracht van de Here moet zeggen dat hij gestraft zal worden. Daniël wordt als brenger van slecht bericht door God beschermd zodat hij niét omgebracht wordt, zoals je in die tijd altijd verwachten mocht. Hij heeft de ernstige boodschap van God niet verzacht. Met diepe bewogenheid met zijn vijand en heer voegt Daniël er óók een oproep tot bekering aan toe. "Daarom, majesteit, sla mijn goede raad niet in de wind, Zondig niet langer, maar wees rechtvaardig. Houd u ver van onrecht, kom op voor de armen. Dan zal het u steeds voorspoedig gaan." Daniël 4: 24. Dat betekent dat de Here God zich nog wil ontfermen als de koning zich bekeert tot Hem, Jesaja 55: 6-7.

We vragen ons af. Waarom alleen aan Nebukadnessar deze straf op die weergaloze hoogmoed, en niet over álle inwoners van Babel? Het is dezelfde vraag die we stellen bij de ramp van het WTC in New York. Waarom alleen déze kantoorkolossen en niet óók andere locaties? Waarom heeft God op het laatste moment niet als co-pilot het roer omgegooid zodat de vliegtuigen er nét naast stortten? Wij weten het niet.

Het antwoord in Nebukadnessars getuigenis is niet anders dan dit: opdat de toenmalige koning van het wereldrijk Babel zou erkennen dat hem het koningschap geschonken is door de God des hemels, tot zegen van alle volken onder zijn bewind. Opdat de koning zich bekeert tot de God van Israël en dienaar wordt van de Allerhoogste (verzen 17, 25, 32-36). Die kant moeten wij dus op.

Daarom wordt die geniale koning ook in zijn verstand getroffen, zodat hij niet langer grootse plannen kan bedenken, om tégen Gods wel in te gaan en geen inspiratie meer kan vinden om duivelse plannen te ontwikkelen. Treffender straf over de godsdienst die zich tégen de Here God keert, is niet denkbaar. De krachten van het rijk van God keren zich tégen de wereldcultuur, de globalisatie à la Babylon. Het Rijk van de Vrede keert zich tegen de schitterende cultuur van Babel die van binnen onmenselijk en beestachtig is.
De Here God heeft de even geniale als trotse koning genoeg gewaarschuwd. Hij wilde niet luisteren. Hij heeft de cultuur van Babel tot ongelofelijke bloei gebracht. Maar in die goddeloze cultuurwereld gaat het ontwikkelen van de schoonheid gelijk op met het toenemen van de slechtheid. De werkelijke humaniteit verliest het totaal van de cultuurhoogmoed en het perverse. Maar God roept die 'cultuur van het Beest' hardhandig een halt toe.

Er is nog een opmerkelijk detail in het verhaal, waar ik u op wil wijzen. Zowel in de droom, de uitleg, als de voltrekking van het vonnis, is er sprake van een wachter, van een heilige, van het besluit van de wachters en van het woord van de heiligen. Verzen 13, 17 en 23. Hier kunnen alleen maar de engelen mee bedoeld zijn. Die klaar staan om het bevel van God uit te voeren. Zoals de engelen klaar stonden om de wacht te betrekken bij de boom des levens in de Hof van Eden. Als de Allerhoogste zijn plannen uitvoert om als bouwheer en kunstenaar het Nieuwe Jeruzalem te ontwerpen en te bouwen, dan komen er engelen aan te pas. Er komt óók een wachter, een engel aan te pas om dé levensboom van die tijd om te houwen, door Nebukadnessar zijn verstand te ontnemen. Maar óók om zijn afgeknotte leven te verzegelen. Want als de waanzinnig geworden koning weer tot bezinning gekomen is, dan wordt Gods plan tot herstel uitgevoerd. En wordt de positie van de koning weer volledig hersteld. Kijk dát is nou genade. God laat de deur áltijd op een kier staan om weer terug te komen naar Hem...

Hoe het achteraf allemaal gelopen is, vertelt de koning van Babel zelf. Hij weet (weer) hoe het precies gegaan is. Ongeveer twaalf maanden na zijn droom en de uitleg van Daniël blijkt dat de trotse koning niet veranderd is. Een tijdlang is hij onder de indruk geweest van Gods bekendmaking aan hem en de droomuitleg van de profeet Daniël. Toen sloeg de hoogmoed keihard toe in zijn leven. En steeg de eigenroem hem naar het hoofd.
Als hij dat vertelt (vers 29), gaat hij over in de derde persoon. Ook weer zo'n veel betekenend detail. Alsof hij zich wérkelijk bekeerd heeft van zijn hoogmoed. Maar enfin, zo ging het, brieft de koning van Babel aan zijn onderdanen. Na een hete dag zocht ik, de koning, 's avonds verkoeling op het dak van zijn paleis. Ik zag vanaf dat dak de schitterend aangelegde stad. De imponerende vestingwerken, de beroemde hangende tuinen, de sierlijke ontworpen huizen en paleizen. Er groeide iets in mij, koning Nebukadnessar, bij het zien van dit alles. Dat heeft ik maar goed voor elkaar gemaakt! "Is dit niet het Babel dat ik gebouwd heb tot een koninklijke hoofdstad, door de grootheid van mijn macht en tot eer van mijn koningschap?" Mijn stad, mijn macht, mijn eer...! Deze woorden van de koning zijn een persiflage op de eerste bede en het slot van het Onze Vader. "Ik ben een god in het diepst van mijn gedachten..." Mijn koninkrijk, mijn kracht, mijn heerlijkheid. In plaats van Onze Vader die in de hemelen zijt, ... van U is het koninkrijk en de kracht en heerlijkheid... We komen het in de geschiedenis zo vaak tegen. Hebben de Romeinse keizers zichzelf niet laten aanleunen dat zij heersers van goddelijke signatuur zijn? Die zich maar al te graag lieten aanspreken met de titel 'heer-en-god' (dominus et deus)? Geconfronteerd met de onvoorstelbaar grote macht van de Almachtige blijkt zijn macht een waan, een nevel.

En dan gebeurt het. Gods reactie op de ongekende hoogmoed van die trotse koning is er meteen. De opgeblazen snoever wordt direct gestraft. God houdt zijn Woord. Hij is trouw aan zijn gegeven woord. Zijn belofte en zijn dreiging. Er valt een stem uit de hemel. Het koninkrijk is van u afgenomen! Op dat moment is alles over. Getroffen door waanzin, gedraagt de eens zo machtige koning zich als een beest. Het moet een geestesziekte zijn die wij wel lykantropie noemen. Dat een mens zich inbeeldt dat hij een bepaald dier is en zich ook zo gedraagt. Geen wonder dat de mensen in het paleis hem even isoleren. En in de buurt houden van de andere grasetende dieren.

Is alles nu over en uit? Nee, na de door God vastgestelde tijd, zeven tijden, kijkt de 'dierlijke' koning omhoog naar de hemel. Het is het eerste teken dat hij zijn verstand terugkrijgt. De diep gevallen alleenheerser vindt de biechtstoel. Hij vindt de weg naar de bekering. Om op te komen voor de armen, zoals Daniël zei, moet je namelijk eerst erkennen dat je zelf de allerarmste bent. Om rechtvaardig te zijn, moet je volmondig toegeven dat je zelf zondaar bent.

Het staat er zo betekenisvol. Hij sloeg zijn ogen op naar de hemel... Het erkennen van Gods heerschappij over zijn leven begint met het opzien naar God. Toegeven dat God het koningschap, het leven geeft aan wie Hij wil, is zó fundamenteel in het Koninkrijk van God. Er is geen vrede, er bestaat geen welzijn, dan via de erkenning van Gods soevereiniteit.
De verandering is groot en indrukwekkend. Het is eigenlijk een totaal nieuwe schepping. Het is niet moeilijk om van een schepsel van God een hoogmoedige zondemachine te maken. Alleen God kan van diep gevallen zondaars weer échte mensen maken. Kinderen van God die 'amen' zeggen op al Gods claims. Alleen de Geest kan van vloekers bidders maken. En Nebukadnessar is na zeven jaren van een tegenstander van God en van het volk van God een lofzinger geworden. Of zoals iemand het met een schitterende woordspeling eens gezegd heeft: 'De lefschopper is een lofschepper geworden.' (Van Ruler) En hij laat het álle volken, dus iedereen weten dat Gods heerschappij eeuwig is, en dat het koningschap van God nooit tot een eind komt.
In lofprijzing van de heidense koning Nebukadnessar vinden we veel wat we ook in de Psalmen aantreffen. U kunt dat vinden in Psalm 78, Psalm 106 en Psalm 148.

Er is nóg een ding waar ik u op wil wijzen. Dat is het gevaar dat wij bij de vernedering van Nebukadnessar én bij het instorten van de Twin Towers van het WTC denken: zie je wel, hoogmoed komt voor de val! En wij verkneuteren ons daarbij. Zoals er in de Arabische wereld velen zijn die zich verkneuterd hebben in de ramp. Het gaat om een diagnose van menselijke hoogmoed. Wat er gebeurde met Nebukadnessar is relevant voor economen, industriëlen en politici.
Wij moeten geloven dat onze goede God lankmoedig (geduldig) bezig is met machthebbers die zich hoogmoedig tegen Hem verzetten. De geschiedenis eindigt niet met wát voor een rijk ook dat de wereld in z'n greep kan houden. Onze God gaat - totaal onafhankelijk - zijn gang. Volgens zijn plan en doet zijn Rijk komen. Een rijk waarin verziekte geesten geen kans meer krijgen om met een verschrikkelijke kamikaze-actie een ander imperium aan te vallen en duizenden in hun dood mee te slepen. Want er zal op de nieuwe hemel en op de nieuwe aarde geen terreuractie meer zijn. Daar zullen helemáál géén slechteriken meer zijn. Als alle Nebukadnessars van de geschiedenis - misschien tegen wil en dank - hun knieën zullen buigen voor de Koning, Jezus de Heer, tot eer van God de Vader. Niemand kan dat rijk tegenhouden. Geen heerser en geen land vol terroristen.

"Gelooft zij Gods heerlijke naam voor eeuwig en zijn heerlijkheid vervulle de ganse aarde", Psalm 72: 19.

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar