Er is geen ramp, die de Here niet bewerkt

Thema: Er is geen ramp, die de Here niet bewerkt
Tekst: Amos 3: 3-8
Tekstgedeelte(n): Amos 3: 1-15
Door: Dr. W.G. de Vries († - destijds predikant gereformeerde kerk vrijgem. Zwolle)
Gehouden te: Zwolle
Opmerking RJCV: Intro van de preek is gedateerd

Aanwijzingen voor de Liturgie

Ps. 42: 4
Wet
Ps. 32: 1
Schriflezing: Amos 3: 1-15
Ps. 42: 5
Tekst: Amos 3: 3-8
Ps. 80: 1, 5, 8-10
Ps. 145: 4-5
(Ps. 29: 2, 5)

Geliefde gemeente van onze Here Jezus Christus,

Er is een bekend gezegde van een cultuur-historicus (J. Huizinga): we leven in een bezeten wereld en we weten het. Het is de vraag of iedereen het in die tijd wist. Maar vandaag weten we wat overal in de wereld gebeurt à la minute. De radio doet het ons horen en de tv brengt het snel op ons scherm.
Ik heb de gewoonte de zondagmorgen, vóór ik in een eredienst voorga, te luisteren naar het laatste nieuws. Ook met het oog op de voorbeden die te dienen worden gedaan. Zo vernam ik zondag j.l. het verbijsterende nieuws dat premier Rabbin van Israël was vermoord. De hele week zijn hierover berichten en reportages geweest. En nu zijn we een zondag verder. De eerste schok is verwerkt. Maar de berichtenstroom uit binnen- en buitenland houdt niet op. En u kent de instelling van de pers: goed nieuws is meestal geen nieuws. Het is te gewoon en te weinig schokkend.
De IRT affaire, waarover breedvoerig verslag werd gedaan, voedt het vermoeden dat vooraanstaande leden van de justitie als het ware gijzelaars zijn geworden van een infiltrant. Corruptie tot in de hoogste kringen wordt vermoed. En de verwarring is groot. De heer Lubbers blijkt als een baksteen gevallen te zijn doordat de Verenigde Staten hem als secretaris van de NAVO lieten vallen, al hield hij de eer aan zichzelf door terug te treden. In het voormalig Yoego Slavië wordt de vrede bedreigd door oprukkende Kroatiërs. In Rusland laaien de tegenstellingen op en het naburig Duitsland worstelt met extremistische groeperingen, evenals Frankrijk. Wanneer we letten op de verschrikkingen in Somalië en Ruanda en op de wereldwijde ellende, waarmee de tv ons confronteert, dan is het duidelijk dat de bezetenheid van deze wereld meer dan ooit onze huiskamers binnenkomt.
Is het in onze wereld er sinds de tweede wereldoorlog beter op geworden? Het lijkt er niet op. En bij dit alles, ja juist door dit alles, zien we een negeren van de levende God. De secularisatie is in Nederland ontstellend toegenomen. We leven voor het grootste deel in een land dat nog nooit zoveel welvaart heeft gekend. Maar in plaats van een dankbaar leven voor Gods aangezicht vertoont ons land het beeld van een godvergeten en anarchistische samenleving. En ook wij en onze kinderen en kleinkinderen worden hierdoor bedreigd. Want ook ons hart is boos en schuldig. We houden onze erediensten niet met de rug naar onze wereld toe, maar we staan er midden in. Daarom is het zo goed, dat we elke zondag als kinderen van de levende God mogen samenkomen en ons mogen bezinnen op onze plaats en taak in deze wereld. Want God wist wel wat Hij deed, toen Hij ons in deze eeuw geboren deed worden. Het was voor Hem geen roekeloos avontuur, want Hij heeft het bestek voor ons leven in zijn Woord duidelijke uitgemeten. Daarover willen wij het dan ook hebben, juist in confrontatie met deze tijd.

Ik predik u:

Er is geen ramp, die de Here niet bewerkt

  1. De feitelijkheid wordt door voorbeelden toegelicht
  2. De waarheid wordt aan Gods profeet geopenbaard
  3. De ernst daarvan wordt ons op het hart gebonden

1. De feitelijkheid wordt door voorbeelden toegelicht

De profeet Amos had geen beste naam bij het volk Israël. Hij stond bekend als een oordeelsprofeet. Hij sprak alleen maar zware en afkeurende woorden. Eerst had men die welwillend aangehoord. Want het ging om scherpe veroordeling van de heidense volken in de buurt, waarvan Israël zoveel te lijden had gehad: Damascus, Gaza, Tyrus, Edom, Ammon en Moab.
Maar tot hun schrik richtte Amos' oordeelsprediking zich ook op Israël en Juda zelf. En het was niet mis, wat Amos over Gods eigen volk durfde zeggen: Jullie koeien van Basan! (4:1) Daarmee duidde hij het luxueuze gedrag van de 'high society' in Israël aan, met verachting en verdrukking van armen en weerlozen. En hij kondigt een verschrikkelijk gericht aan: De vijand! En rondom het land! (3:11). Het zal helemaal worden leeggeplunderd. Zoals een herder uit de muil van een leeuw alleen maar een lapje van een oor kan redden, zo blijft er praktisch niets over van Israël. De totale ondergang wordt aangekondigd.
Maar al spreekt Amos namens God zo dreigend, het raakt Gods volk niet. God heeft hen immers uit alle geslachten van het aardrijk uitgekozen (3:2). Daarom zijn ze er gerust op dat God mèt hen is. Hij kan zijn eigen volk toch niet in de steek laten? Zij leefden in valse gerustheid en gingen er prat op Gods speciale volk te zijn. Dat noemt Amos de hoogmoed van Jakob, die de Here verafschuwt (6:8). Over de hele linie waren ze aan God ontrouw geworden, maar ze verwachtten een gouden toekomst. Want zij waren de tempel des Heren en die zou God nooit in de steek laten! Dat was de geest van die tijd. En daartegen moest Amos in het geweer komen.
Hoe doet hij dit? Zegt hij, dat ze zich maar wat verbeelden en dat ze helemaal niet Gods speciale volk zijn, dat Hij uit het diensthuis Egypte heeft verlost? Nee, het omgekeerde. Hij gaat daarvan juist uit! Hij zegt namens de Here: 'U alleen heb Ik gekend uit alle geslachten van het aardrijk' (3:2). Maar daarop volgt de tweede zin: 'daarom zal Ik al uw ongerechtigheden aan u bezoeken'. Verkiezing mag nooit tot hoogmoed brengen, maar juist tot ootmoed en nederigheid. Nu God aan hen zoveel gegeven heeft, zal Hij ook veel van hen vragen. Hij moet constateren dat binnen zijn eigen volk armen van honger omkomen en kinderen schreien om brood. Terwijl anderen in weelde baden en op zachte kussens liggen en de hele dag doorbrengen met eten en drinken. Tegelijk houdt men er een verkeerde eredienst op na: van de gouden kalveren te Bethel en Dan. De eigenwillige eredienst van Jerobeam, die Israël in zonde deed leven door de dienst van God aan te passen bij de menselijke smaak en behoefte. Een gevaar dat ook vandaag dreigt.
Dan is de eerste vraag niet: wat mag God van mij verwachten, maar wat 'heb' ik aan Gods dienst, wat 'doet' het mij en hoe 'voldoet' het mij? De religieuze mens in het middelpunt met zijn 'ik-cultuur'. Paulus zal dit later typeren als het 'naar hun eigen begeerte' zich tal van leraars zoeken (2 Tim.4:3). De gezonde leer verdraagt men dan niet meer. Men vindt dat allemaal te leerstellig. Het gevoel en de beleving moeten het doen, volkomen subjectief bepaald. Het is vandaag al niet anders dan in de tijd van Amos. De godsdienst moet de mens dienen en niet God.
Nu kenden de Joden van die tijd de heilige boeken wel. Ze moesten niets hebben van vreemde goden en godsdiensten. Dat was voor hen een orthodoxe waarheid: Hoor, Israël, uw God is de enige en één. Maar dat in allerlei rampen die hun overkwamen diezelfde God aanwezig was, daaraan geloofden ze niet. Hij was toch vóór hen en niet tegen hen? Daarom gaat Amos hun met zeven voorbeelden uit het alledaagse leven iets duidelijk maken. Zeven, een vol getal. Hij roept daarmee taferelen uit het dagelijkse leven op.

  1. Gaan er twee tezamen, zonder dat zij het eens geworden zijn? Als twee mensen samen optrekken, is het duidelijk dat ze elkaar eerst gevonden hebben.
  2. Brult een leeuw in het woud, zonder dat hij prooi heeft? Wie een leeuw in de verte hoort brullen van triumf, weet dat hij zijn prooi gevonden heeft.
  3. Hetzelfde geldt van het grommen van een jonge leeuw, die voldaan is als hij in zijn hol te eten krijgt.
  4. Als een klapnet dichtslaat, blijkt daaruit dat een vogel daarin gevangen is. Oorzaak en gevolg.
  5. Een klapnet schiet niet omhoog, als er niets in komt.
  6. Als de bazuin in de stad geblazen wordt, schrikken de inwoners op: er dreigt gevaar! Zoals bij ons sirenes in oorlogstijd.
  7. 'Geschiedt er een ramp in de stad, zonder dat de Here die bewerkt?' Dit is voor Amos even vanzelfsprekend als alle voorgaande voorbeelden. Hij gaat gewoon van de feitelijkheid uit, dat de Here volledig aanwezig is in de gebeurtenissen van de geschiedenis.

Een uitgangspunt dat door veel moderne theologen vandaag verworpen wordt. Je kunt toch niet zeggen, dat in alle rampen die radio en tv ons vandaag melden, de hand van de Here is? God is toch liefde? Je kunt Hem toch niet verantwoordelijk stellen voor alle narigheden in de wereld? Goed bedoeld, want ook de bijbel zegt dat God niet de auteur, de veroorzaker is van verkeerde dingen. Hij haat alle zonde en ongerechtigheid. Maar dat betekent niet dat Hij niet kan straffen met de gevolgen van onze eigen schuld. Anders sluit je God buiten zijn eigen wereld en is Hij niet meer werkzaam aanwezig.
Ik besef dat hier ingrijpende dingen en vragen aan de orde zijn. Vragen die niet op goedkope wijze op te lossen zijn. Maar we kunnen er niet omheen. Wat heeft een chaotische wereld, met moorden aan de lopende band, ons vandaag te zeggen? Moeten we alleen maar constateren dat allerlei plannen om dit te voorkomen te lang in het bureau van ambtenaren hebben gelegen en dat in hoge regeringskringen zoveel onenigheid heerst? Wat helpen alle vredesconferenties? Wat helpt een condoleantiebezoek van Arafat bij de weduwe van Rabbin? Wordt daarmee het vredesproces in het Middenoosten gered? Fanatieke tegenstanders gaan door.
In het gewone leven leggen wij meteen allerlei verbanden. Amos geeft daar zes voorbeelden van. Maar als hij aan het zevende toekomt: dat ook rampen niet buiten Gods leiding omgaan, willen wij mensen die verbinding liet leggen. En dat is toch een waarheid die de bijbel steeds weer ons voorhoudt.

2. De waarheid wordt aan Gods profeet geopenbaard

Vandaar ons tweede punt: de waarheid aan Gods profeet geopenbaard. 'Voorzeker, de Here doet geen ding, of Hij openbaart zijn raad aan zijn knechten, de profeten'. Amos beroept zich nu niet op de algemene ervaring, waarin wij een verband leggen tussen oorzaak en gevolg, maar op Gods speciale openbaring. Iemand die zich tegenover God misgaat, krijgt Hem tégen zich. Dat zegt God bij voorbaat. En dàt Hij dit zegt, behoort bij zijn genade, die op tijd waarschuwt.
Hij zegt meer dan eens dat Hij het niet kan hebben, dat wij ons hart aan iemand of iets anders geven dan aan Hem. Daarom vergelijkt God de band aan de zijnen vaak met een huwelijk. Zoals een man het niet kan hebben dat zijn vrouw haar liefde aan een ander geeft, kan God het niet zetten, dat zijn bondgenoten zich van Hem afwenden. Daarom zegt het tweede gebod ook dat Hij naijverig is. Wie Gods oordelen wil verstaan, moet tot zijn liefde teruggaan. Als iemand je onverschillig is, haal je je schouders op over wat hij doet. Maar juist als je erg van hem of haar houdt, kun je het niet hebben dat hij of zij je in de steek laat. Als Gods straffen in de wereld komen, zeggen veel mensen: is dat nu een God die liefde is, dat Hij zulke dingen toelaat? Maar het is juist omgekeerd: omdat Hij in eigen Persoon liefde is, laat Hij hier beneden de dingen niet over hun kant gaan! Aan wie veel gegeven is, zal veel gevraagd worden, zegt de bijbel. Juist omdat God aan Israël zulke bijzondere voorrechten heeft geschonken, zal Hij de ongerechtigheden ook aan hen allereerst bezoeken.

Nu zijn wij niet meer Israël, al is Nederland wel eens 'het Israël van het westen' genoemd. Ten onrechte. God houdt er niet meer een speciaal volk in deze wereld op na. Dat is wel zo geweest, toen hij met Abraham zijn verbond oprichtte en met zijn nakomelingen. Maar het ging Hem daarin om de redding van de hele wereld. Abraham zou via zijn Zoon Christus een zegen voor alle volken worden. Dat is ook gebleken door de komst van Christus als Heiland voor de hele wereld. Sinds Pinksteren is de doorbraak van het evangelie naar alle volkeren begonnen. Maar het kan niet ontkend worden dat Nederland in de rij der volkeren bijzonder begunstigd is. Bijna heel ons volk is eenmaal gedoopt geweest. Het christendom heeft hier een sterke voet gekregen. Onze taal is zelfs door de taal van de bijbel gestempeld.
Maar ik hoef u niet breed te vertellen, hoe snel het in de jaren na de tweede wereldoorlog achteruit is gegaan. De ontkerstening is ontzettend en we zijn in wetteloosheid een koploper onder de andere volkeren geworden. De bijbel zegt dat de goddelozen geen vrede hebben. Wie God verlaat heeft smart op smart te vrezen.
Zeker, we mogen uit rampen niet zonder meer concluderen tot een speciale straf van God. Dat heeft Christus ons duidelijk geleerd. Toen onder een toren in Israël 18 mensen bedolven werden, wees Hij een speciale straf over hen af, maar Hij waarschuwde wel allen die niet geloofden met een nog veel erger oordeel (Lucas 13: 4). Uit een ramp in een bepaald deel van de wereld mogen we niet concluderen tot een speciale straf over deze mensen. Maar het is wel een waarschuwingsteken voor wie de God van de bijbel kennen. En we beseffen ook dat er kinderen van God zijn, die in onze godvergeten wereld onder Gods straffen te lijden hebben. En dan niet als van Hem vervreemden, maar als zijn lieve kinderen en erfgenamen. Hij kan ook kinderen, die Hij liefheeft kastijden tot hun nut (Hebreeën 12: 6). Maar dat is heel iets anders dan de straffen, die op allerlei wijze neerdalen op mensen, die met God en godsdienst spotten: voorlichters en entertainers die alles vertonen en goedpraten, wat God verboden heeft. Berg je maar, als God tegen je is. In Openbaring wordt over allerlei straffen van God gesproken, die de wereld teisteren, nu hier en dan daar. Maar het akelige refrein is telkens weer: en zij bekeerden zich niet.
Er wordt met dankbaarheid vandaag gesproken over de voorspoedige economische ontwikkelingen in Nederland, en dat onder een paars kabinet, dat van God voor het merendeel niet wil weten. Maar succes is nog geen zegen. God kan in zijn toorn mensen voorspoedig maken, zegt Psalm 73. Maar voor de meesten is helaas deze voorspoed een gunstig teken. Mensen kunnen lief zijn voor elkaar en sociaal bewogen. Maar wie heeft nog oog voor God, die elke dag toornt over de ongerechtigheid van de mensen?
Deze zware tonen van het evangelie klinken vandaag te weinig op. Dat Gods toorn ook elke dag van de hemel openbaar wordt, is voor velen een vergeten hoofdstuk. En toch vindt dit plaats, juist om de mensen tot bekering te roepen. Er zijn in Afrika miljoenen mensen op beestachtige wijze vermoord. De rapporten daarover komen binnen. Maar de miljarden, die vandaag verder mogen leven? Hebben zij erdoor geleerd? Zijn ze wijzer geworden? In Openbaring wordt gesproken van het ene 'wee' na het andere. Dat is geen bedenksel van een sombere boeteprofeet, maar openbaring van de levende God.
Dit betekent niet een verkeerd verband leggen tussen ramp en zonde. We moeten er niet een vergeldingstheorie op na houden, zoals Christus die in de Farizeeën bestrafte. Maar het is wel de geest van de profetie, die ons ook vandaag doet zeggen, dat God een twist met deze wereld heeft. Een wereld die zich massaal van Hem heeft afgekeerd. Dat kan niet goed gaan. Er is een God die leeft, die op de aarde vonnis geeft. Nee, we krijgen geen speciale openbaring meer, zoals eenmaal Amos. Maar we hebben wel allemaal de Openbaring die Christus aan Johannes gaf, dat wegens de onbekeerlijkheid van 'de' mensen op aarde God het ene oordeel na het andere zal zenden. En deze openbaring mogen wij niet negeren.
Ik zei al, dat Amos als profeet niet populair was bij Israël. Het zal ook bepaald niet populair overkomen, wanneer wij de rampen in de wereld in verband brengen met de boosheid van God over wat onder zijn zon gebeurt. Maar het behoort wel tot het bijbels getuigenis, waarvoor wij ons niet mogen schamen. Het is de waarheid van Gods profetische woord.

3. De ernst daarvan wordt ons op het hart gebonden

Daarom dienen we ten derde te letten op de ernst, waarmee dit alles onder onze aandacht wordt gebracht. Amos vat dit aldus onder woorden: 'De leeuw heeft gebruld, - wie zou niet vrezen? De Here HERE heeft gesproken, - wie zou niet profeteren?' (3: 8). Hier ligt het accent op het schrikwekkende van Gods boodschap. Maar het gaat hier om een heilzame schrik. En dat hoort ook bij het evangelie.
Al eerder heeft Amos het gebrul van de leeuw ter sprake gebracht. Toen haalde hij dit als voorbeeld uit de dierenwereld aan. Nu past hij het toe op het spreken van God zelf. Het gebrul van de leeuw geeft het onheilspellend karakter van de situatie aan. Dat maakt Amos concreet door het nu op de Here zelf te betrekken. Naast liefelijkheid, redding en vrede, brengt het evangelie van God ook een verontrustende ernst in ons mensenleven. Laten wij dat niet vergeten.
Soms lijkt het wel, alsof het evangelie voor velen een succesformule is. Wie gelooft is altijd blij, vindt genezing op het gebed, wordt van allerlei lichamelijke en geestelijke problemen verlost. Maar zo ligt het in werkelijkheid niet. Er klinken ook donkere tonen in het evangelie op. Niet alleen in het Oude Testament, maar ook in het Nieuwe Testament. Amos sprak niet alleen dreigende woorden in de richting van allerlei heidenen buiten Israël. Nee, hij sprak nog indringender tot Israël zelf. Juist, omdat het Gods eigen volk was, waarop de Here speciaal toezag. Geheel in de lijn daarvan zegt Petrus, dat het oordeel begint bij het Huis van God. En als het bij ons begint, wat zal het einde zijn van hen, die ongehoorzaam blijven aan het evangelie van God (1 Petrus 4: 17)?
Het kan niet ontkend worden, dat velen die onder de indruk zijn van de huidige rampen, tegelijk ongehoorzaam zijn en blijven aan het evangelie van God.
Maar laten we allereerst bij onszelf beginnen. Hoe staat het met ons en met onze kerken, met de ouderen en de jongeren? Dreigt niet een geest van matheid en onverschilligheid? Klinken er geen verontrustende signalen over jongelui, die de weekenden in kroegen en disco's doorbrengen? Is er geen toenemend gebrek aan bijbelkennis en aan liefde voor God en zijn dienst? Laten we niet vergeten dat God als een goede Huisvader het scherpst toeziet op zijn eigen huisgenoten. We worden dagelijks in aanraking gebracht met veel ellende in de wereld. We zijn de laatste weken opgeschrikt door veel narigheden op allerlei gebied. Maar brengt ons dit tot nadenken? God brengt niet zonder noodzaak leed in deze wereld. Hij poogt daarmee de mensen een halt toe te roepen, juist in hun ongebonden levensstijl. De leeuw heeft gebruld. Zonder nadere uitleg schrikken mensen daarvan. Maar Gods stem klinkt veel geweldiger. Hij geeft tot en met uitleg van zijn spreken in zijn eigen Woord. Hij is een God van liefde en genade, ja zeker. Maar Hij is ook een God van oordeel en van straf.
Laten we dit laatste niet vergeten. Voor onze ogen voltrekken zich zijn oordelen. Paulus zag dit al in zijn tijd gebeuren. Maar het is vandaag nòg aan de gang. Daarom schrijft hij: 'Daar wij dan weten, hoe zeer de Here te vrezen is, trachten wij de mensen te overtuigen...' (2 Korintiërs 5: 11).
Er is vandaag een tendens om lief over God te spreken. Het wordt allemaal zo zoet en mooi. Maar dat Hij als een leeuw kan zijn, die brult van woede, wil er bij velen niet meer in. Het wordt allemaal zo 'soft'. Ook als het gaat om de manier, waarop we de Here dienen. Zo in de zin van 'ieder het zijne' ook op godsdienstig gebied. Ik voel het zo en ik wil het zus.
Daarom, broeders en zusters, jongens en meisjes, laten we onszelf beproeven, of er in ons persoonlijk en kerkelijk leven geen verkeerde wegen zijn. Laat wat erom ons heen gebeurt en ook in ons eigen land, ons dichter bij de Here brengen. Hij is geen ongenadig God. Integendeel, Hij is en blijft een God, groot van lankmoedigheid. Want bij de Here, onze God, is barmhartigheid en vergeving, hoewel wij tegen Hem weerspannig zijn geweest (Daniël 9: 9).
Laat dit de les van het evangelie voor ons mogen zijn, juist in verband met de huidige wereldproblemen: Doe ons uw kracht ten leven blijken, dan zullen wij van U niet wijken.

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar