De Here wil ons van onze zonde bevrijden

Thema: De Here wil ons van onze zonde bevrijden
Tekst: 2 Samuël 12: 13
Tekstgedeelte(n): Romeinen 7: 13-26
2 Samuël 12: 1-14
Door: Ds. W. Dijksterhuis (destijds predikant gereformeerde kerk vrijgem. Dokkum)
Gehouden te: Dokkum op 7 december 1997

Aanwijzingen voor de Liturgie

Ps. 101: 1-2, 5
Ps. 1: 1-3
Lezen: Romeinen 7: 13-26
Ps. 51: 1-3
Lezen: 2 Samuël 12: 1-14
Tekst: 2 Samuël 12: 13
Ps. 51: 4-6
Gez. 15

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Gelukkig dat de prins op het witte paard kwam…

Anders was het niet goed afgelopen met Sneeuwwitje. Dan zou ze nooit meer wakker geworden zijn en dan had ze niet met haar prins kunnen trouwen. Dan had het verhaal nooit goed kunnen aflopen met "en ze leefden nog lang en gelukkig".

Sprookjes, dat zijn mooie verhalen, vinden jullie ook niet? Maar sprookjes zijn niet echt. Grote mensen vinden dat bijna allemaal. Niet dat zij niet zouden willen dat ze wel echt waren hoor. Best wel. Grote mensen geloven niet in sprookjes omdat ze in het echt niet waar kunnen zijn.

Want in sprookjes heb je maar twee soorten mensen: goede en slechte. De goede mensen doen alleen maar goede dingen, de slechte alleen maar slechte. En in sprookjes winnen de goede mensen het altijd van de slechte. Het loopt dus altijd goed af. Maar, jongens en meisjes, in het echt gebeurd dat niet, want in werkelijkheid bestaan zulke mensen niet. In het echt doen dezelfde mensen goede en slechte dingen door elkaar. Zelfs mensen die als 'heel goed' bekend staan, doen soms zomaar heel iets slechts. Dat had je nooit van ze verwacht en toch gebeurd het, ineens. Hoe kan dat nou? Bestaan er dan geen echt goede mensen? Je kunt het wel raden: nee, in het echt bestaan er geen werkelijk goede mensen. Erg hè.

Kijk maar eens naar koning David. Dat was nou eens een goede man! Een groot man, zeggen we dan. Hij geloofde in -vertrouwde op- de HERE. En dat maakte Hem heel moedig. Als enige durfde hij tegen de reus Goliath te vechten. Hij geloofde vast dat de HERE hem helpen zou in z'n gevecht tegen de spotter Goliath. En dat was ook zo. David won het. Vanaf dat moment begonnen de Israëlieten van hem te houden. Ze zongen een lied: "Saul heeft zijn duizenden verslagen, maar David zijn tienduizenden." David was in één keer een bekende Israëliet geworden. Een heel populaire man. David was echt een goed mens. Hij was zo trouw aan zijn koning -Saul- dat hij hem niet kwaad wilde doen. Zelfs toen Saul hem zo maar wilde doden omdat hij jaloers op hem was, deed David hem niets kwaads terug. Zelfs niet toen hij dat gemakkelijk had kunnen doen in de spelonk -en later nog een keer- hij deed het niet. En Saul was toch echt zijn vijand, die hem steeds weer probeerde te vermoorden. Hij was zo trouw aan zijn koning dat hij huilde toen hij hoorde dat koning Saul gesneuveld was in het gevecht tegen de Filistijnen. David huilde om de dood van Saul zijn vijand.

En dan nu, in één keer, doet David zoiets met Batseba en Uria. Snap je dat nou?
Dávid!
Sprookjes kunnen in het echt niet waar zijn als zelfs goede mannen als David in één keer zulke dingen doen. Maar de HERE laat het daar niet bij….

De Here wil ons van onze zonde bevrijden

Zonde:

  1. is een geweldige macht
  2. moet ontmaskerd worden
  3. wordt dan door God vergeven

Zonde is een geweldige macht

Uria, de man van Batseba leek op David. Een oprechte man, die zelfs toen David hem van het slagveld terughaalde, zodat hij even bij zijn vrouw kon zijn, niet van het aanbod gebruik maakte (2 Samuël.11: 8-13). Tot twee keer toe laat Uria zien uit wat voor hout hij gesneden is. Hij is zijn koning gehoorzaam en als die wil dat hij naar Jeruzalem komt, dat doet hij dat. Maar hij wil geen voorkeursbehandeling t.o.v. zijn broeders op het slagveld. Zolang zij niet naar huis kunnen, gaat hij ook niet. Voor zoveel trouw en kameraadschap kun je alleen maar respect hebben. Dat Davids sluwe plan nou net mislukte door de rechtschapenheid van Uria.
Je vraagt je af, als hij zoveel eerlijkheid ontmoet in een man als Uria, waarom dringt het dan niet tot hem door waar hij mee bezig is? De oprechte David!

Om maar eens wat dichter bij huis te blijven, dat zie je veel vaker. Alom gerespecteerde mensen, die ineens in een enorm schandaal betrokken lijken. Heel Nederland spreekt er eerst zijn ongeloof over uit en vervolgens zijn afschuw. Hoe konden wij ons zo in hem vergissen!

Broeders en zusters, zonde gaat ook de gemeente van Christus niet voorbij. Vooraanstaande gemeenteleden vallen soms zo ineens van hun voetstuk als blijkt dat ze al jarenlang betrokken zijn bij werkelijk ernstige zonde. Een golf van ongeloof gaat door de gemeente. Die, hoe kan dat nou! Jaren geleden hoorde ik eens een dominee uitroepen, toen er weer eens een zaak aan het licht kwam: "en het was nog wel zo'n gereformeerd gezin!"

Een beetje vreemde uitroep voor een predikant vond ik dat toen en dat vind ik nog steeds! Iemand die dag in dag uit met de Bijbel bezig is, moet toch oog hebben voor de macht van de zonde zou je zeggen. "Er is niemand die doet wat goed is, zelfs niet één", belijden wij met Paulus. Hoe kun je dan verbaasd zijn over grote zonde in de gemeente van Christus?

Maar als gereformeerd mens gaan je soms zomaar in sprookjes geloven. Natuurlijk geloof je dat alle mensen zondig zijn. Natuurlijk bid je steeds mee: "en vergeef ons onze schulden". En je méent het. Maar de echte zonde is toch een theorie geworden. Een zaak van de leer. Daar kun je op vereniging heel interessant over discussiëren. Maar ergens verwacht je niet dat je zonde ook in het echt zult tegenkomen. Tenminste geen grote zonde. Natuurlijke, iedereen doet zo zijn zonden, maar dat zijn kleine. Maar werkelijk grote zonde daar reken je niet op.

"t Is niet waar", dat zie je aan David. Wie heeft beter dan hij zijn afhankelijkheid van de Here verwoord? "De Heer is mijn herder, mij ontbreekt niets…" (Psalm 23); wie zuiverder het belang van leven naar Gods wet: "Wie mag de berg der Heren beklimmen? (…) "die rein is van handen en zuiver van hart"(Psalm 24: 3 en 4). En juist deze David pleegt overspel met de mooie Batseba.
Wie leefde er oprechter dan David? Hij doodde zijn vijand Saul niet, zelfs niet toen hij daarvoor twee keer volop de gelegenheid had? (1 Samuël 24 en 26). Wie was er vasthoudender in zijn trouw en afhankelijkheid van zijn koning Saul, zelfs toen die zich tegen hem keerde. David is er kapot van als hij hoort hoe zijn grootste rivaal Saul gesneuveld is: "de gezalfde des Heren is dood". (2 Samuël 1). Was er een oprechter man dan David? David groot in geloof, groot is zijn val.

Waarom?
Omdat de macht van de zonde zo groot is! Het verlangen naar Batseba -voor David de verboden vrucht- is zo groot dat het al zijn waarden en normen overheerst. Hij raakt helemaal bezeten van haar. Verterend verlangen is als een verslaving. De zucht naar Batseba veegt Davids geweten aan de kant, alsof het er nooit geweest is. Het woord voor zonde in onze tekst betekent 'de weg kwijtraken'. En dat is wat David gebeurd. Na die eerste misstap op het dak van zijn paleis, raakt hij totaal van de goede weg. En stap na stap komt hij verder van God af: - overspel, list, bedrog en uiteindelijk moord. Alsof hij nooit op de goede weg geweest is.

Broeders en zusters, zonde is een enorme macht. Eenmaal onder haar invloed, overheerst ze alles wat er ooit was. Eenmaal in macht van de zonde, die als een roofdier op de loer ligt (Genesis 4), veranderen rechtschapen mensen ineens in fraudeurs, in sluwe moordenaars, in onbetrouwbare echtgenoten; in roddelaars die niets en niemand heel laten - dezelfde mensen.

Broeders en zusters, de geschiedenis van David is een blijvende waarschuwing voor ons. Het maakt ons duidelijk met welke macht we hier hebben te maken. De zonde en de boze macht daarachter, vormen een voortdurende bedreiging voor ongelovigen en gelovigen. Misschien nog wel meer voor gelovigen, want onder hen valt er voor de boze meer te winnen.
Als je dat eenmaal weet dat ben je niet verbaasd dat gereformeerde predikanten ineens ook zondige mensen blijken, die -als David- op hun knieën gaan voor de macht van de zonde. Wat er de afgelopen jaren op dat gebied ook in onze kerken aan het licht komt is erg, schokkend, maar niet verbazend. Jezus Christus is niet voor niets gestorven! Het leven hier is geen sprookje. Maar…

De Here wil ons van onze zonde bevrijden. 1. Zonde is een geweldige macht...

2. Zonde moet ontmaskerd worden

Hoe machtig de zonde is, wordt ook nog op een andere manier duidelijk.
Niet alleen toch al slechte mensen vallen onder haar aanvallen ook de rechtvaardige David.
En eenmaal gevallen is hij totaal in haar macht. Het gaat niet alleen van kwaad tot erger.
David is het zich zelfs niet meer bewust. Zijn hele geweten lijkt wel gewist en van schuldbesef of berouw merk je niets meer.

Maar de HERE laat zijn 'knecht David' niet aan zijn lot over. Hij stuurt zijn profeet Natan naar David toe. Die kan David niet rechtstreeks op zijn zonde aanspreken. Broeders en zusters, David is op dat moment al zover bij de Here vandaan dat Hij dat niet meer begrepen zou hebben.
Eerst moet David tot besef van zijn zonde gebracht worden. En de enige manier waarop dat nog kan, is er een algemeen verhaal van de maken. Het begint net als een sprookje: 'er waren eens…, maar 't is geen sprookje. 't Is in tegendeel het afschuwelijke verhaal van een nietsontziende rijke, die zó door zijn bezit bezeten is, dat hij in zijn liefde voor zijn eigen goed, zelfs het enige dat zijn arme broeder bezit niet meer kan ontzien. Een gewetenloze schurk.
Davids oordeel over deze man is duidelijk: een man zonder hart verdient het niet te leven.
"U bent die man", pas dan dringt het tot David door.

De manier waarop Natan koning David bewust moet maken van zijn zonde, legt een tweede karaktertrek van de machtige zonde bloot. Zonde tast het geweten aan en vreet het helemaal weg en iemand die verkeerd heeft gedaan, heeft de neiging zichzelf te verontschuldigen voor wat hij gedaan heeft. 't Kon niet anders! Broeders en zusters, je hebt als mens de drang net zolang te redeneren totdat je jezelf overtuigt hebt dat je echt niets anders kon. De boze levert je wel 1000 redenen om je zonde niet toe te geven, maar te koesteren.
Na een poosje ga je er zelf in geloven. En als je zelf in je onschuld gaat geloven ben je verloren. Dat is precies wat de boze op het oog heeft. Want onbeleden zonden betekenen je dood, de eeuwige dood. Voor altijd los van God.

Broeders en zusters, de zonde is een formidabele tegenstander. Wie daar geen rekening mee houdt, is een gemakkelijk slachtoffer. Zelfs wie er terdege rekening mee houdt, ontkomt niet aan haar macht. De zonde is als een dodelijke ziekte die gretig om zich heen grijpt, en al snel je beoordelingsvermogen aantast, zodat je niet meer beseft wat je gedaan hebt.
Iemand die zijn zonde niet belijdt lijkt op iemand die de weg kwijt is, ver van God is en het zelf niet eens door heeft. En zich steeds verder van God verwijdert. "Met een ingebeelde hemel de hel in wandelt', zeggen we dan.

Maar, de HERE laat je niet reddeloos verdwalen. Broeders en zusters, Hij toont zijn liefde voor David, zijn knecht, door Hem de profeet Natan te sturen. Alleen die kan hem met een goedgekozen verhaal tot inzicht van zijn zonde brengen. Broeders en zusters, de Here toont ons zijn liefde door ons zijn wet te geven. Hij geeft je onafhankelijke leefregels waaraan je je leven kunt toetsen. Hij geeft je zijn Woord met geschiedenissen als die van David waarmee de Geest je kan overtuigen van je zonden. Immers pas als je je zonde beseft, kun je om vergeving vragen. Vergeving voor een concrete zonde. Niemand van ons moet gedachteloos om 'de-vergeving-van-de-zonden' bidden. Alsof je zonder berouw vergeving zult krijgen. Dat zie je aan Natan en David.

Broeders en zusters, laat je leren door Gods Woord en Geest. Zonde moet ontmaskerd worden, zichtbaar voor God, en zal pas dan door Hem vergeven worden. Immers…

De Here wil ons van onze zonde bevrijden. 1. Zonde is een geweldige macht; 2. Zonde moet ontmaskerd worden...

3. Zonde wordt dan door God vergeven

Broers en zussen, met Adam en Eva is de zonde de wereld in gekomen en sinds die tijd is ze er gebleven. Onder alle mensen, ook onder gelovigen. Zelfs al heeft onze Heer Jezus Christus je Zelf bij zijn kerk gehaald dan nog heb je te maken met de macht van de zonde. Een gezalfde als David. Een geroepene als Paulus en een geroepene en gedoopte gelovigen hier in dit kerkgebouw.

Paulus, die onze Heer Zelf had horen spreken, schreeuwt het uit, lang nadat hij Christus had leren kennen: "Ik ellendig mens! Wie zal me verlossen van dit lichaam dat me ter dood brengt (Romeinen 7: 24). Voor hem is het regel: "Als ik het goede wil doen, dringt het kwade zich aan me op. Vóór door Christus geroepen en gedoopten, zoals wij zijn, is het toch niet anders! Van kleins af aan gebeuren er twee dingen: je leert je Here Jezus Christus kennen, maar tegelijkertijd leer je jezelf kennen. Steeds weer aangevochten door het kwade in jezelf, de wereld om je heen en in eigen persoon door de boze en zijn geesten. Kleine zonden, maar ook grotere; eenmalige en steeds weer terugkerende. Je boekt één overwinning en lijdt drie nederlagen. Broers en zussen in Jezus Christus, dat zijn niet alleen kleine zonden, poppenzonden, die je nog wel aan anderen op durft te biechten, maar net zo goed de grote, zware, afzichtelijke zonden, waar je van hoopt dat nooit iemand er van zal weten. Ieder van ons kan het Paulus nazeggen: "Ik, ellendig mens!" De grote, gelovige David viel met een klap die zijn hele verdere leven nadreunde. Zijn zonde kreeg hem zó in de macht dat hij er andere, even erge, deed om ze toe dekken. Stel je voor dat hij zijn relatie met Batseba had moeten toegeven tegenover Uria, tegenover zijn volk? Liever moorden dan toegeven. Maar hoe goed en groot David ook in de ogen van God en mensen was, de Here God accepteerde niet dat zijn zonde onbeleden bleef. Het kwade wordt niet tegen het goede weggestreept. David moest ze voor God en mensen belijden. Pas dan zou ze vergeven worden. De HERE wil David, zijn knecht, niet aan zijn eigen zonde ten onder laten gaan. Daarom stuurde Hij Natan, die David tot schuldbelijdenis brengt: "Ik heb tegen Here gezondigd." En pas dan, maar dan ook onmiddellijk: "de HERE heeft u uw zonden vergeven." Er kwam wel straf, maar geen eeuwige straf.

Paulus, die zichzelf een kampioen zondaar noemt (1 Timoteüs 1: 15), schreeuwt: "Ik ellendig mens! Wie zal mij verlossen van het lichaam dat me naar de dood voert?" En antwoord zichzelf: "God zij dank door Jezus Christus, onze Heer."

En wat voor David en Paulus geldt, geldt voor ons. God vergeeft alleen onze beleden zonden. Ieder in deze gemeente, die zijn zonde tegen God en mensen voor hen verbergt, ze niet belijdt aan God en mensen; er niet tegen vecht. Die steeds weer, misschien al jaren lang, zichzelf verbeeldt: "God zal me het wel vergeven." Die vergist zich! Ieder die zich inbeeldt: dat je nu eenmaal zondig bent en dat de zonde dus plaats heeft in zijn leven, die hoopt schuld op tegenover God. De Here zal de onbeleden zonden niet vergeven. Tegen al zulke mensen, ook gereformeerde gelovigen, getuigt het bloed van Christus op de dag van het oordeel. Want zij tonen, door hun zonden te vergoelijken en te koesteren, door er ruimte aan te geven in hun leven, dat Christus voor niets gestorven is. Dan kun je wel aan het avondmaal aangaan of vandaag hier hypocriet in de kerk zitten, maar je hebt niets aan het sterven van Christus.
Het bloed van Christus zal integendeel tegen je getuigen, want voor jou is Christus voor niets gestorven.

Maar, broers en zussen in Jezus Christus dat kan niet het laatste woord zijn. De waarschuwing is onmiskenbaar, maar dankbaarheid overheerst. Je mag dan een berooide zondaar zijn, je mag je doodschamen voor wat je deed, er is in deze gemeente plaats voor je, de zondaar vol berouw die zijn zonde voor God en mensen belijdt. God zij dank door Jezus Christus, onze Heer. Hier in dit kerkgebouw mogen zondige mensen aangaan aan het avondmaal. Van deze gemeente mogen zondige mensen lid zijn. Niet alleen mensen met poppenzonden, maar ook die met grote en afschuwelijke. Jezus Christus zal u schoonwassen met zijn bloed. "Al waren uw zonden als scharlaken, ze zullen wit worden als sneeuw, al waren rood als karmozijn, ze zullen worden als witte wol." (Jesaja 1: 18). God zij dank door Jezus Christus, onze Heer.

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar