Zonde en schuldbelijdenis

Thema:

Zonde en schuldbelijdenis

Tekst: 2 Samuël 12: 1-15a
Tekstgedeelte(n):

2 Samuël 12: 1-25

Door: Ds. P.P.H. Waterval (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Krimpen aan den IJssel)
Gehouden te:

Krimpen aan den IJssel op 11 januari 2001

Extra: 2Sa12v15b - Zoek God!

Aanwijzingen voor de Liturgie

Votum en zegengroet
Ps. 78: 1
Wet
Ps. 78: 2
Lezen: 2 Samuël 12: 1-25
Ps. 51: 1-2, 4
Tekst: 2 Samuël 12: 1-15a
Preek
Ps. 32: 1-2, 5
Lied 473: 1, 5-6
Zegen

Gemeente van de Here Jezus, broeders en zusters, jongens en meisjes,

Ik wil mijn preek beginnen met een niet-alledaagse vraag. Heb jij je wel eens afgevraagd of je een moord zou kunnen plegen? Nee, ik bedoel niet of je iemand zou kunnen doden. Dat is ook al heel erg, maar dat kun je je, denk ik, wat gemakkelijker voorstellen. Dat je dat bewust doet: iemand doden. Bijvoorbeeld in een oorlogssituatie in een man-tegen-man gevecht. Of als een inbreker je huis binnendringt en je kinderen iets wil aandoen. Of dat je per ongeluk iemand doodt: bijvoorbeeld in het verkeer. Dat kan je gebeuren. Dat is al afschuwelijk genoeg. Je moet er niet aan denken. Maar een moord plegen? Dat is toch nog wel even wat anders. Ook al weet je van jezelf dat je een zondig mens bent, dat kun je je toch maar moeilijk voorstellen. Zeker als je dichtbij de Here leeft en hem oprecht probeert te dienen.
Wat zou David op diezelfde vraag die ik net stelde geantwoord hebben, de dag nadat hij tot koning was gezalfd? Wat denk je? Zou hij het niet even moeilijk als jij hebben gevonden om die vraag voor zichzelf te beantwoorden? En toch... toch kwam er een dag in het leven van deze belangrijke man waarop hij in staat bleek een medemens te vermoorden. Het is ongelofelijk, maar waar. Hij die in de bijbel 'de man naar Gods hart' wordt genoemd, ontpopt zich plotseling als een gewetenloze moordenaar. Die door God uitgekozen artistiek-begaafde herdersjongen die met gevaar voor eigen leven Goliat uitdaagde en versloeg. Die evenwichtige David, die zich op bewonderenswaardige wijze beheerste toen hij tot twee keer toe de kans kreeg zich gemakkelijk te ontdoen van zijn achtervolger, koning Saul. Hoe is het mogelijk dat diezelfde David zich jaren later, toen hij net gesetteld was in zijn luxe paleis van cederhout, zich niet beheerste en zich zo op sleeptouw liet nemen door zijn opspelende hormonen?
[ Preeklezer kijkt fluitend door een (denkbeeldige) verrekijker ] "He, jij daar, weet jij hoe dat stuk daar aan de overkant heet? Wat, Batseba, de vrouw van Uria? Aha. Ga d'r maar eens even voor me halen". Nee, dit keer beheerste David zich niet. Hij ging gewoon zijn gang en pleegde overspel met Batseba. Schunnig. Roofde daarmee de vrouw van zijn naaste, Uria, die hij vervolgens op een duivelse manier uit de weg ruimde. Walgelijk gewoon! David valt, en heel diep. Wie had dat nu verwacht van die beheerste, godvrezende en sympathieke man?
Die positieve indruk maakt hij ook nog steeds op de dag dat Natan hem opzoekt. Met een sterk rechtsgevoel en ontroerende liefde voor het zwakke en verdrukte, reageert David heel emotioneel op het aangrijpende verhaal over die rijke stinkerd die zich vergreep aan het lievelingsdier van zijn arme stadsgenoot. "Wat een meedogenloze schoft, zo waar als God leeft, die man die gaat er aan!" Yes! Zo kennen we David. Maar dan, dan klinken die bekende woorden, als donderslagen: "Jij bent die man!" Het masker gaat af. David beseft wat hij heeft gezegd. Hij wordt bleek en schaamrood tegelijk. Keihard laat God hem weten, dat Hij genoeg heeft van zijn gemene spelletje. Wat is de bijbel daarin eerlijk: zelfs koningen worden niet gespaard. Ook Davids zonden worden niet met de mantel der liefde toegedekt. Integendeel. Het verband waarmee David zijn dodelijke en stinkende wond had verbonden: het wordt er door God afgerukt. Open ermee! En de Here gaat er in snijden en oeh wat doet dat pijn. David zal weten wat hij gedaan heeft. Maar de ingreep helpt wel. David bekent schuld en zijn leven wordt gered.

Zonde is opstand tegen God. "Tegen de Here heb ik gezondigd", zegt David. Hij heeft het goed begrepen. Zijn overspel met Batseba en de moord op Uria: het was niet alleen zonde tegen hen, die net als hij naar Gods beeld waren geschapen. Juist daardoor was het vooral opstand tegen God zelf. In Psalm 51 zegt hij het heel duidelijk: "Tegen u, tegen u alleen, heb ik gezondigd en gedaan wat kwaad is in uw ogen." David, de koning van Israël, onttroonde bewust de koning der koningen in zijn hart en hij klom zelf op de troon. En dat terwijl hij juist als koning volgens de instructies van Mozes, in de vreze van de Here hoorde te leven door zijn geboden te gehoorzamen. David heeft zijn eerste verantwoordelijkheid voor God niet zomaar eventjes 'vergeten'. De Here verwijt hem door de mond van Natan: "Waarom heb je het Woord van de Here veracht?" In die vraag klinkt hevige verontwaardiging en diepe teleurstelling door. Waarom toch, David? Wat had God hem allemaal niet geschonken? Met de herhaalde nadruk op het woordje ik in de verzen 11 en 12 maakt de Here duidelijk dat Hij het zich heel erg aantrekt. Alles wat David had, hij had het hoogst persoonlijk van God gekregen: het koningschap, de redding uit de handen van Saul, diens vrouwen, de macht over Juda en Israël. Had hij ook maar iets te klagen gehad? Maar wanneer de Here David zijn oordelen aankondigt, namelijk de ellende van seksuele zonde en dodelijk geweld in zijn eigen gezin (denk aan de geschiedenis van Amnon en Tamar, aan Amnons dood en aan Absaloms opstand), dan gaat David door de knieën. En dan geeft hij het toe: "Ik heb tegen de Here gezondigd."
Mijn broeder en zuster, vergeet jij dat ook wel eens, bewust of onbewust, dat je allereerst schuldig staat tegenover God? Je bent door hem gemaakt, je bent zijn eigendom, je kunt niets zonder hem, alles wat je bent, ben je dankzij Hem. Dus als je aan één van zijn schepselen komt, dan kom je aan hemzelf. Leer het opnieuw van David: zonde is opstand tegen God.

Maar dat niet alleen, want zonde is ook bedrog. Vooral zelfbedrog. Als we zondigen, moeten we echt niet denken dat God wel even de andere kant opkijkt. God ziet ons hart. Met Hem, de allerhoogste, kun je geen verstoppertje spelen. Toch is dat wel wat David een hele tijd geprobeerd heeft. En we doen het eigenlijk allemaal, als we God kennen en toch bewust zondigen. Vanaf het moment dat hij Batseba als lustobject misbruikte, heeft hij geweten dat hij God zelf de rug toekeerde. Daarmee schroeide hij zijn geweten dicht. Ongetwijfeld heeft hij daarvoor knappe excuses bedacht. Zo van: "Ik ben koning. Batseba en Uria zijn mijn onderdanen. Ik kan over hun levens beschikken. Batseba past helemaal niet bij die Hethiet. Nee, zij past veel beter bij mij. En Uria: met hem zal ik het weer goed maken." En toen Uria zich verzette tegen Davids pogingen om hem te manipuleren, zal David gedacht hebben: "Och, er sterven er in de oorlog zoveel, misschien was hij toch wel omgekomen. In de oorlog sneuvelen is trouwens heel eervol". En toen Uria inderdaad sneuvelde: "Och, wat heeft het voor zin om op het verleden terug te komen. Gebeurd is gebeurd." Zo heeft David zijn rug schoon gepraat. Herken je dit soort geredeneer? Durven we het aan om in ons eigen slechte en hypocriete hart te kijken? Ondanks al onze uiterlijke vroomheid kan die ene verborgen zonde ons hele leven aantasten en gaan beheersen. Kijk maar: David speelde al die tijd de rechtvaardige en bewogen rechter (alsof hij Uria nooit gekend had). En juist door zijn rechtvaardigheid (mensen dwingen om de schade 4 maal te vergoeden) stopte hij zijn geweten steeds meer dicht. Wat erg eigenlijk dat het zover kan komen: dat je woedend bent over die en die zonde, juist omdat je zelf tot aan je nek in een veel ergere zonde vastzit. Met de woede over de zonde van die ander, probeer je dan eigenlijk je eigen zonde af te kopen. Laten we onszelf onderzoeken en eerlijk zijn. Want als God ons beoordeelt, kunnen juist onze openlijke vrome uitingen zich tegen ons keren. Ook een gelovig mens, een gereformeerd christen zoals jij en ik kan helemaal vast komen te zitten in zijn eigen kwaad. En als God dan niet ingrijpt, dan sluit je je steeds meer voor Hem af en dan gaat het van kwaad tot erger.
Dat zien we bij David dan ook gebeuren. Het begon op die zwoele zomeravond toen hij Batseba bij zich riep om zijn lustgevoelens te bevredigen. Gefascineerd door haar betoverend mooie naakte lichaam, ging hij van overspelige gedachten over tot daadwerkelijk overspel. En het smaakte David naar meer. Het daadwerkelijke overspel werd de start van een buitenechtelijke relatie. Toen bleek dat Batseba in verwachting was, begon David Uria te manipuleren en hem buiten spel te zetten en toen dat niet lukte, verzon hij een demonisch plan dat uitliep in de dood van de Hethiet. En tenslotte stond hem niets meer in de weg om zich Batseba helemaal toe te eigenen. Het is precies zoals Jakobus zegt in het eerste hoofdstuk van zijn brief: de begeerte baart de zonde en de zonde de dood. Het begon bij David met iets dat hem als het ware overkwam, maar uiteindelijk deinsde hij voor het ergste niet meer terug. Zo gaat het vaker. Zo kan er een vonk ontstaan in een gesprek bij de koffieautomaat met die aardige en aantrekkelijke vrouwelijke collega op je werk, die om aandacht vraagt en met wie jij eigenlijk veel beter kunt praten dan met je eigen vrouw. Zeker nu zij de laatste tijd door allerlei zorgen in haar familie wat minder zin in heeft om te vrijen. Die vonk kan tot een vlam worden, en die vlam tot een uitslaande brand die jouw leven en dat van je vrouw en kinderen verwoest. Omdat jij niet op tijd dat vonkje doofde door de nodige afstand te bewaren en door biddend om Gods kracht jezelf tot de orde te roepen. Beginnende zonde, daar moet je niet mee spelen, maar je moet er van wegrennen. Denk niet dat je het wel onder controle houdt. Want het pad van de zonde is een steile en glibberige berghelling: als je eenmaal begint te glijden, houdt niets je meer tegen, want je hebt nergens houvast. Hou jezelf niet voor de gek zoals David. Erken je zwakheid, geef toe dat je God niet op afstand kunt houden, roep zijn hulp in en keer om voordat het te laat is. Zondigen: dat is jezelf bedriegen.

Maar als je toch hebt gezondigd, belijd dan in ieder geval je schuld, want dat is de enige uitweg. Schuldbelijdenis werkt bevrijdend. David geeft zich gewonnen aan zijn God en hij belijdt zijn schuld met de woorden "Ik heb tegen de Here gezondigd". Misschien zegt iemand nu: "Is dat alles? Gaat dat zo gemakkelijk? Eerst zo de beest uithangen en dan denken dat je er vanaf bent, met één zo'n zinnetje?" Soms denken mensen inderdaad dat het zo gemakkelijk gaat en dat kan beslist niet.
Maar zo gemakkelijk ging het bij David ook niet. Vergeet niet dat voordat David zijn schuld beleed, hij al ongeveer een jaar lang zijn geweten onderdrukt had. In Psalm 32 beschrijft David deze periode (we zullen het straks zelf zingen): "Zolang ik zweeg, kwijnde mijn gebeente weg onder mijn gejammer, de hele dag; want dag en nacht drukte uw hand zwaar op mij; mijn merg verdroogde als in zomerse hitte". David heeft dus een pijnlijk hoge prijs betaald voor zijn zelfbedrog.
Bovendien, de Here straft David hier met de voorspelling van een vreselijke toekomst voor hem en zijn gezin. David gaat hier dus niet als een huichelaar door de knieën, maar als een aangeslagen en berouwvol zondaar. We horen het hem zelf zeggen in Psalm 51: 19: mijn hart is 'verbroken en verbrijzeld'. Maar zo uitvoerig als hij later in deze psalm vertelt over deze gebeurtenis, zo kort is zijn belijdenis hier. "Ik heb tegen de Here gezondigd". Meer hoefde de Here ook niet te horen.
Als er sprake is van oprecht berouw, dan heeft God zelfs aan één woord genoeg. Denk ook aan die weinige woorden van de tollenaar in Lucas 18: "Oh God, wees mij zondaar genadig". Het gaat om je hart. Gaat daar de knop om? Bij David gaat die inderdaad om. Geen gedraai, geen smoesjes meer. Hij geeft zich over, onvoorwaardelijk. Hij wist al die tijd al dat God gelijk had, en daarom is deze schuldbelijdenis voor hem een enorme bevrijding. Laten we hier een voorbeeld aan David nemen. Hou maar op met al die rookgordijnen, voor het aangezicht van God: al die halfslachtigheid en versluierende taal. Hoe vaak proberen we niet onze schuld op een ander af te schuiven, net als Adam die Eva de schuld gaf, en Eva die de slang beschuldigde. Belijd je schuld snel en oprecht. Stel het niet zolang uit als David deed. Bid nu maar alvast om een Natan die jou op tijd komt waarschuwen als het nodig is. En als hij langskomt, sluit je dan niet voor hem af, want hij kan je redding betekenen. Nog beter is: eerlijk luisteren naar je geweten, de fluisterstem van God in je leven. Zoek de Here op tijd, zolang Hij zich nog laat vinden. Want schuldbelijdenis werkt bevrijdend.

Dat kan alleen omdat God graag vergeeft. De Here is genadig en barmhartig. In de profetieën van Ezechiël zegt Hij: "Ik heb geen enkel plezier in de dood van de goddeloze, maar juist daarin, dat hij zich bekeert van zijn weg en leeft". Dat zien we hier. God heeft aan één woord genoeg. De Here ziet Davids verbroken hart. David weet: ik heb de band van vrede met God verbroken. Hij is mijn rechter. Ik verdien zijn oordeel, de dood. In feite had hij ook al zijn eigen doodsvonnis geveld, toen hij uitriep." Zo waar de Here leeft: de man die dit gedaan heeft, is een kind van de dood." Dat had hij, door het zo te zeggen, nota bene bekrachtigd met een eed. En toen hij van Natan begreep dat het om hemzelf ging, toen had hij eigenlijk ook niet anders verwacht dan dat God die eed nu ook op hem zou toepassen. Als een boemerang die jezelf treft. David kende de wet van Mozes goed genoeg om te weten dat hij als moordenaar niet aan de dood kon ontkomen. Maar dan hoort hij Natan plotseling ook zeggen: "De Here heeft je zonde vergeven. Je zult niet sterven". En David is verbijsterd. Hoe is het mogelijk?
Misschien denk je nu wel bij jezelf: staat David dan boven de wet? Wordt hij hier niet voorgetrokken? Nee, David staat zeker niet boven de wet. Alleen: wie zou hem in Israël hebben moeten berechten? Hij was zelf toch de hoogste rechtsinstantie? God zelf kon dat alleen doen. En Hij staat wél boven de wet. Dat wil zeggen: God is als wetgever bevoegd om de wet toe te passen zoals Hij dat goed vindt. Hij is daarin soeverein. Wie zou hem dat recht willen ontzeggen? Daarom mag David toch blijven leven. Als gelovigen van de nieuwe bedeling mogen wij daaruit leren dat je met oprecht berouw nooit tevergeefs aanklopt bij je Vader in de hemel. Als je pleit op het offer van Jezus Christus, dan hoef je niet te sterven. Dat fluistert de duivel je wel in, maar als je je vastklampt aan het kruis van Golgota, dan is er vrede voor jou, leven, eeuwig leven. God vergeeft graag. De Here is genadig en barmhartig.

Maar juist omdat God zo'n goede God is, is het ook zo verschrikkelijk als Hij gelasterd wordt. God lasteren? Het is het ergste wat je doen kunt. Helaas heeft David ervoor gezorgd dat door zijn misdaad Gods vijanden de naam van de allerhoogste door het slijk haalden. Zie vers 14. Zijn gemanipuleer met mensenlevens is natuurlijk niet onopgemerkt gebleven. Wat is het naïef geweest van David om dat te denken. De eerste die het in de gaten hadden, waren natuurlijk de mensen van zijn eigen personeel. En die zullen ongetwijfeld hebben gelekt. Sappige borrelpraat zal het hebben gegeven in menig huis en onder de stadpoort. Vooral bij hen hen die niet veel op hadden met de God van Israël en zijn dienstknecht David. "Moet je eens kijken wat er bij de God van Israël allemaal mee door kan." Maar gelukkig. De Here heeft laten zien dat Hij het absoluut niet op een akkoordje gooit met de zondaar. Ook niet als die zondaar David heet. Want de Here heeft een naam hoog te houden. Hoe zwaar Hij tilt aan godslastering, dat had Hij al in de wet van Mozes laten blijken: er stond nota bene de doodstraf op. Er zijn maar weinig dingen die zijn toorn meer opwekken dan hem te beledigen.
Broeders en zusters, de naam van onze God wordt ook in ons land zo veel misbruikt en besmeurd. Wat is het dan erg als wij, nota bene zijn eigen volk, daar nog een schepje bovenop doen door onze slordige levensstijl. Je kijkt in je achteruitspiegel. O, daar komt er weer eentje. Wrrroemmmm. Minstens 120, waar je maar 80 mag. In een flits zie je nog net het visje achterop de kofferbak. Zulk gedrag is, op zijn zachtst gezegd, geen reclame voor het evangelie. Als wij de naam van Christus willen dragen, dan zullen we zorgvuldig moeten leven. Als gemeente van Christus leven wij allemaal in een glazen huis. Dat geldt echt niet alleen voor de dominee en zijn gezin. Er wordt op ons allemaal gelet. Zorg ervoor dat jij goed bekend staat, dan zal de naam van God minder gelasterd worden en hopelijk juist met respect worden genoemd en misschien zelfs worden geprezen. God lasteren of daaraan meewerken? Dat is heel erg.

Hoe erg, dat blijkt uit de dood van Davids zoon. "De zoon die u geboren is, zal sterven", zei Natan. Wat een afschuwelijke boodschap. Ik kan me voorstellen als je nu denkt: hoe kan dat nou? De Here heeft David toch vergeven? Gaat Hij hem dan nu alsnog straffen? Ik denk dat we met die conclusie voorzichtig moeten zijn. David had namelijk zijn straf, of liever gezegd de aankondiging daarvan, al ontvangen in het vreselijke toekomstperspectief dat beschreven is in de verzen 10 en 11.
Nee, de dood van Davids zoon had een andere reden. In vers 14 wordt namelijk een duidelijk verband gelegd tussen het lasteren van God en de dood van het kind. Het jongetje zou zijn levenlang een wandelend souvenir zijn geweest van Davids machtsmisbruik. En door hem vroeg uit dit leven weg te nemen, heeft God voorkomen dat de mensen steeds maar zouden doorgaan met het beledigen van zijn naam, die van David en ook die van het kind zelf. Dat het overleed, was dus niet allereerst bedoeld als een straf voor David. Natuurlijk neemt dat niet weg dat David en Batseba veel verdriet hebben gehad van het verlies van hun kindje. Dat hebben we ook kunnen lezen. Maar ondanks intens vasten en bidden heeft David de dood van hun zoon niet kunnen afwenden. God bleef bij zijn besluit.
Ook hieraan kun je zien dat schuldbelijdenis en vergeving van zonden niet zo gemakkelijk gaat als het misschien lijkt. Want ondanks dat de Here David vergeeft, en ondanks dat de dood van zijn zoon niet allereerst als een straf bedoeld is, laat de Here David wel lijden aan het kwaad van zijn zonde. Voor God vrijuit gaan, genade ontvangen, betekent niet dat de Here ook altijd de ellendige gevolgen van je zondige handelingen wegneemt. Die zul je soms toch moeten dragen en soms ook heel lang.
Toch is ook hiermee nog niet alles gezegd. Want deze ramp in het leven van David staat niet op zichzelf. God had zijn eigen naam verbonden aan Israël en aan de dynastie van David. Maar hun geschiedenis is er een geworden van ontrouw en afbraak. De vervallen hut van David schreeuwde om renovatie. En daarom mogen we een lijn zien lopen van de dood van deze zoon van David, naar de dood van die andere zoon, de grote Zoon van David, de Here Jezus Christus. Zoals in de dood van de ene het lasteren van Gods naam werd ingedamd, zo werd met de dood van de andere de verheerlijking van Gods naam gestimuleerd tot en met. En die dood is de oorzaak geworden van jouw en mijn verlossing.

Zou jij een moord kunnen plegen? Als je eerlijk bent zeg je: 'ja, als God het niet voorkomt'. Zo ver kan het komen. Wij kunnen allemaal van kwaad tot erger gaan, zo dat we voor ons gevoel muurvast komen te zitten in de zonde. En dan vraag je je af, is er dan nog ooit wel een weg terug, komt het ooit nog goed? Ja, want God is genadig en barmhartig. Als je oprecht berouw hebt, komt net als voor David ook voor jou de weg weer vrij, de weg naar eeuwige vrede. Wat een wonder! Is dat echt mogelijk, voor die man, die vrouw, dat meisje, die jongen die zo diep gevallen is? Ja echt, want die man, die vrouw, dat meisje, die jongen, dat ben jij.

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar