Hizkia (Deel 1: In alle tijden en in elke situatie steunt God wie van Hem houdt)

Thema: In alle tijden en in elke situatie steunt God wie van Hem houdt
Tekst: 2 Koningen 18: 7
Tekstgedeelte(n): 2 Koningen 18: 1-8
Openbaring 22: 12-16
Matteüs 19: 27-30
Door: Ds. T.S. Huttenga (studentenpastor gereformeerde kerk vrijgem. classis Groningen)
Gehouden te: Groningen-West op 6 oktober 2002; Groningen-Helpman op 13 oktober 2002
Opmerking RJCV: De delen van deze serie kunnen ook afzonderlijk worden gelezen:
Hizkia - 1: In alle tijden en in elke situatie steunt God wie van Hem houdt,
Hizkia - 2: God brengt echt alles in beweging voor dat ene kind van Hem,
Hizkia - 3: Zelfs van Hizkia leer je geen dankbaarheid.
Extra: Inleiding op de prekenserie Hizkia

Aanwijzingen voor de Liturgie

Votum en zegengroet
Lied 434: 1-3
Wet
Ps. 105: 3, 5
Gebed 1
Ps. 19: 3
Lezen: 2 Koningen 18: 1-8; Openbaring 22: 12-16; Matteüs 19: 27-30
Collecte
Ps. 85
Tekst: 2 Koningen 18: 7
Preek
Ps. 25: 1, 6
Gebed 2
Lied 285: 1-2, 4
Zegen

Broeders en zusters, jongens en meisjes,

Een dansende koning: daar kunnen we wel wat mee. Wie kent niet het verhaal van David die voor de ark uit danste? Je leert daarvan, dat je enthousiast moet zijn voor God. Maar wat moet je nu met een koning die oorlog voert?
In het Oude Testament staan afschuwelijke verhalen over vijanden die worden afgeslacht. Zó concreet staat het in 2 Koningen 18 niet. Maar het gebeurde natuurlijk wel.
Kijkt u eens naar vers 8. Hizkia versloeg de Filistijnen tot aan Gaza. Gaza was in het Filistijnse gebied de meest zuidelijke stad, lag het dichtst bij de grens met Egypte. Dus: Hizkia en zijn soldaten hebben dat hele land van de Filistijnen veroverd. Het ging hun daarbij vooral om de strategische punten, de versterkte steden, de vestingen dus, maar ook om alle wachttorens, alle forten. Maar natuurlijk ging er daarbij veel meer kapot. Alleen met militairen vechten: dat kan eigenlijk niet. Werden hierbij nu ook mensen afgeslacht? Natuurlijk. Stel je maar de belegering van zo'n stad voor: Gat, Askelon, Ekron, Asdod. We kennen de namen wel. De Israëlieten slaan een bres in de muur. Achter de ontstane opening verschijnen Filistijnse strijders, het zwaard in de vuist. En dan gaat het hard tegen hard. De Israëlieten winnen. Ze slaan hun tegenstanders tegen de grond. Daar liggen ze. Met bebloede wangen, met zwaar verminkte armen en benen. En zulke beelden zijn in het hele land te zien. Er wordt nog geen fort gespaard.
Dat is vreselijk. Zulke dingen wensen wij zelfs onze ergste vijand niet toe. Maar Hizkia dus wel en hij voerde het nog uit ook. En dan staat in vers 7, dat de Here met hem was. Overal waarheen Hizkia uittrok, was hij voorspoedig. God steunde Hizkia door dik en dun.
Maar hoe is dat in vredesnaam mogelijk? Filistijnen zijn toch ook mensen? En ze hebben ook nog vrouwen en kinderen. Hoe kan God nu achter Hizkia staan?
Hoe kon God indertijd achter David staan? Want behalve dat David kon dansen, kon hij ook doden en hoe!
Hierover wil ik het graag met u hebben. Het thema van de preek is:

In alle tijden en in elke situatie steunt God wie van Hem houdt

Koning Hizkia schrok voor een fikse oorlog niet terug.
Toch kennen wij hem vooral anders. Hij is één van de weinige koningen van Juda en Israël, die erg veel van God houdt: David, Salomo, Hizkia en Josia. Dat zijn de bekendsten. Klopt dat dan wel? En wat moeten we met onze sympathie voor de drie anderen? Want die wisten netzo goed wat oorlog voeren was. Moet het Oude Testament misschien dicht? In het Nieuwe Testament gaat het veel minder over oorlog.
Hizkia hield van de Here. Je zou dat bijna niet geloven. Zijn vader Achaz was één van de meest goddeloze koningen, die Juda ooit had gekend. Als vandaag een vader niet in God gelooft en bovendien een slecht leven leidt, kijken wij niet vreemd op als de kinderen dat ook gaan doen. Maar God is niet aan onze opvoeding gebonden. Hij schakelt die wel vaak in, maar bindt zich er niet aan.
Hizkia hield van God. Opvallend veel zelfs. Van andere koningen staat er ook, dat zij deden wat recht was in de ogen van de Here. Maar zij worden vaak met hun eigen vader vergeleken. Hizkia mag op het niveau van David staan. Natuurlijk: je kunt ook niet zeggen, dat hij deed zoals zijn eigen vader Achaz. Maar de schrijver had hem ook kunnen vergelijken met zijn grootvader Jotam, die ook deed wat goed is in de ogen van God. Hizkia is dus duidelijk nog beter dan Jotam. Veel beter zelfs.
Lees eens hoe positief de schrijver van Koningen zich over Hizkia uitlaat. Dat staat in verzen 5 en 6: 'Hizkia vertrouwde op de Here, de God van Israël.' Hij legde zijn leven in Gods handen. En hij deed dat zoals geen van de koningen van Juda ooit had gedaan. En ook na hem was er geen koning meer zoals hij. Het probleem is dan een beetje, hoe het met Josia zit. Want van Josia, Hizkia' s achterkleinzoon, wordt precies hetzelfde gezegd. Maar dat heeft te maken met het feit, dat de Israëlitische geschiedschrijvers zich wat minder exact uitdrukten dan wij vandaag.
Hoe het ook zij: Hizkia was ontzettend vroom. Lees maar verder in vers 6. 'Hij hing de Here aan.' Hij sloot zich aan bij God. Hij week niet van God af, vroeg zich dus voortdurend af wat de Here wilde. En hij onderhield de geboden die de Here aan Mozes gegeven had.
Wat moest de koning van Israël of Juda altijd bij zich hebben? Een kopie van de wet. Een boekrol, waarin de belangrijkste wetten stonden. Misschien wel Deuteronomium. Daar moest hij elke dag uit lezen. Die moest hij zich eigen maken. En dat deed Hizkia dus. En dat paste hij ook toe in de praktijk. Kort en goed betekende dat, dat God bij deze koning veilig was en dat de naaste bij hem veilig was, vooral ook de zwakke naaste.
De geboden van de Here toepassen in de praktijk. Dat kan heel moeilijk zijn. Vooral als die praktijk slecht is en al heel lang slecht is. Heel veel mensen wennen daaraan. Ze zien er tegenop om het kwaad te bestrijden. Ze gaan het op zeker moment vergoelijken: 'Laat maar.' Op de duur zien ze het zelfs niet meer. In Juda worden afgoden gediend. Daar heeft Achaz wel voor gezorgd. Hoe trad Hizkia daartegen op? Hij heeft daar vast en zeker een eind aan gemaakt. Maar de schrijver van Koningen heeft het er niet eens over. Dat is ook niet het bijzondere van Hizkia. Er zijn in de geschiedenis van Juda en Israël veel meer koningen die afrekenen met de afgoderij. Maar Hizkia gaat verder. Hizkia zorgt er ook voor, dat de dienst op de hoogten stopt.
In Juda, trouwens ook in Israël, zag je op verschillende plaatsen een verhoging in het landschap. Meestal was dat een natuurlijke verhoging. Op zo'n verhoging zag je vaak een altaar staan. Naast dat altaar stond een paal en een opgerichte steen, een grote. Officieel was zo'n hoogte er voor de Here. Als de maarschalk van de Assyrische koning Sanherib later vóór Jeruzalem verschijnt, dan roept hij daar dat koning Hizkia de altaren van de Here verwoest heeft. En daar heeft hij dan gelijk in. Maar het is wel de halve waarheid. Want die hoogten werden maar zo plaatsen van afgoderij. De Israëlieten konden het niet laten. Ze werden ook zo beïnvloed door de Kanaänieten, die nog steeds tussen hen in woonden. En dus zagen ze in zo'n paal een symbool van Astarte, de Kanaänitische moedergodin, moeder aarde, en als ze een opgerichte steen zagen, dachten ze aan Baäl, de mannelijke god van de vruchtbaarheid.
Vandaar ook, dat de boodschap van het Oude Testament steeds duidelijker is, dat je God niet op de hoogten moet vereren, maar dat je daarvoor naar Jeruzalem moet gaan. En de schrijver van Koningen laat regelmatig zijn teleurstelling horen, ook als hij het over goede koningen heeft. Zij deden wat recht is in de ogen van de Here, maar de offerdienst op de hoogten: daar durfden ze niets aan te doen.
Maar neem dan Hizkia. Hij stuurt zijn mannen naar de hoogten toe. Zij hakken daar de heilige palen om en de opgerichte stenen verbrijzelen ze met houwelen. En Hizkia gaat de geschiedenis in als de koning, die de dienst op de hoogten heeft gestopt.
Kostte hem dat nu ook veel? Wat dacht u? Al die Judeeërs waren ontzettend gehecht aan de offercultus op de hoogte waar zij dichtbij woonden. Hizkia nam hen iets af dat hen heilig was. Dat moet je maar doen! Dan kun je op een heleboel verzet rekenen. Maar daar was Hizkia dus niet bang voor. Wat een koning!
Maar kijk dan weer naar vers 5. Hizkia vertrouwde op de Here. Niet op Baäl en Astarte, maar op de God van Israël. Als Hizkia aan deze God dacht, dan voelde hij zich sterk. Hij doet zijn naam eer aan. 'God is sterk', dat betekent Hizkia.
Als je van God houdt, dan is dat ook te zien. Liefde is nooit theoretisch. Dat geldt van de liefde tussen mensen. Je kunt wel zeggen, dat je van die ander houdt. Maar als dat op geen enkele manier zichtbaar wordt, dan gelooft niemand daar iets van. Van de liefde van God geldt dat zeker. 'Spreek zelf door onze daden van vrede en genade.'
Hizkia laat alle Judeeërs weer naar Jeruzalem gaan. Maar hij beseft ook, dat hij er daarmee niet is. Want zelfs in de tempel van Jeruzalem wordt aan afgoden geofferd. Wat doet Hizkia daarmee? Stopzetten natuurlijk. Dat spreekt zo vanzelf, dat de schrijver ook dat niet zegt. Dat deden andere vrome koningen ook. Laat staan Hizkia. Maar wat Hizkia ook doet, dat is Nechustan omsmelten. Nechustan betekent 'het bronzen ding.' Het is de koperen slang die Mozes indertijd gemaakt heeft, toen de Israëlieten in de woestijn getroffen werden door een dodelijke plaag. Die koperen slang is vanaf dat moment bewaard. Natuurlijk, zo'n kostbaar stuk waar zulke bijzondere herinneringen aan verbonden zijn, doe je nooit weg. Intussen hebben de Israëlieten en de Judeeërs daar in de loop van de tijd wel heel wat afgoderij mee bedreven. Want de slang heeft in de Kanaänitische vruchtbaarheidscultus een belangrijke plaats en de Israëlieten en Judeeërs zijn ook maar mensen. Tot nu toe heeft geen koning, hoe vroom ook, daar iets aan durven te doen. Het is een heilig huisje van de eerste orde. Maar eindelijk is er een koning, die er wel wat aan doet. Hizkia gaat de geschiedenis in als de koning die 'het bronzen ding', de heilige slang, heeft laten omsmelten tot een eenvoudige staaf. Hoe durft hij?
En dat alles staat dan ook nog eens tegen de achtergrond van de wantoestanden in het Noordelijk rijk. Daarover deed de schrijver in het voorafgaande een boekje open. Het kan dus ook heel anders. Je kunt afstammen van dezelfde voorouders, Abraham, Isaak en Jakob in dit geval. Je kunt dezelfde God hebben en dezelfde heilige geschriften, maar toch kan de uitkomst totaal verschillend zijn.
Hoe kan dat? Hoe kan het, dat Hizkia er zo uitspringt. Is het wel waar? Wij plaatsen ook wel eens vraagtekens bij iemands vroomheid. Mensen zijn toch allemaal zondig? Waarom zou de één dan beter zijn dan de ander? Waarom zou er bij iemand echt liefde en geduld zijn, als je in vergelijkbare omstandigheden in de meeste gevallen afkeer en haat zou verwachten? Wij hebben de neiging om te schieten op alles wat boven het maaiveld uitkomt.
En zo is er ook op Hizkia geschoten. Hizkia zou niet gedreven zijn door liefde voor God, maar door haat jegens zijn politieke vijand Assur. En hij zou de hoogten hebben laten slechten, omdat daar aan Assyrische goden werd geofferd. Maar het valt absoluut niet te bewijzen, dat dit zo was. Er heeft bovendien nogal wat tijd tussen gezeten, tussen de hervorming van Hizkia en zijn opstand tegen Assur, wel ongeveer twintig jaar. Waarom moet ook altijd gedacht worden, dat mensen wel uit zullen zijn op hun eigen belang?
Hizkia hield van God. Hij hield echt van Hem.
Mankeerde er dan niets aan hem? Jawel. Jesaja heeft hem eerst moeten waarschuwen om niet op Egypte te vertrouwen en later om niet op Babel te vertrouwen. Als je fouten wilt vinden, vind je die echt wel, bij ieder mens, hoe vroom ook. Maar in vergelijking met anderen sprong Hizkia er toch uit. En waarom mag je daar geen oog voor hebben?
God had er in elk geval wel oog voor. En Hij heeft dat vandaag nog steeds.
Hizkia houdt van God. Hizkia is daarmee een teken van hoop in die donkere geschiedenis van Israël en Juda. God laat zondige mensen niet los. En op een dag verschijnt zijn Zoon, de mens Jezus. Een mens die niemand, hoe goed hij ook zijn best doet, ook maar op één zonde betrappen kan. En dankzij Jezus kunnen wij vandaag van God houden. Door zijn Geest kan die liefde ook uitgroeien tot iets geweldig moois. Het kan. Echt waar.
Als je van God houdt, houd je echt van Hem. Echt. Echte liefde voor God bestaat echt.
Als Hij van jou houdt, houdt Hij echt van jou.

God was met Hizkia. God is ook met ons. Dat geeft ons moed.
Maar waarom was God met Hizkia? Dat is uit het verband van 1 Koningen 18 heel duidelijk. Omdat Hizkia zichtbaar van God hield. Daar reageert de Here dus wel op. Natuurlijk: God laat je, als je zijn kind bent, nooit los. En het hangt niet van onszelf af, of het goed komt met ons. Maar God doet er wel iets mee, als wij trouw zijn aan Hem.
Hoe reageert God nu op de liefde van Hizkia? God steunt hem in zijn militaire operaties. Dat zagen we ook al aan het begin van de preek. En daar zat nu juist onze vraag. Hoe kan God dat in vredesnaam doen?
Nu, dat heeft vooral met het verschil in cultuur te maken. Wij vinden oorlog iets vreselijks. En terecht. Maar in de tijd van David en later Hizkia was dat totaal anders. Er was zelfs een vaste tijd in het jaar, waarop de koningen erop uittrokken om oorlog te voeren.
Wij vinden dat afkeurenswaardig. En dat klopt. Wij vinden misschien zelfs, dat God zich van dat oorlogvoerende volkje zou moeten distantiëren of dat Hij de Israëlieten op de één of andere manier duidelijk zou moeten maken, dat ze met al dat vechten op moesten houden.
Maar is God dat inderdaad verplicht? Het voeren van oorlog is in die tijd een vastgeroeste gewoonte. Dat het zover heeft kunnen komen, ligt niet aan de Here. Is het dan wel aan de Here om daar in een heel korte tijd een einde aan te maken?
Vandaag is er in grote delen van de wereld vrede. Maar dat heeft wel heel lang geduurd. En dat dit zolang geduurd heeft, ligt niet aan God.
Maar moet de Here nu zich in tijden van oorlog maar een beetje op een afstand houden, omdat Hij anders een keus moet maken voor een strijdende partij? Moeten wij het de Here ontzeggen om in zo'n tijd daadwerkelijk lief te hebben?
Misschien kunnen onze achterachterkleinkinderen wel niet begrijpen, dat de Here ons lief kon hebben. Want er zijn vast wel een aantal gewoonten van ons, die zij heel verkeerd zullen vinden en waarschijnlijk ook nog terecht. Wij zien ze niet. Wij zijn betrokken. Wij zijn ingekapseld in onze eigen situatie. Om fouten te kunnen zien, moet je meestal afstand nemen.
Maar als we zo doorgaan, betekent dit dat de Here niemand lief kan hebben. En in feite is dat ook zo. Er is in het leven van ieder mens zoveel dat Hem tegen de borst stuit. En toch houdt God in alle tijden van mensen. Toen Adam, terecht, bang was, zocht de Here hem op. En in Jezus is God nog veel dichterbij gekomen. Natuurlijk, je moet wel met je zonden breken. Anders kan er een moment komen, dat God afstand van je neemt. Maar ook als je jezelf van een duidelijke zonde bekeert, blijven er altijd zonden zitten.
En toch wil God in dat leven een plaats hebben. Een echte plaats en dus ook zichtbaar aanwezig. Hij wil je dus steunen als je goed doet. En in het Oude Testament is er dan een heel groot verschil tussen een koning die oorlog voert en bovendien de afgoderij bevordert én een koning die oorlog voert en alleen God als zijn God erkent. En God wil niet doen alsof dat verschil niet bestaat.
In alle tijden en in elke situatie steunt God wie van Hem houdt.
Hoe doet de Here dat vandaag? Vandaag moeten we dan vooral aan de toekomst denken. Deze Nieuwtestamentische tijd is meer een tijd van geloven dan van zien. Als je van God houdt, mag je met verwachting uitkijken naar zijn nieuwe wereld. Maar God kan ons ook vandaag al belonen. Hij kan je een sterker gevoel van geluk geven. Hij zou je zelfs kunnen zegenen met succes in je werk. Misschien zegt uw achterachterkleinkind wel: 'Ik begrijp niet, dat mijn overovergrootvader zulk werk deed.' Misschien zegt hij dat ook nog terecht. En toch heeft God geen afstand van u genomen, omdat u zulke arbeid verrichtte. Hij heeft u helemaal liefgehad. En er was dus ook geen terrein in uw leven, waaraan Hij zich onttrok.
God is ertoe in staat om met ieder mens op aarde een echte relatie te onderhouden. Bij een echte relatie hoort, dat je voortdurend keuzes maakt. Je stemt in of juist niet. En dat doet God dus ook. Wees dus niet bang, omdat je altijd wel fouten maakt. Wees niet krampachtig. Als de liefde voor God je leven stempelt, vraag dan rustig zijn zegen over alles wat je doet.
Als je van de Here houdt, houd je echt van Hem. Denk aan wat Hizkia deed.
Als de Here van jou houdt, houdt Hij echt van jou. Denk aan wat de Here voor Hizkia deed.
En als de Here echt van je houdt, ga jij nog meer van Hem houden.

Hizkia merkt dat God van hem houdt. Elke keer dat hij er met zijn soldaten op uittrekt, komt hij als overwinnaar terug. Dat geeft hem de moed om een heel sterke geloofsdaad te doen. Hij komt in opstand tegen de koning van Assur.
Zijn aanval op Filistea had daar al mee te maken. Want de Filistijnen zijn pro-Assyrisch. Nu hakt Hizkia de knoop door. De jaarlijkse schatting draagt hij niet meer af.
Daar is moed voor nodig. In die tijd is men voor Assyrië doodsbenauwd. Maar Hizkia is ervan overtuigd, dat hij dit moet doen. Zijn vader Achaz deed een slechte keus, toen hij tegen Israël en Aram de hulp van Assur inriep. Als koning van Juda moet je op God vertrouwen.
Hizkia vertrouwt op God. Dan is dit de consequentie. En hij is meteen een grote last kwijt.
Soms lijkt de Here God ver weg. Wat wil Hij te maken hebben met dat leven van ons? Maar God is dichtbij. In Jezus is Hij dichtbij. Als je daar oog voor hebt, ontdek je heel concreet zijn liefde en ben je in staat tot nog veel meer.

Amen.


Gebed 1

Goede, machtige God,

U hebt ons uitgenodigd bij U te komen.
U kent ons en weet ook dat er dingen zijn die we aan niemand durven vertellen, omdat we ons ervoor schamen.
U weet van ieder van ons welke dingen dat zijn.
Vergeef ze ons. Doe dat om Jezus' wil.
Zorg voor ons zoals we hier zijn, ook voor hen die hier niet zijn.
Denk aan wie verdriet hebben. Bemoedig hen met het evangelie van het eeuwige leven. Denk aan ieder, die iemand verloren heeft, korter of langer tijd geleden. Wilt U laten blijken, dat U er bent. Denk aan wie ziek zijn, thuis, in een verpleegtehuis of ziekenhuis. Geef beterschap, geduld en kracht van het geloof.
Denk aan deze gemeente en aan onze zusterkerken en aan ieder die oprecht gelooft in U.
Zegen ook het evangelisatiewerk. Geef ons ieder, dat wij uit durven komen voor U. Zegen dat ook. Wat is het mooi, als mensen interesse krijgen in het evangelie en in U.
Help ons bij werk en studie en bij allerlei taken.
Help ons om naar elkaar om te zien, om dat goed te doen en ook om samen met anderen uw Woord ons eigen te maken en nog beter te begrijpen.
Zegen de catechisaties. Wees daarbij. Geef wijsheid, inzet en de leiding van uw Geest.
Zegen het onderwijs. Dank U voor onderwijs door mensen die U van harte liefhebben. Wilt U ook helpen om zelf keuzes te maken, vooral als docenten niet in U geloven.
Heer, onze God,
Wij danken U dat U ons samengebracht hebt in uw tegenwoordigheid om ons uw liefde te tonen en ons te onderwijzen met betrekking tot wat U wilt.
Leg allerlei verkeerde gedachten in ons het zwijgen op, zodat wij alleen uw Woord horen.
Open door uw heilige Geest ons verstand en ons hart voor uw waarheid.

Door Jezus Christus, onze Heer.

Amen.

Gebed 2

Dank U, Vader, dat U echt met ons om wilt gaan.
U ziet zo goed, wat er allemaal verkeerd is bij ons. En toch hebt U een echte relatie met ons.
U sloot een verbond met ons en U meent wat U zegt. U breekt uw Woord nooit.
Maar U kijkt ook uit naar het moment, dat U geen geduld meer met ons hoeft te hebben, omdat de zonde er dan niet meer is. En omdat U uitkijkt, kijken wij uit.
[ Afsluiten met: Onze Vader ]

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar