1 Samuël 1-7 (Deel 5: Eben-Haëzer: de steen die omhoog wijst)

Thema: Eben-Haëzer: de steen die omhoog wijst
Tekst: 1 Samuël 7: 12
Tekstgedeelte(n):

1 Samuël 7: 2-17

Door: Ds. Th.J. Havinga (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Zuidlaren)
Gehouden te:

Loppersum-Westeremden op 23 juli 2000

Opmerking RJCV:

De delen van de prekenserie 1 Samuël 1-7 kunnen afzonderlijk van elkaar gelezen worden. De prekenserie bestaat uit:
1: 1Sa01v11 - Bidden in oorlogstijd
2: 1Sa03v01 - God gaat weer spreken in de kerk
3: 1Sa04v01b - Is God altijd met ons?
4: 1Sa07v02 - Bekering geeft toekomst
5: 1Sa07v12 - Eben-Haëzer: de steen die omhoog wijst

Extra: Inleiding op de prekenserie: 1Samuël 1-7.

Aanwijzingen voor de Liturgie

Lezen:
1 Samuël 7: 2-17
Tekst: 1 Samuël 7: 12

Zingen:
Ps. 146: 1, 3
Ps. 78: 2
Lied 15
Ps. 118: 2, 5
Ps. 144: 1, 6

Gebed

Aanbidding:
God als Helper.
Dienst: vraag om hulp.
Dankzegging voor ontmoeting met God en elkaar.
Schuldbelijdenis: erkenning zonde (inclusief erfzonde). Gebed om vergeving door Christus die geboren werd voor zondige mensen.
Gebed om wedergeboorte en bekering door Geest.

Voorbede:
Jeugd (in wereld vol verleidingen).
Opvoeding van kinderen: hulp. Dank voor kinderen die God geeft.
Kerk in deze wereld: evangelisatie en zending.
Wederkomst van Christus.

Preek

Broeders en zusters, gemeente van onze Here Jezus Christus,

U hebt er vast wel eens ééntje gezien: een monument, een gedenksteen. In heel veel steden en dorpen kom je ze tegen. Een monument van de 2e wereldoorlog. Bijvoorbeeld op het marktplein. Een paar stenen muurtjes. Met een tekst erop die herinnert aan de oorlog. Toen zijn er immers heel veel mensen gestorven. Soldaten sneuvelden in de strijd. Op de Grebbenberg. Of bij de Afsluitdijk. Veel mensen, die in het verzet zaten, kwamen om. Ze werden verraden. En doodgeschoten door de Duitsers. En de concentratiekampen in Duitsland zaten vol. Met Joden. Velen zijn er gestorven. Vergast in de gaskamers. Of van honger en ziekte omgekomen. En ook anderen hebben er gezeten. Of in een werkkamp. Ze hebben er van alles meegemaakt. Honger, ziekte, de dood. Wat een ellende.

Nou, dat is iets om nooit weer te vergeten. Die oorlog. Het verdriet dat dat meebracht. De moeiten. En ook dat ons land werd bevrijd. Door de geallieerden: Canadezen, Amerikanen, Engelsen. Kijk, en daarom zijn overal monumenten gemaakt. Gedenkstenen met een tekst erop. In Loppersum staat erop: opdat wij de doden gedenken en waken over de levenden. En één keer per jaar staan we erbij stil. Op 4 mei. Elk jaar weer. Dan denken we terug. Aan de oorlog. Aan de mensen, die omkwamen. Want dat verleden mogen we niet vergeten. Ook wij moeten erbij bepaald worden. De mensen die de oorlog niet hebben meegemaakt. Mijn generatie. En de jeugd. En de kinderen. Ja, en dan zie ik een kind met zijn vader of moeder. Bij het monument. Het leest wat erop staat. En het vraagt: pappa, mamma, wat betekent dat? Waarom staat dat daar? En dan vertelt vader of moeder: 'weet je, dat heeft te maken met de oorlog. Toen waren de Duitsers hier. Toen zijn er veel mensen gestorven. Daarom staat dit monument hier.'

Broeders en zusters, iets dergelijks lezen we ook in onze tekst. Een gedenksteen, een monument, dat is niet alleen maar iets van onze tijd. Nee, we komen het al in de Bijbel tegen. Ik ga u daar een paar voorbeelden van geven. Denk maar eens aan Jakob in Betel (Genesis 28). Jakob heeft een droom. Hij ziet een ladder naar de hemel. En op die ladder lopen engelen. En bovenaan die ladder staat God. En God zegt tegen Jakob: Ik ben uw God. Ik zal wel voor u zorgen. Ik doe wat Ik u heb beloofd. En dan wordt Jakob wakker. En wat doet hij dan? Hij neemt een grote steen. Hij maakt er een monument van. Een gedenksteen. En hij zegt: deze plek is ontzagwekkend. Een huis van God. De poort naar de hemel. Betel: huis van God. Zo noemt hij die plek. Dat monument. Om nooit weer te vergeten wat daar is gebeurd.

Later in de Bijbel komen we weer zoiets tegen. Ik denk nu aan de intocht in het beloofde land (Jozua 4). God maakt een weg door de rivier de Jordaan. Het volk kan er zomaar doorheen. En wat doen ze dan? Er wordt een monument gemaakt. Twaalf stenen. Waarom? Wel, zegt Mozes, later zullen uw kinderen vragen: wat betekenen deze stenen? Dan moet u hen vertellen over de doortocht door de Jordaan. Wat God voor u heeft gedaan. Want dat mag u nooit weer vergeten.

Kijk, en datzelfde gebeurt in onze tekst. Kijk maar: Samuël neemt een steen. En hij geeft die steen een naam. Eben-Haëzer. Dat betekent: 'steen van de hulp'. En Samuël zegt erbij waarom hij de steen, dat monument, die naam geeft: tot hiertoe heeft de Here ons geholpen.

Gemeente, om dit monument te begrijpen moeten we kijken naar de situatie in 1 Samuël 7. [We hebben het daar in de vorige preek al wat over gehad.] De Filistijnen zijn de vijanden van Israël. Het is, zeg maar, oorlog. En hoe komt dat? Wel, Israël is God vergeten. Ze dienen afgoden. En tegelijk lopen ze te klagen over hun situatie. Ze klagen bij God. En dan komt Samuël, Gods profeet. Hij zegt: weet u wat u moet doen? U moet niet alleen klágen bij God. Nee, u moet zich bekeren tot God. U moet de afgoden wegdoen. Dan zal God u redden van de Filistijnen. Anders niet. Nou, en dan gebeurt er een wonder. Israël bekeert zich. Er wordt grote schoonmaak gehouden. De afgoden gaan de deur uit. Gods volk begint ermee om God te dienen. Er komt een nieuw begin.

Daarom wordt er ook een vergadering gehouden. In Mizpa. Het volk komt daar bij elkaar. Er wordt schuld beleden voor God: Here, wij hebben tegen u gezondigd. Prachtig, nietwaar? Wat een ommekeer.

Ja, maar weet u wie daar ook lucht van krijgen? Inderdaad, de Filistijnen. De vijand. Nou, dat is een prachtkans om Israël aan te vallen. Ze zijn nu bij elkaar in Mizpa. Niet om oorlog te voeren. Maar om schuld te belijden. Ze hebben als het ware hun wapens thuisgelaten. Een prima moment om met hen af te rekenen.
Je ziet ze als het ware komen. Filistijnse soldaten. Op een moment dat niemand het verwacht. Net zoals gebeurde op 10 mei 1940. Met de Duitsers. Opeens waren ze er. Met hun vliegtuigen. En hun bommen. Nederland werd overrompeld. Ja, maar de Filistijnen hebben één ding vergeten. Ze rekenen niet met de God van Israël. De Here. Kijk maar wat er gebeurt. Israël hoort dat de Filistijnen eraan komen. En ze weten dat ze geen enkele kans hebben in de oorlog. Maar hebben ze geen schuld beleden voor God? Hebben ze zich niet bekeerd tot God? Hebben ze de afgoden niet weggedaan? Ja, dat hebben ze. En dat betekent dat de weg naar God nu open is. Ze kunnen bij God terecht. Bij hun God. Nou, dat ziet u dan ook gebeuren. Israël gaat naar het goede adres. Naar Samuël. Naar Gods profeet. Naar God. Bidt voor ons tot de Here, onze God, zeggen ze tegen Samuël. Vraag God dat Hij ons redt uit de macht van de Filistijnen, de vijand. En Samuël doet het. Hij brengt een offer aan God. En Hij bidt. En God hoort het gebed.

Ja, maar de Filistijnen komen steeds dichterbij. Ze maken zich klaar voor de aanval. Ze zullen Israël wel eens even in de pan hakken. Net zoals een tijdje geleden gebeurde. Toen ze de ark buit maakten. O ja? Nee hoor. Want God staat nu aan Israëls kant. Hij komt te hulp. Het is niet erg dat Israël als het ware de wapens thuis heeft gelaten. Ze hebben ze niet nodig op dit moment. God vecht voor Zijn volk. Hij gebruikt Zijn wapen. De natuur. Het onweer. De donder. God giet een zware onweersbui over de Filistijnen uit. Zo zwaar dat ze in paniek raken. En vluchten. Het is een makkie voor Israël om ze daarna een harde klap toe te brengen. Het resultaat: voorlopig heeft Israël geen last meer van de Filistijnen.

Kijk, gemeente, en op dat moment maakt Samuël dat monument. Eben-Haëzer. 'Steen van de hulp.' 'Tot hiertoe heeft de Here ons geholpen.' Kijk maar waar de vijand is gebleven. Gevlucht. God heeft ons gered. Hij alleen. Ziet u wat deze gedenksteen wil zeggen? De steen wijst omhoog. Naar God. De steen laat zien wie God is. En wat Hij doet. Er komt niet op te staan: dat hebben wij, Israëlieten, goed gefikst. Wat hebben we die Filistijnen toch mooi verslagen. Nee, zo ligt het niet. Gód heeft het gedaan. God hielp. Dat moet op de steen staan. Want dat mogen we nooit meer vergeten.

Broeders en zusters, die steen tussen Mizpa en Sen laat dus zien wie God is. Nou, en zo kennen wij God vandaag ook. Daar staat de Bijbel vol van. Zal ik u eens een paar momenten noemen uit de Bijbel? Momenten waarin u kunt zien hoe waar dit woord is: tot hiertoe heeft de Here ons geholpen. Denkt u eens aan Abraham. Hij is oud. Zijn vrouw ook. En ze is onvruchtbaar. Maar God heeft een zoon beloofd. En wat doet God: hij geeft een zoon. Zoals Hij beloofde. Ja, het is Gods werk. Zijn hulp. 'Tot hiertoe heeft de Here ons geholpen'. En denk ook eens aan Egypte. De slavernij. Wat een ellende. Maar wat doet God? Hij giet 10 plagen uit over Egypte. Hij redt Zijn volk. Hij alleen. Inderdaad: 'tot hiertoe heeft de Here ons geholpen'. En denk eens aan de intocht in het beloofde land. Jericho, de sterke stad. Een onneembare vesting. Wat gebeurt er? De muren vallen zomaar om. Wie doet dat? God. Hij alleen. 'Tot hiertoe heeft de Here ons geholpen.' Ja, en denk maar eens aan het meest centrale moment in de Bijbel. De komst van Jezus Christus. Zijn lijden en sterven aan het kruis. Al die gebeurtenissen in het Oude Testament wijzen daarheen. Wij, mensen, zondaren. En we komen er op eigen kracht niet uit. Wat doet God? Hij stuurt Zijn Zoon. De Redder. God komt te hulp. 'Tot hiertoe heeft de Here ons geholpen.' Hij alleen. De redding komt van boven. Kijk, dat is wat het monument wil zeggen: God redt. God is uw Helper. Dat u dat maar nooit vergeet.

Geliefden, en zo gaat die steen, dat monument, ook tot u vandaag spreken. U bent Gods volk vandaag. Kinderen van God. Nou, kijkt u eens terug. Dat doen we toch als het gaat over een gedenksteen. Bij een gedenksteen van de 2e Wereld Oorlog. denken we terug aan die tijd. Ook al hebben we het zelf niet meegemaakt. Nou, kijkt u op dit moment ook eens terug. Kijk eens terug op het leven van de gemeente. De kerk. Wat denkt u: zou er nog een kerk zijn als het van u of mij afhankelijk was geweest? Zou hier dan nog een gemeente zijn? Ik denk het niet. Ik weet wel zeker van niet. Dan was de zaak naar de knoppen gegaan. Door zonde. Door ruzie. Door dwaling. Door de duivel. Ja, maar het is niet gebeurd. Hoe kan dat? Dat is niet onze verdienste. We hebben het echt niet aan onszelf te danken. Hier passen alleen maar de woorden: tot hiertoe heeft de Here ons geholpen. Gelukkig maar. Ondanks ons is er nog een gemeente. Dankzij Gods genade. Als Hij dat niet had gegeven, dan was er niks van overgebleven. En gelukkig hebben ook wij Iemand die voor ons bidt. Nee, hij heet geen Samuël. Hij heet Jezus Christus. Hij is uw Voorbidder in de hemel. Vandaag. Hij bidt voor Zijn gemeente. Voor u. Gelukkig maar.

Broeders en zusters, en kijkt u vandaag ook eens terug op uw eigen leven. Op dingen die gebeurd zijn in uw leven. Belangrijke dingen. U denkt er misschien nog wel elke dag aan terug. Zal ik eens iets noemen? Er zijn mensen in de kerk, die hun man of vrouw hebben verloren. Weduwen of weduwnaars. En er zijn mensen in de kerk, die een kind hebben verloren. En er zijn mensen, die te maken hebben gehad met ernstige ziekte. Psychisch. Of lichamelijk. Er zijn mensen die op een andere manier aangevochten zijn in hun geloof. Hun geloof is op de proef gesteld. En laten we niet vergeten dat we allemaal aangevochten worden. De duivel wil ons maar al te graag bij God vandaan halen. En hij weet onze zwakke punten heus wel te vinden.

Nou, gemeente, kijk zo eens terug op uw eigen leven tot nu toe. Kijk naar dingen die u hebt meegemaakt. Of nu meemaakt. Dingen die ik heb genoemd. Maar misschien is het in uw leven wel heel wat anders. Als u terugkijkt, wat moet u dan zeggen? Geef voor uzelf eens antwoord? Was God toen bij u met Zijn hulp? Of was Hij er niet? Toen uw man stierf, heeft God u toen geholpen in die situatie? Hoe verdrietig het ook was. Of heeft God u niet geholpen? Ik weet dat velen, die dat hebben meegemaakt, zeggen: ja, toen heb ik de hulp van God ervaren in mijn leven. Het was ontzettend moeilijk. Het is nog moeilijk. Iemand die het niet heeft meegemaakt, kan dat nooit zo voelen. Maar God was er wel. Met Zijn hulp. Tot hiertoe heeft de Here ons geholpen. En toen u ziek was? Misschien kon u op dat moment niet goed ervaren dat God bij u was. Bij psychische ziekte kom je dat vaak tegen. Maar God was er wel. Hij hielp. En achteraf zegt u: God heeft me erdoor geholpen. Hij was er.

Nou, Broeders en zusters, dan past er maar één woord: dat ene zinnetje dat staat op het monument van Samuël: 'tot hiertoe heeft de Here ons geholpen'. Inderdaad, zo is het. En zo voelt u het toch ook als u terugkijkt op uw leven? Als God er niet was geweest met Zijn hulp, wat was er dan van mij terecht gekomen?

Kijk, en dat geeft ook hoop voor de toekomst. Ja, want dat is natuurlijk de bedoeling van die steen in 1 Samuël 7. Die staat er niet alleen maar om terug te kijken. Die staat er ook met het oog op de toekomst. Eben-Haëzer. Later komen er mensen bij die steen. Ouders en kinderen. Hé, een steen, een gedenksteen, een monument. Tot hiertoe heeft de Here ons geholpen. En dan wordt er weer verteld. Wat er gebeurde met de Filistijnen. Door God verslagen. Door het onweer. Kijk, zo is nu onze God. Hij is onze Helper, onze Redder.

Nou, gemeente, dat geeft hoop voor de toekomst. Dat geeft vandaag hoop als ik naar de kerk kijk. Gelukkig hangt het niet van u of mij af. Dat zou niet best zijn. God is erbij. Met Zijn hulp. En zo mag u bezig zijn in Zijn dienst. En het geeft hoop wat u persoonlijk betreft. U weet niet wat de toekomst brengt. En ik weet niet wat er gebeurt. Maar één ding weet ik wel: God is vandaag dezelfde als gisteren. De God, die u in het verleden hielp, wil ook in de toekomst helpen. U kunt met vertrouwen de toekomst ingaan. Met in gedachten die tekst op het monument: 'tot hiertoe heeft de Here ons geholpen.' Daarom vertrouw ik op Hem. Voor de toekomst. En ga ik aan Zijn hand.

Broeders en zusters, dat is geen automatisch iets. Daar wil ik u ook op wijzen vandaag. Want soms zijn er situaties dat je niet mag rekenen op Gods hulp. De naam Eben-Haëzer brengt ons op dat spoor. Die naam komt nog eens voor in 1 Samuël en wel in 4: 1 en 5: 1. Het is misschien wel dezelfde plek. Die in 1 Samuël 7 pas die naam krijgt. Daar gaat het ook over een strijd tegen de Filistijnen. Israël denkt dan: we halen de ark. Dan helpt God wel. Ja, maar zo is het niet. God helpt niet als Zijn kinderen ongehoorzaam zijn. Israël verliest. Nou, dat moet u ook niet vergeten. God helpt niet als we Hem niet gehoorzamen. Als we eigen wegen gaan. Dan is God tegen ons. God helpt u als u zich bekeert. Zo is het in 1 Samuël 7. Israël bekeert zich. Doet de afgoden weg. En dan helpt God. En dan mogen ze zeggen: tot hiertoe heeft de Here ons geholpen. En dan mogen ze vertrouwen hebben op God. Voor de toekomst.

Broeders en zusters, het is een prachtig monument in 1 Samuël 7. De gedenksteen van Samuël. Het laat u vandaag nog zien wie God is. Toen en vandaag. Kijk terug en zeg het met Gods volk toen: het is zo: 'tot hiertoe heeft de Here ons geholpen.' En vergeet niet dat u dat alleen kunt zeggen als u Hem wilt gehoorzamen. Als u op een zondige weg loopt, mag u nooit rekenen op Gods hulp. Dan moet u zich bekeren. Alleen achter God aan mag u op Gods hulp rekenen. Dan hebt u hoop voor de toekomst. Wat er gebeurt weten we niet. Maar wel mag u weten: de God die mij hielp in het verleden, wil dat ook in de toekomst doen. Als ik tenminste dichtbij Hem blijf. Nou, ga zo maar met hem mee. Achter Hem aan. Vol vertrouwen. Hij maakt het echt wel waar. Kijk maar naar de steen van Samuël.

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar