Als je je zonden belijdt...

Thema: Als je je zonden belijdt...
Tekst: 1 Johannes 1: 9
Tekstgedeelte(n): Psalm 32: 1-7
Lucas 18: 9-14
1 Johannes 1: 5 - 2: 2
Door: Dr. J.R. Douma (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Haarlem)
Gehouden te: Beverwijk en Krommenie op 10 mei 1998
Extra: Meer preken van ds. Jos Douma vindt u op: www.josdouma.nl/preken/

Aanwijzingen voor de Liturgie

  1. Votum en zegengroet
  2. Ps. 122
  3. Wet
  4. Ps. 119: 6
  5. Gebed 1
  6. Lezen: Psalm 32: 1-7
  7. Ps. 51: 1
  8. Lezen: Lucas 18: 9-14
  9. Ps. 51: 2
  10. Lezen: 1 Johannes 1: 5 - 2: 2
  11. Ps. 51: 4
  12. Tekst: 1 Johannes 1: 9
  13. Preek
  14. Ps. 103: 3-4
  15. Gebed 2
  16. Collecte
  17. Ps. 103: 8-9
  18. Zegen

Gebed 1 (Gebed om verlichting)

Onze Vader die in de hemel is,
Wij danken U dat U ons samenbrengt hier in de kerk
en dat U uw kerk over heel de wereld vergadert
op deze dag, de zondag die een dag apart is, voor U.
Wij komen samen rondom uw Woord
en bidden U om een zegen over de lezing van de Schrift
en om een verkondiging waarin die Schrift opengaat.
We belijden dat we van onszelf doof en blind zijn voor uw Woord.
Van onszelf zouden we naar uw Stem niet luisteren
en uw levendmakende woorden naast ons neerleggen.
Van onszelf zouden we uw grote daden niet zien
en de andere kant opkijken.
En daarom danken we U hartelijk dat U ons niet aan onszelf overlaat.
U geeft uw Geest.
En daarom bidden wij U:
geef ons open oren en open ogen en ook een open hart
door uw Heilige Geest.
Dit vragen we U in de naam van Jezus Christus,

Amen.


Inleiding

Er is een grapje over een Amerikaanse president die naar de kerk was geweest. Toen hij thuiskwam vroeg zijn vrouw:
'En, waar heeft de dominee het over gehad?'
'O, over de zonde...', was het antwoord.
'En? Wat zei hij ervan?'
'Hij was er tegen...'.
Dat is een grapje dat heel goed duidelijk maakt hoe nietszeggend een begrip als 'zonde' kan worden. 'Zonde?', daar ben je tegen.

Je kunt je ook een andere reactie op het woord 'zonde' voorstellen. Een reactie waarbij er meteen allerlei belletjes gaan rinkelen. En die belletjes zeggen: je bent slecht, je doet niets goed, je bent een zondaar. En je denkt dan ook al gauw aan die zondagen uit de Catechismus die gaan over onze ellende: Zondag 2 tot 4. Daar gaat het over onze slechte aard, over onze verdorven natuur, over uit zijn op alle kwaad, kortom over alles wat ellendig is. Dat kan ook je reactie op het begrip 'zonde' zijn.

Als het begrip zonde je nog wat zegt dan word je niet blij als je het hoort. Maar je wordt wel blij als je ziet wat God met de zonde doet: Hij haalt er een enorme streep door. Dat is de kern van het evangelie. De kern is niet: de mens is zondaar. De kern is wel: in Jezus Christus bevrijdt God zondaars van hun zonde. Hij haalt een streep door de zonde. Maar om te zien wat dat precies betekent, moet je wel weten waar God een streep door haalt en wanneer Hij dat doet en hoe Hij dat doet. Daar gaat het in deze preek over.

1.

Met Pasen hebben we gevierd dat het licht is geworden in deze wereld. God maakte een nieuw begin met ons. Dat deed Hij door Jezus Christus op te wekken uit de dood. Christus leeft. En als Hij in je leven komt, wordt het licht in je leven. Dat is een geweldige boodschap. De boodschap van Pasen.

Maar tegelijk zie je om je heen, dat Gods licht van Pasen wordt verduisterd. Dat het vaak nog zo donker is hier in deze wereld. Dat zie je als je het journaal aanzet. Dat zie je als je de krant openslaat. Dat zie je als je in je eigen leven rondkijkt. Er gaat heel veel mis. Je ziet het als het ware al in één oogopslag: Gods licht wordt verduisterd. En soms kun je je zelfs wel eens afvragen: 'Is Gods licht er wel?' Als je eerlijk rondkijkt om je heen, dan stem je ook volmondig in met de woorden van 1 Johannes 1: 8: 'Als we zeggen dat we geen zónde hebben, misleiden we onszelf en is de waarheid in ons niet.'

'Zonde', onder die noemer brengt de bijbel alles-wat-mis-is. 'Zonde', zo noem je als bijbellezer het donker en het kapotte wat je in je leven tegenkomt. En je denkt: zonde dat er zonde is. Want we komen hier niet bij elkaar om te zeggen: wat zijn we toch zondig en slecht, en om elkaar zo de put in te praten. Nee, we komen hier in de kerk bij elkaar om met elkaar en tegen elkaar te zeggen: zonde dat er zonde is. Het is erg dat er zonde is, want daar doen we God en elkaar verdriet mee.

Maar nu is dat begrip 'zonde' één van de begrippen die we in de kerk véél gebruiken. Net zo als bijvoorbeeld de begrippen: rechtvaardiging, heiliging, verzoening. En als begrippen veel gebruikt worden, dan weet je op den duur niet meer precies wat ze betekenen en wat je ermee moet. En zo kan dat ook heel gemakkelijk gaan met het begrip 'zonde'. Dat is een abstract begrip geworden, waar je je niet zoveel meer bij voor kunt stellen. Natuurlijk, het is nog wel heel gemakkelijk om concrete zondén aan te wijzen: liegen, roddelen, overspel, doodslaan, stelen, vloeken. Maar waarom dat nu precies zonden zijn, wat nu precies zonde is, dat is nog niet eens zo gemakkelijk onder woorden te brengen. En daarom moeten we dat nu eerst doen: onder woorden brengen wat de bijbel bedoelt met 'zonde'. Onder woorden brengen wat wij bedoelen als we zeggen: dat is zonde.

En ik wil daarvoor het beeld van de 'weg' gebruiken. Dat is een beeld dat in de bijbel veel voorkomt, vooral ook als het gaat om ons leven met de Here God. Zo staat er bijvoorbeeld in Psalm 119: 33: 'Onderwijs mij, HERE, de weg van uw inzettingen, dan zal ik die bewaren ten einde toe.' En we lezen in bijvoorbeeld Deuteronomium 30: 16 dat Mozes tegen het volk zegt: 'ik gebied u heden de Here uw God lief te hebben door in zijn wegen te wandelen en zijn geboden te onderhouden.' Dat bijbelse beeld van de weg wil ik nu uitwerken om duidelijk te maken wat zonde is.

God heeft voor ons een weg aangewezen, waarover we moeten lopen. Dat moet u zich maar heel concreet voorstellen: een weg, een straat met klinkers. Misschien ziet u nu wel een lange straat voor zich waar u vaak langs komt. En God zegt: als je op die weg loopt, dan komt het goed. Want die weg brengt je waar je wezen moet: bij Mij. Maar die weg heeft ook zijstraten: heel brede, heel smalle, doodlopende steegjes. En God zegt: loop daar nou niet in. Sla niet af van de weg die Ik je gewezen heb. Want alleen die weg brengt je waar je wezen moet: bij Mij. En alleen op die weg, loop Ik met je mee. Al die andere wegen, die zijstraten gaan een andere kant op. Als je daar in loopt, raak je steeds verder bij Mij vandaan.

En wat is nu dan 'zonde'? Zonde is dat je afslaat van de weg die God wijst en een zijstraat inslaat. En God heeft heel duidelijk aangewezen waar Zíjn weg ligt. Hij heeft wegwijzers naast Zijn weg geplaatst. Blauwe borden. En daar staat op: rechtdoor, want dan kom je bij God. En ook rode borden, met allerlei verschillende teksten. Voor leugen, diefstal en overspel, hier rechtsaf. Voor andere goden, hier links en dan op de rotonde een van de honderd afslagen nemen. Voor vloeken, tieren en een fikse ruzie, tweede rechts.

Zonde is dus: afslaan van de goede weg. En dan raak je steeds verder bij God vandaan. Hoewel je dat kon weten. Want het staat duidelijk aangegeven: altijd rechtdoor, nooit afslaan. Of, met de woorden van Spreuken 4: 27: 'Wijk noch ter rechter-, noch ter linkerhand af, houd uw voet verwijderd van het kwade.' En als ik dat zo zeg, dan lijkt dat allemaal heel gemakkelijk: je loopt gewoon rechtdoor. Maar we weten natuurlijk heel goed dat dat niet zo is.

  1. Want er zijn ook weggebruikers, die je van Gods weg afduwen, een zijstraat in.
  2. En uit de zijstraten komen mensen, die je van Gods weg afsleuren.
  3. En sommige zijstraten zien er zo aantrekkelijk uit, dat je er gewoon naar toe gezogen wordt.
  4. En de duivel plaatst soms een bord midden op de weg: wegomleiding, hier linksaf slaan, en je doet het.
  5. En soms denk je: het zal allemaal wel een beetje meevallen, ik probeer deze zijstraat gewoon eens een keer.

'Zonde', noemen we dat allemaal. En het erge van zonde is, dat je je relatie met God ermee stuk maakt. Dat je tegen Gód, die met al zijn liefde duidelijk maakt: die kant op, dat je tegen Gód zegt: bekijk het maar, ik red mezelf wel, ik weet zelf wel wat goed voor me is.

Zonde is een zijstraat inslaan. Een straat die je scheidt van God. Als je zondigt neem je afscheid van God. Jouw weg en Gods weg gaan uit elkaar. Dát is zonde.

2.

Zonde dat er zonden zijn. Dat vindt God ook. Hij is er om zo te zeggen tégen. En Hij wil zonden graag de wereld uit helpen. Hij zegt: Als je je zonden belijdt, dan vergeef ik ze. En daar moeten we het nu dan over hebben: over het belijden van je zonden.

Als je je zonden belijdt, dan zeg je: ik heb zonde gedaan, ik ben niet Gods weg gevolgd maar heb een afslag genomen. En daar heb ik schuld aan, want ik kon weten dat het verkeerd was. En het spijt me dat ik het heb gedaan. Dat kan best wel pijnlijk zijn: je zonden belijden. Niemand geeft het graag toe als je iets fout hebt gedaan of gezegd. Het kan dan bijvoorbeeld vreselijk moeilijk zijn om tegen een ander te zeggen: Sorry, het spijt me. Zonden belijden doet pijn. Je snijdt in je eigen vlees. Je geeft je bloot. En dat is moeilijk.

En toch moet het wel. Want God wil je zonden alleen vergeven nadat je ze beleden hebt. Nadat je gezegd hebt: Here, het spijt me. En het is ook belangrijk om dan heel concreet je zonden te noemen. En dat is ook al niet zo gemakkelijk. Want wie kent niet de ervaring dat je aan het einde van de dag probeert te bedenken wat je zonden die dag waren, en dat je dan met de beste wil van de wereld niets kunt bedenken. En dan zeg je aan het einde van je gebed: 'dit alles bid ik in de vergeving van al mijn zonden om Jezus' wil amen.' Ik zal niet zeggen dat dat nooit mag. Maar in de tekst (1 Johannes 1: 9) staat wel heel duidelijk dat je je zondén - meervoud - moet belijden. Je kunt bij God niet altijd volstaan met te zeggen: 'God, ik weet dat ik zondig ben, vergeeft U me dat alstublieft.' Zeker, dat moet je óók zeggen. Maar je moet ook heel concreet je zonden kunnen noemen. En dan kan het best wel eens nodig zijn, dat je daar even tijd voor neemt. En dan kan het ook goed zijn om daar een bepaalde vorm aan te geven.

In een boekje kwam ik eens een vorm tegen waarin je bezig kunt zijn met het belijden van je zonden. En ik geef dat maar gewoon door. Het is heel praktisch. Zoek een rustig plekje (je slaapkamer bijvoorbeeld) en neem een blanco A-viertje en een zwarte pen. En probeer dan te bedenken welke zonden je de afgelopen dag of dagen hebt gedaan. Heel concreet. Je zou er de Tien Geboden en de uitleg die de Catechismus daarvan geeft naast kunnen leggen. En schrijf die zonden dan op: (1) ik heb Jan een klap gegeven; (2) ik heb gevloekt; (3) ik heb geroddeld over de buurvrouw; (4) ik heb te hoge eisen aan m'n kind gesteld; (5) ik heb Petra, een meisje uit mijn klas, belachelijk gemaakt. En misschien kunt u nu ook voor u zelf in gedachten een heel concrete zonde uit uw eigen leven noemen.

En als dat witte A-viertje dan zwart is geworden van de zonden, dan ga je bidden om vergeving: 'Here, deze zonden heb ik gedaan, en ongetwijfeld nog veel meer; het spijt me; vergeeft U het me alstublieft.' En als je dan gebeden hebt, teken je op dat A-viertje een groot kruis: het kruis van Christus. Want Hij heeft voor al die zonden betaald. En ten slotte verscheur je het A-viertje in duizend snippers en gooi je ze buiten in de container. Weg ermee. Zo doet God de zonden weg.

Dat is een heel concrete vorm van schuld belijden en vragen om vergeving. Natuurlijk hoef je dat niet altijd zo te doen. Maar het kan geen kwaad om het sóms eens zo te doen. Omdat het je dwingt je zonden heel concreet te benoemen. En omdat je ook heel concreet ziet wat vergeving is. Namelijk dat God een streep door de zonde haalt. Of eigenlijk twee strepen: een verticale en een horizontale: het kruis van zijn eigen Zoon.

3.

God wil zonden vergeven. Dat is niet iets onzekers. Als je tegen een ánder zegt: sorry, het spijt me dat ik dit of dat heb gedaan, dan is het altijd nog maar afwachten of die ander naar je wil luisteren. Of die ander je wil vergeven. Maar bij God hoef je je daarover geen zorgen te maken. Als je je zonden voor Hem belijdt, en er oprecht spijt van hebt, dan vergeeft Hij echt. Want Hij is getrouw en rechtvaardig. Zo staat het in de tekst.

God is getrouw, of gewoon: trouw. En dat woord wil zeggen: God dóet wat Hij zegt. Hij liegt niet. Je hoeft bij Hem maar niet af te wachten hoe Hij reageren zal. Je kunt er zeker van zijn dat Hij zich aan zijn belofte houdt. En die belofte is: omdat Jezus Christus is gestorven voor jouw zonden, vergeef Ik jou je zonden. Zó is God: trouw.

En God is ook rechtvaardig. Wat dat hier betekent (want het woord rechtvaardig betekent ook nog wel meer) kan ik uitleggen aan de hand van het woord hulp-vaardig. Als je bijvoorbeeld zegt: Jan is hulp-vaardig, dan bedoel je dat dat Jan graag hulp geeft, dat hij er altijd op uit is om anderen te helpen. En als de bijbel in deze tekst zegt: God is recht-vaardig, dan wordt daarmee bedoeld dat God erop uit is om dingen récht te zetten. Wat scheef getrokken is in je leven wil Hij graag weer recht maken. Zó is God: recht-vaardig.

Nu kun je het daar wel eens moeilijk mee hebben. Je kunt dan maar moeilijk geloven dat God écht de dingen récht wil zetten zoals Hij beloofd heeft. En dan word je bang om een heel grote zonde die er in je leven is of is geweest, en waar je je heel schuldig over voelt, voor God te belijden. 'Zou God voor die zonde wel vergeving hebben?', denk je dan. En je durft het er met God niet over te hebben. Je schaamt je ervoor om het tegen Hem te zeggen en je houdt het een tijdlang achter de kiezen. En dan kan zo'n zonde steeds zwaarder op je gaan drukken. En je ervaart wat David ook eens ervaren heeft en wat hij heeft verwoord in Psalm 32: 'Zolang ik zweeg, kwijnde mijn gebeente weg.' En eigenlijk dúrf je er ook niet meer mee voor de dag te komen. Want je denkt dat God misschien wel denkt: 'Daar heb je hem eindelijk, met z'n zonde. Nou, hij is nu mooi te laat.'

Nou, dan heb je het wel mis. Want zó is God niet. God houdt zich aan zijn woord: je kunt met elke zonde waarover je je schuldig voelt en waar je vanaf wilt bij Hem terecht. Als je oprecht berouw hebt vergeeft Hij je die zonde, om Christus' wil. Hij is toch trouw en recht-vaardig! Hij is er voor je als een bepaalde zonde je leven donker maakt. En daarom roept David het ons ook als het ware toe: 'Laat toch iedere vrome tot U bidden ten tijde dat Gij U laat vinden. Zeg het toch tegen God! Want dat is zo'n bevrijding!'

En dan moet je niet voor de zekerheid maar heel vaak om vergeving gaan bidden: dagen, of weken, of maanden of misschien zelfs wel jaren achter elkaar. Want ook dan heb je nog niet goed begrepen wat het betekent dat God trouw en recht-vaardig is. Als je je zonde belijdt en zegt: 'Heer, ik was schuldig en het spijt me', dan is één keer voldoende. God doet dan écht die zonde weg. Zó is God.

4.

God vergeeft ons de zonden en reinigt ons van alle ongerechtigheid. Dat zijn de laatste woorden van de tekst. Laten we nu nog stil staan bij de betekenis van die woorden 'vergeving' en 'reiniging'. En dan grijp ik weer naar het beeld van de 'weg'. Als je zondigt, sla je af van Gods weg. Je neemt een zijweg. Als je je zonden belijdt, dan sta je als het ware stil op die zijweg, en dan schrik je: ik zit op de verkeerde weg, ik ben verdwaald, en je zegt het eerlijk tegen God. En vergeving is dan dat God je van die verkeerde weg afhaalt en weer plaatst op zijn weg. De weg die je brengt bij God. De weg waar God met je meeloopt. En God zegt: je was op de verkeerde weg, dat heb je zelf ook ingezien, maar daar hebben we het niet meer over. Je bent nu weer op de goede weg. Dat is vergeving.

De bijbel gebruikt voor vergeving allerlei beelden. In de tekst bijvoorbeeld het beeld van de reiniging. Zonden maken je vies. Je ziet er soms zwart van. En als je dat zelf ziet, en eerlijk tegen God zegt: 'het spijt me', dan wast God je, Hij maakt je schoon. En dat niet alleen van de zonden die je bij name hebt genoemd, maar ook van die zonden die jij al lang vergeten bent (want als het om onze zonden gaat is ons geheugen vaak een zeef). God reinigt ons van alle ongerechtigheid. Van het vuil blijft geen spoortje achter.

Want als God vergeeft, dan doet Hij dat ook goed. Alles vergeven én vergeten! Daar kunnen wíj het nog wel eens moeilijk mee hebben. Als iemand je iets heeft aangedaan, en oprecht om vergeving vraagt, dan is dat vergeven misschien nog niet eens zo heel moeilijk. Maar dat vergeten wel. Als iemand je onrecht heeft gedaan, ben je dat maar zo niet vergeten, en kom je er maar zo weer eens op terug. 'Weet je nog wat je me toen hebt aangedaan?' Maar zo is God nooit. Hij vergeeft én vergeet. Hij komt er nooit weer op terug. Hij zal niet naar je toekomen en tegen je zeggen: 'Weet je nog wat je me toen hebt aangedaan?'

Dat is ook het mooie van die uitdrukking in Psalm 103: 12: 'Zover het oosten is van het westen, zover doet Hij onze overtredingen van ons.' Er staat niet 'zover het noorden is van het zuiden'. Want de afstand tussen de noordpool en de zuidpool is te meten. 'Zover het oosten is van het westen.' Dat zijn geen vaste punten. Als je naar het westen gaat, kom je nooit aan. Want er is altijd weer een plek die nog westelijker ligt. Niet te meten zover doet God onze zonden weg. Hij wil er nooit meer aan herinnerd worden en zal ons er ook nooit meer aan herinneren. Zó is God.

God is een God van vergeving. Dat is de basis van ons leven. Want met een God die vergeeft kun je altijd opnieuw op weg gaan. Net zoals die tollenaar uit Lucas 18. Hij maakte zich heel klein voor God, en durfde zelfs niet omhoog te kijken. Hij vernederde zichzelf. Maar God verhoogde hem en de tollenaar kon ge-recht-vaardigd naar huis terug gaan. En zo wil God dat ook wij onszelf vernederen en onze zonden belijden. Want dan kunnen we ook ge-recht-vaardigd een nieuw begin maken, omdat God het scheve in ons leven weer recht heeft gemaakt.

Slot

Broeders en zusters, als u nu straks thuiskomt en eventuele thuisblijvers vragen: 'En, waar ging de preek over?', dan hoop ik dat u zegt:
'O, over zonde,
en dat God er tegen is
en dat Hij er graag een streep door haalt als je ze eerlijk belijdt,
en dat je dan altijd met een schone lei opnieuw met God op weg kunt gaan.'

Amen.


Gebed 2 (Dankzegging en voorbede)

God die in de hemel is. Dank U wel voor het evangelie van de vergeving. Dank U wel dat U onze zonden weg wilt doen als we ze voor U belijden. Dank U wel dat dat allemaal mogelijk is door uw Zoon Jezus Christus, die voor onze zonden stierf en zo steeds opnieuw een nieuw begin met U mogelijk maakte.
Wij bidden U voor allen die worstelen met een speciale zonde in hun leven, waar ze het moeilijk mee hebben. Het opgeven van zonde kan diep in ons vlees snijden. Geef hen door uw Geest dat ze het doen: hun zonde belijden en een nieuwe start maken met U.
Wij bidden U voor allen die een probleem, een grote moeite bij zich dragen waar ze met niemand over durven praten. Geef dat ze daarmee wel bij U komen, en er met U over spreken. En geef ook mensen in hun omgeving die een luisterend oor hebben en een scherp oog en die vol van de Geest zijn en zó kunnen hélpen.
Wij bidden U of U het samenleven in onze gezinnen wilt zegenen. Als ouders bidden we U: help ons om een voorbeeld voor onze kinderen te zijn in onze gewone omgang met hen en met andere mensen. En help ons ook om voor hen een voorbeeld in het geloof te zijn. Geef door uw Geest dat het ons lukt om te laten zien dat U echt heel veel voor ons betekent. Leer ons geduld te hebben met de tekortkomingen van onze kinderen en oog te hebben voor al het goede dat U in hen geeft.
Als kinderen bidden we U: help ons om onze ouders te gehoorzamen en om geduld te hebben met die dingen waarin zij tekortschieten. Help ons ook om al het goede op te merken dat U ons in onze vaders en moeders geeft.
En als ouders en kinderen samen bidden wij: Heer, geef vooral dat we in ons samenleven thuis weten wat vergeven is. Want natuurlijk gaat er veel mis, maar geef dat daardoor niet een verziekte sfeer ontstaat zodat het thuis een hel wordt. Maar geef ons uw Geest. Want door Hem kan thuis echt een thuis zijn waar het goed is om bij elkaar te zijn.
Wij bidden U ook voor hen die alleen zijn, die dagelijks ervaren wat het betekent om in je eentje een huis of een kamer te bewonen. Geef dat zij niet omkomen in de eenzaamheid en ook werkelijk ervaren dat de kerk een geméénschap van heiligen is.
Here God, wij bidden dit alles in de naam van Jezus, die ons zelf heeft leren bidden:
Onze Vader, die in de hemelen zijt,
uw naam worde geheiligd;
uw koninkrijk kome;
uw wil geschiede, gelijk in de hemel alzo ook op de aarde.
Geef ons heden ons dagelijks brood;
en vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren;
en leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze.
Want van u is het koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid tot in eeuwigheid.

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar